NVZ: zorg-CAO is te krap keurslijf

De ziekenhuizen willen een eigen CAO. Bestuurder G.H.J. Huffmeijer legt uit waarom de regeling van de arbeidsvoorwaarden flexibeler moet worden.

DEN HAAG, 6 OKT. “De ontwikkelingen in de ziekenhuizen vragen om meer decentralisatie. Tussen ziekenhuizen bestaan er al grote verschillen en binnen de ziekenhuizen zie je ook bij het verplegende en ondersteunende personeel een toenemende specialisatie. Daar moet je rekening mee houden in je CAO. Die moet veel flexibeler worden dan die op dit moment is - en dit kan het beste als je een raam-CAO sluit waarin al zoveel mogelijk rekening is gehouden met het specifieke karakter van de ziekenhuizen”, zegt G.H.J. Huffmeijer, algemeen-directeur van Ziekenhuis Hilversum en bestuurslid van NVZ .

Die ontwikkeling staat min of meer haaks op het beleid van de Nederlandse Zorgfederatie, zo constateert Huffmeijer. Deze wil voor de hele zorgsector een 'bedrijfstak-CAO' sluiten. “En ook als je, zoals de NZf wil, op basis van die bedrijfstak-CAO voor deelbranches, zoals ziekenhuizen en verpleeghuizen een aangepast regeling treft, blijft het lastig voor het ziekenhuis een op de plaatselijke situatie toegesneden arbeidsovereenkomst te sluiten. Centraal zaken regelen leidt meestal tot een zeer dicht net van regels.”

Volgens Huffmeijer komt het besluit van het bestuur om een eigen CAO voor de ziekenhuizen te willen niet uit de lucht vallen. “Het is het logisch eindpunt van een proces dat al jaren loopt.” Of de uiteindelijke beslissing het directe gevolg is van de gang van zaken dit voorjaar rond de totstandkoming van de CAO laat hij dan ook in het midden. Wat wel een belangrijke rol speelt is dat ziekenhuizen zich in vergelijking met andere branches binnen de zorgsector tekort gedaan voelen. Huffmeijer: “Als je als zoals tot dusver gebeurt, gezamenlijk optrekt, heb je voortdurend met de anderen rekening te houden. Bij de onderhandelingen met de overheid over de rijksbijdrage aan een nieuwe CAO heb je dan ook te maken met gemiddelden. Zo wordt bijvoorbeeld voor de berekening van het bedrag dat nodig is voor de financiering van de 'incidentele looncomponent' gebaseerd op een gemiddelde. Terwijl dit in feite voor de gehandicapenzorg lager is dan het bedrag dat de de ziekenhuizen daarvoor nodig hebben. Dit geldt ook voor een aantal andere factoren, waardoor de ziekenhuizen in feite al met een financiële achterstand beginnen.”

Of met zo'n aparte CAO het gemor onder de achterban van NVZ over de uitkomsten van CAO-overleg verdwijnt gelooft Huffmeijer niet. “Er zullen altijd ziekenhuizen zijn die liever een ander onderhandelingsresultaat hadden gezien.” Over het verwijt dat de actie van NVZ leidt tot versnippering van de zorgsector haalt hij zijn schouders op: “De academische ziekenhuizen sluiten ook een aparte CAO - dat zijn er maar acht met 38.000 medewerkers. Wij doen dat voor 170.000 mensen, toch een aantal om rekening mee te houden.”