Na rapport Srebrenica; De Grave wil roulatie van militairen

DEN HAAG, 6 OKT. Burger- en militair personeel zal vaker worden uitgewisseld tussen de verschillende onderdelen van de krijgsmacht. Dit is nodig om verkokering en het ontstaan van eigen culturen tegen te gaan.

Minister De Grave (Defensie) heeft dit gisteren in een brief aan de Tweede Kamer geschreven. De brief is een reactie op het rapport 'Omtrent Srebrenica', dat werd opgesteld onder leiding van de commissaris van de koningin in Noord-Holland, J. van Kemenade.

Van Kemenade onderzocht de afwikkeling van de val van de moslimenclave in juli 1995. Hij concludeerde dat defensie geen informatie heeft achtergehouden, maar dat “achteraf gezien, er wel vele tekortkomingen en onzorgvuldigheden aan het informatieproces kleven.”

De maatregelen die minister De Grave in zijn brief aan de Kamer aankondigt, zijn grotendeels gebaseerd op de aanbevelingen van Van Kemenade.

De Grave wil onder meer leidinggevend personeel binnen de krijgsmacht voortaan zwaarder afrekenen op zijn verantwoordelijkheden. Daarnaast wordt de interne en externe communicatie verbeterd en worden diensthoofden en bevelhebbers er voortaan persoonlijk op aangesproken als ze nalaten op een juiste manier informatie te geven.

De bewindsman benadrukt echter niet van plan te zijn om bij ernstige calamiteiten automatisch een extern onderzoek in te stellen. “Een onafhankelijk onderzoek kan het vertrouwen in de uitkomst ten goede komen, maar is niet altijd wenselijk of noodzakelijk. De defensie-organisatie moet voldoende kritisch en zelfreinigend zijn om een onderzoek zelf ter hand te kunnen nemen”, aldus De Grave.

Heeft het personeel zich schuldig gemaakt aan strafbare feiten, dan zal Defensie overleg plegen met het openbaar ministerie.

Defensie zal ook een draaiboek opstellen, waarin alle procedures bij calamiteiten en ernstige incidenten worden vastgelegd. Daarnaast moet het departement een plan maken, waarin staat hoe te handelen na vredesmissies en humanitaire acties, stelt De Grave. Daarin zal het vooral gaan om debriefings, evaluaties en nazorg aan de betrokken militairen. Na afloop van de val van Srebrenica uitte een aantal militairen kritiek op de nazorg door defensie.