Middenstanders en grootkapitaal

'Feyenoord is weer een topclub.' Het parmantige zinnetje stond vorige week op de voorpagina van Voetbal International, een dag na de bittere 3-0 verliespartij tegen VfB Stuttgart, die uitschakeling uit de Europa Cup betekende.

Waarom dan die triomfantelijke kop? Pure hatelijkheid of de stunt van een boosaardige redacteur? Nee, gewoon een kwestie van lichtzinnig redactioneel beoordelen, gebaseerd op het fraaie resultaat uit de heenwedstrijd, 3-1 winst via goed voetbal. Eén van de eigenaardigheden van de huidige topclubs is hun wisselvalligheid. Ajax verliest zomaar van Fortuna Sittard, PSV gaat de bietenbrug op tegen de middenmoter AZ en Vitesse staat dan wel acht plaatsen hoger dan De Graafschap, maar mag blij zijn met een remise terug te zijn gekomen in de kleedkamer. Iedereen is tegenwoordig kwetsbaar.

Uiteindelijk zal het toch een keer duidelijk worden wie de sterkste wordt, maar zoals de zaken er nu bijstaan kan dit nog geruime tijd vergen. Ergens viel te lezen dat de broers De Boer nog geen kans zien Ajax opnieuw naar grote hoogte te stuwen, maar dat lijkt me toch niet verwonderlijk voor spelers die zolang op non-actief waren gesteld. Ik kan me niet voorstellen dat hier sprake is van er met de pet naar gooien. Voetballen op hoog niveau is geen boekhouden. Willen is belangrijk, maar kunnen kan iets anders zijn. In het begin van de competitie leek Feyenoord door een surplus aan strijdvaardigheid, gepaard aan de bereidheid voor elkaar door het vuur te gaan, de hoogste ogen te gooien. Gebleken is dat zo'n ploeg evenmin als de concurrenten onkwetsbaar is voor vormverlies. De grimmige werkelijkheid blijkt te zijn dat geen enkele ploeg in Nederland gevrijwaard is voor zwakke perioden. Daarbij is komen vast te staan dat de kleinere ploegen niet zoveel in kwaliteit achterstaan bij de grote, dat zij niet op een voor hen goede dag de topclubs naar het leven kunnen staan.

Gaan we een kwarteeuw of nog verder terug in de historie, dan leken de verrassingsmogelijkheden een stuk beperkter. Hoewel zelfs Ajax in zijn gloriejaren uiteraard ook wel eens tegen een verliespost opliep, was dat veel eerder een incident dan een betekenisvol gebeuren. Goliath verloor maar zelden van David. En als het plaatsvond, was het vaak een kwestie van onderschatting. Tegenwoordig is er bitter weinig reden voor onderschatting en die komt ook nauwelijks meer voor. Ik herinner me een duidelijke nederlaag van de Amsterdammers tegen VVV in Venlo. Dat kwam vooral, doordat het vlak voor de aftrap was gaan sneeuwen. Op een wit veld kon Ajax zijn normale spel niet spelen, maar in plaats van zich aan de omstandigheden aan te passen weigerden de gasten rekening met het spekgladde terrein te houden - uit hoogmoed, die voor de val kwam.

Tegenwoordig hebben de mindere goden soms zo'n meevallertje niet nodig. Hun kansen zijn sowieso aanwezig. Vroeger kregen internationals op grond van hun indrukwekkende reputatie soms vrije doortocht. Uit respect, uit angst, uit een gevoel van machteloosheid. Tegenwoordig speelt niemand meer voor Calimero. De kleinen zijn groter geworden en het ontzag voor hun tegenstanders is verschrompeld.

Elke keer als ik lees dat een gerenommeerd elftal met een begroting van tientallen miljoenen de degens gaat kruisen met een ploeg die 't met vele miljoenen minder moet doen, weiger ik de rijkaard bij voorbaat als favoriet te beschouwen. Soms kom ik daarbij op de koffie, maar vaker en vaker zien we het gebeuren dat een middenstander het grootkapitaal verslaat. Ik mag dat eigenlijk niet leuk vinden, maar doe het toch.