Konijn

Kijk nu eens, er zit een wit konijn onder de bank bij de hotelreceptie, dat is een complimentje waard. “Ah, hoe weinig gebruikelijk, een wit konijn bij de receptie“, zeg ik, en de receptioniste verstaat mijn Frans en lacht. “Meestal is hij in de tuin, maar hij komt ook vaak bij de receptie.“ Het hotel is wat netter dan ik zelf ben en in Frankrijk heb ik altijd al het gevoel dat iedereen beschaafder is dan ik, dat zullen jullie ook wel hebben. Bovendien ben ik ergens waar ik helemaal niet wilde zijn, in Dijon, de hoofdstad van de Bourgogne. Dat witte konijn stelde me op mijn gemak. Hier kan het zo kwaad niet zijn.

Hoewel, die tuin waar ze het over had is de tuin van het restaurant. Ze zullen toch niet het avondeten 's ochtends door het hotel laten huppelen, zodat de gasten het vast aan kunnen wijzen, zoals in een kreeftrestaurant?

Nee, dat kunnen ze zich niet permitteren, ze zijn misschien niet sentimenteel, maar er komen hier ook buitenlanders. Dat witte konijn moet voor het restaurant een soort ere-blankie zijn, zoals de Zuid-Afrikanen het vroeger uitdrukten, het gaat niet in de pan.

En inderdaad, de volgende dag was het konijn er weer. Het zou ook wel bar zijn als het niet zo was, want het was Dierendag. Hebben jullie een goede Dierendag gehad? Hier ging er een kleine optocht door de straten, vooral kinderen, met geitjes en andere dieren van de kinderboerderij aan een halsband. Er waren wat volwassenen op paardjes, en dansmeisjes, licht gekleed, die zich van de regen niets aantrokken. Er was muziek en er waren diervriendelijke spandoeken en het is dus niet waar wat er vaak gezegd wordt, dat ze zich hier een dier alleen kunnen voorstellen als een gerecht op hun bord.

Uit Parijs zijn we verbannen. De mooie suite die we gereserveerd hadden was aan iemand anders gegeven en voor ons was er alleen een hondenhok. Wat een bedriegers, je zou ze eigenlijk bij de politie moeten aangeven, maar dan lachen ze je uit en ze stoppen je in de gevangenis, alleen maar omdat je uit de narcostaat Nederland komt. Bij die oplichters konden we niet blijven. Maar ergens anders ook niet, want er was de autobeurs en de klerenbeurs en de kunstbeurs en heel Parijs zit vol, tot in de verre omtrek. Dan maar ergens anders naar toe.

Het was wel jammer, want we hadden allerlei plannetjes gemaakt. Ik wilde de film van Woody Allen zien die maar steeds niet in Nederland wil komen. Niet eens de laatste, hij heeft alweer een nieuwe gemaakt. Misschien zal ik die film nu nooit zien, want Nederland doet blijkbaar niet meer mee aan de filmdistributie.

En naar de schaakboekhandel, kijken of Jakob er is. Hij is een Russische emigrant die in Parijs een klein kamertje heeft gekregen van iemand van de schaakclub, maar daar is hij nooit, als hij niet ergens een toernooi speelt is hij meestal in de boekhandel te vinden bij een van de schaakcomputers, waar hij urenlang vluggertjes tegen speelt. Het is altijd een beetje een ongemakkelijke ontmoeting met hem, het is alsof ik naar mijn verleden kijk, en dat weet Jakob natuurlijk ook, en ikzelf weet nog heel goed hoe ik me vroeger altijd ergerde als ik in een schaakcaf‚ zat en er kwam een schaker langs die eigenlijk geen schaker meer was, maar een toerist die zijn vrouw de hokken uit de schaakdierentuin liet zien waar hij vroeger zelf in had gezeten. Man, loop door, dacht ik dan. Maar ik had Jakob toch graag willen zien.

Wie een zakje met goudstukken om de hals draagt wordt nooit gehangen, zeiden ze hier vroeger. Met een kredietkaart op zak is verbanning niet erg. Ga naar Dijon, dat is erg mooi, zei een goede fee in Nederland.

Het leek wat ver, maar daar weten ze met hun TGV's wel raad op. In de trein was een Amerikaans echtpaar dat eerst jammerde dat er geen veiligheidsriemen waren en vervolgens boos werd omdat er gerookt werd in de rokersafdeling. Als ze het echt zo belangrijk vinden zouden ze twee woorden Frans moeten leren voor ze hier komen, fumeurs en non-fumeurs, het wordt netjes gevraagd als het kaartje wordt uitgeschreven. Yankee go home, zag je de Fransen in de buurt denken, en: goed dat we nog een eigen atoombom hebben. Of ze dat echt precies zo dachten weet ik natuurlijk niet zeker, maar het moet haast wel.

Als je ergens zou wonen waar de klassieke literatuur, van Hadewych tot Multatuli, in alle boekenhallen in grote stapels voor de weggeefprijs van tien franc per deel zou worden aangeboden, dan zou je anders over dat land denken dan je nu doet. Het zou ook een ander land zijn dan het nu is en een staatssecretaris van Cultuur die het over ouweknarrenteksten zou hebben, zou snel worden weggejaagd. Zo is het hier, zoals je weet. Hun klassieke schrijvers staan trouwens ook op de verpakkingen van de suikerklontjes in het hotel. Een eigen atoombom, het konijn in de pan en de klassieken op de suikerklontjes, dan voel je je meer een echt mens dan de Nederlanders, denk ik.

Een boek in een andere taal dan het Frans is hier overigens een grote zeldzaamheid, zoals ook de Hitchcock met originele stemmen die ik gisteren op de televisie zocht een zeldzaam buitenkansje leek. La Mort aux trousses heette de film. Misschien een onbekende Hitchcock, want volgens mijn woordenboek betekent dat 'De Dood in de reisnecessaires'. Misschien ook niet, want het is maar een zakwoordenboekje. Het maakte weinig uit, want het was op een kanaal waarvoor je een decoder nodig had. Van de negentien kanalen die je wel kan zien zijn er achttien Franstalig en dan is er nog de muziekzender MTV. Die Amerikaanse propagandazender CNN waar ze in Amsterdam zo'n drukte over maken, missen ze hier niet en gelijk hebben ze. Je ziet, ik begin me de provinciaalse normen en waarden al aardig eigen te maken. Uit mijn raam zie ik de heuvels waar de wijn verbouwd wordt, in de keuken ruik ik het konijn...

Nou ja, dat konijn, dat weet je nu wel. Ik weet nu niets meer, behalve dat het hier inderdaad erg mooi is, dat de zon is doorgebroken en dat het weer voor morgen nog mooier is voorspeld.