HET BOLWERK - Landbouw, Natuurbeheer en Visserij; Onder boerenzonen en natuurjongens

De Tweede Kamer behandelt deze week de begroting van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. Portret van een ministerie met laat-stalinistische trekjes.

DEN HAAG, 6 OKT. Hij maakte vorige week zijn eerste raad van Europese ministers van Landbouw in Brussel mee en zat meteen temidden van een knetterende ruzie tussen zijn Spaanse en Portugese ambtgenoten inzake de gekkekoeienziekte. Wat de juist aangetreden Haijo Apotheker daar van vond? “Och, ik ben jarenlang burgemeester geweest in Oost-Groningen, dus ik heb alles al eens meegemaakt.”

Als één ministerie in het verleden de kwalificatie 'bolwerk' heeft gekregen, dan is dat het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. Het werd op 7 september 1905 ingesteld als het departement van Landbouw, Nijverheid en Handel. Een waar bastion werd het pas na de Tweede Wereldoorlog, toen de vermaarde Sicco Mansholt er tussen '46 en '58 de scepter zwaaide om daarna toe te treden tot de net opgerichte Europese Commissie. Vóór de oorlog werd het ministerie om de haverklap ingesteld en weer opgeheven.

In de tijd van Mansholt was Landbouw en Visserij hét voorbeeld van een goed geleid departement. In diens ambtsperiode werd ook het nu zo somber ogende gebouw aan de Bezuidenhoutseweg 73 betrokken, met het eeuwig kletterende fonteintje op de binnenplaats. Het was ooit bedoeld als reserveziekenhuis. Toegang wordt sinds jaar en dag verleend door een streng geüniformeerde, vrouwelijke sergeant-majoor, die tegen ambtenaren en bezoekers even correct als onverbiddelijk is.

Na Mansholt werd Landbouw en Visserij een christen-democratische vesting bij uitstek met ministers van CHU, KVP, ARP, weer KVP en een viertal CDA'ers, van wie Braks in '90 uitgleed over de visserijfraude en Bukman in '94 verrassend plaatsmaakte voor de liberaal Van Aartsen.

Onder het langdurig christen-democratisch bewind van 'boerenzonen' werd Landbouw en Visserij de spin in het web van veelsoortige belangengroepen, productschappen, landbouworganisaties en hun coöperatieve bankier. In de 'IJzeren Driehoek' van departement, Kamer en standsorganisaties was Landbouw een vakdepartement pur sang, gericht op slechts één - de primaire - sector. Onder dat gesternte kon het een solistisch bestaan leiden, in zichzelf gekeerd en goeddeels buiten het gezichtsveld van 'de grote politiek'. Het had ook een degelijk maatschappelijk aanzien. De landbouw deed het goed, zorgde voor voedsel en schonk de schatkist veel geld.

Pas toen in 1990 'de affaire Braks' zich ontspon begon de buitenwereld interesse te krijgen in wat zich afspeelde in de hemelshoge gangen van 'the red brick building' aan de Bezuidenhoutseweg. Hoe strak de hiërarchie was, werd bij die gelegenheid bondig door een ambtenaar samengevat: “Lenin is van z'n sokkel gehaald, Albanië schuift naar het Westen op, straks is de Bezuidenhoutseweg 73 nog het laatste stalinistische bolwerk in deze wereld.”

Strak hiërarchisch of niet, er waren toen al interne spanningen en die dateerden van enkele jaren daarvoor. Het was begonnen met de inlijving van de dienst Natuurbeheer en Openluchtrecreatie (NBOR), die bij de kabinetsformatie van 1982 door het toenmalige departement van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk werk (CRM) was afgestoten. De 'natuurjongens' werden in het hol gezet van hun traditionele vijanden, die voluit voor het agrarisch belang gingen. Het is veelzeggend dat Landbouw en Visserij pas op 7 november 1989 Landbouw, Natuurbeheer en Visserij ging heten.

Met de overdracht aan Landbouw door minister Van der Louw (CRM) werd de kiem gelegd voor nog altijd bestaande tegenstellingen ten departemente. De confrontatie van de twee belangen laat zich ook aflezen uit de portefeuilleverdeling van de ambtelijke top, de 'bestuursraad'. Secretaris-generaal mr. T.H.J. (Tjibbe) Joustra, met twaalf dienstjaren de langst zittende SG van alle departementen, heeft de belangrijkste directies onder zich. De macht van 'sfinx en allesweter' Joustra, die in mr. G.J. van Dinter een vergelijkbare voorganger had, is in de loop der jaren alleen maar vergroot. Eén keer - in de nadagen van de affaire met de 'grijze vis', die Braks de kop kostte - heeft hij voor zijn positie moeten vrezen, maar in plaats van Joustra werd zijn plaatsvervanger, mr. M. (Maarten) Brabers 'geslachtofferd' en bij Staatsbosbeheer geparkeerd.

Met zijn zwaar beladen portefeuille overvleugelt Joustra zijn twee directeuren-generaal, die de klassieke tegenpolen vertegenwoordigen. Ir. J.F. (Johan) de Leeuw beheert de 'groene' directies, maar de geboren Barnevelder en voormalig Tweede-Kamerlid voor het CDA is met zijn Wageningse achtergrond een volbloed agrariër en dus volgens ambtenaren geen partij voor Joustra in 'het fijn besnaarde spel van het compromis'. Zijn collega dr. H.J.M. - Haagse Harry - van Zon heeft de 'harde' landbouw onder zich. Van Zon werd door Van Aartsen van Binnenlandse Zaken geplukt, maar weet volgens zijn omgeving 'van toeten noch blazen'. Dat is op zich zelf al geen voordeel, maar hij komt bovendien bij vele gelegenheden te laat en wordt ook daarom niet altijd even serieus genomen.Sinds de uitbraak van de varkenspest is er een tijdelijk directeur-generaal 'herstructurering' bijgekomen, drs. C.J. (Chris) Kalden die voorheen directeur van de Dienst Landelijk Gebied was.

De confrontatie tussen de twee karakters Van Aartsen en Joustra schijnt in eerste instantie 'bijzonder intrigerend' te zijn geweest, maar Van Aartsen was nogal extern georiënteerd en Joustra slim genoeg om het niet tot clashes te laten komen. Toen Van Aartsen kwam, was het ministerie al onderworpen geweest aan een forse reorganisatie, waarbij de directeuren nauwkeurig waren geselecteerd op 'rust, veiligheid en loyaliteit'. Uit de natuurpoot zijn in de loop der jaren alle nagels verwijderd. Het is daar 'ieder voor zich en God tegen ons allen'. Zo is Landbouw tegenwoordig 'een grote, grijze gehaktbal': men is gekleed in een groen-bruin geruit jasje en loopt op degelijk ambtenarenschoeisel met dikke rubberen zolen. Toch is de sfeer al opener dan vroeger en meer veranderingsgezind.

Van Aartsen, die nauwelijks interesse toonde voor natuur, heeft wel de durf gehad stevige beslissingen te nemen. Te noemen zijn het mestbeleid en de varkens. Eén beleidstermijn is echter te kort om een kolos als Landbouw op een meer groene koers te krijgen. Misschien lukt het Apotheker de IJzeren Driehoek definitief open te breken. De maatschappij keert zich immers tegen de geldverslindende en milieuverziekende landbouw, terwijl Brussel voor minder subsidie en een ruimere aandacht voor landschap en ecologie kiest.