Friese apotheker voelt zich onterecht beschuldigd van manipulatie door farmaceuten; 'Overheid drijvende kracht achter bonusregeling'

Het bericht dat farmaceuten met bonussen het receptenbeleid van apothekers proberen te beïnvloeden, zorgde vorige week voor opschudding. Oud nieuws, zeggen de apothekers zelf. “De overheid weet het al jaren.”

OOSTERWOLDE, 6 OKT. De Friese apotheker Kees van der Graaf voelde zich 'gecriminaliseerd' en onrecht aangedaan, toen Radio 1 vorige week meldde 'beslag te hebben gelegd' op een contract tussen het Britse farmaceutische bedrijf GlaxoWellcome en een apotheker. Daarin was de desbetreffende apotheker overeengekomen de fabrikant periodiek te voorzien van de cijfers over de omzet van de producten van GlaxoWellcome in zijn apotheek.

Deze apotheker verplichtte zich daarin ook de medicijnen Zantac en het merkloze equivalent ranitidine GW af te leveren in plaats van gelijksoortige medicijnen van de concurrent. Op die twee middelen krijgen apothekers met zo'n contract een korting van vijftien procent. Daardoor is het GlaxoWellcome gelukt het marktaandeel van Zantac enigszins op peil te houden toen vorig jaar augustus het octrooi op 'het best verkochte medicijn ooit' verliep. Gewoonlijk storten 'loco-fabrikanten' zich dan meteen op de markt met dezelfde, maar merkloze medicijnen. Soms doet de fabrikant dat ook zelf in de vorm van een zogeheten branded generic, zoals ranitidine GW.

Op de andere preparaten van GlaxoWellcome krijgen de apothekers met een contract twee procent korting als tegemoetkoming voor het cijfermateriaal dat ze elk kwartaal aanleveren.

Hoewel de discussie over bonussen en kortingen die apothekers van groothandelaren en producenten krijgen al een jaar of vijf oud is, werd het door het radiobericht in de oren van Kees van der Graaf ineens een 'misdaadachtige affaire'. Van der Graaf runt samen met zijn collega Hage Verduyn apotheek De Drie Stellingen in het Friese Oosterwolde.

“Ja, wij hebben zo'n contract,” zegt Van de Graaf onomwonden, “hoewel ik een aantal verplichtingen heb doorgestreept. Ik wens mij bijvoorbeeld niet gebonden te achten om in geval van een goedkoper of beter alternatief toch producten van GlaxoWellcome af te leveren.”

Hij sloot de overeenkomst twee jaar geleden, uitgerekend in het jaar dat hij en zijn collega de Nederlandse Apotheekprijs wonnen. “Dat vorige week ineens geen van mijn collega's meer iets van zich liet horen vond ik heel vervelend. Naar nu bekend is hebben 700 van de 1.500 openbare apotheken in Nederland zo'n contract met dat bedrijf. Ik heb er principieel geen enkel bezwaar tegen. Wij leveren ook cijfers aan de niet op winst gerichte Stichting Farmaceutische Kerngetallen en daar krijgen we ook geld voor. Dat is niet meer dan normaal. Die cijfers zijn een bijproduct van de apotheek. We doen er werk voor en er is in geïnvesteerd, dus er mag iets voor terugkomen.” In het geval van GlaxoWellcome gaat het om 10.000 tot 15.000 gulden per apotheek.

Van der Graaf wijst er op dat een apotheek tegenwoordig niet meer uitsluitend draaiende gehouden kan worden door de 10,80 gulden, die de apotheker per recept(regel) van de verzekeraar krijgt. “De vergoeding die de apotheek per recept krijgt is gebaseerd op een berekening van tien jaar terug. Dat was in een tijd dat het begrip 'farmaceutische patiëntenzorg', waarbij voor iedere patiënt ruim de tijd wordt genomen, nog niet bestond. Dat is in deze kwestie nogal essentieel. De patiënt wil meer informatie over medicijnen en verwacht van de apotheker en zijn assistentes dat daarin royaal wordt voorzien. Het aantal personeelsleden in een apotheek is in tien jaar dan ook aanmerkelijk toegenomen.”

“Verder ging de verzekeraar er vanuit dat de bezorger op een fiets rond reed en de computer niet meer dan een luxe type-machine was. De reële kosten die een gemiddelde apotheek tegenwoordig maakt zijn door een gerespecteerd accountantsbureau berekend en komen op 890.000 gulden. De vergoeding die je binnenhaalt met 66.000 recepten per jaar - dat doet de gemiddelde apotheek - bedraagt 710.000 gulden. Door bij de leveranciers een korting te bedingen, op grond van omzetverwachting en lange-termijnafspraken, wist de apotheek zich tot nu toe prima staande te houden,” zegt Van der Graaf.

“Dat er bonussen en kortingen worden gegeven, weet de overheid dus al jaren. Om die reden wordt de vergoeding per receptregel ook niet geactualiseerd. Wat je tekort komt aan die vergoeding moet je aan kortingen zien binnen te halen. Maar dat was politiek ook weer niet juist, dus werd de vergoeding voor het recept met 49 cent gekort. De rest moet je maar zien te regelen met je bonussen en kortingen, luidde de redenering van de politiek. En zo heeft de overheid dus zelf het signaal gegeven dat het gelegitimeerd is om actief op zoek te gaan naar bonussen en kortingen. Vanzelfsprekend kan dat tot hogere kortingen leiden dan de politiek graag ziet. Maar ja, apothekers zijn nu eenmaal ook ondernemers.”

“Zorgverzekeraars die allang vergeten waren dat 'zorg verzekeren' iets met solidariteit te maken heeft, dwongen apotheken contracten af te sluiten met clausules van lagere vergoedingstarieven dan de officiële inkoopprijzen. Om geen verlies te leiden is een korting dus inmiddels een 'must' geworden en zeker geen 'pure overwinst', zoals PvdA-Tweede-Kamerlid Oudkerk steeds betoogt. Om als apotheker geen geld te moeten toegeven op een afgeleverde doos met incontinentieverband of op diabeteshulpmiddelen moesten dus weer hogere kortingen worden bedongen,” zegt Van der Graaf.

“Die hunkering naar marktwerking blijkt ook uit het feit dat de politiek het toejuicht als er andere toetreders op de markt komen. Postorderaars, grootwinkelbedrijven en nu zelfs ziekenhuizen. Dat alles gaat nu toch door onder het motto 'concurrentie leidt tot de laagste prijs'. Maar die laagste prijs houdt wel de hoogste korting in. En die hoge bonussen en kortingen vormen nu juist de schande, aldus de politiek,” zegt Van der Graaf.

“Het lijkt er op dat iedereen vergeet dat er door de overheid nu al met bijna vijf procent wordt gekort op de inkoopprijzen die de apotheek vergoed krijgt. En die korting wordt volgend jaar opnieuw strenger. Wat is daarvan weer het gevolg? Iedere apotheker gaat op jacht naar nog hogere bonussen en kortingen. En bij het passeren van de kortingslijn wordt hij vervolgens door Oudkerk publiekelijk als geldwolf neergeschoten.”

“Vraag is natuurlijk of de patiënt hier iets mee opschiet,” zegt Van der Graaf. “Aan GlaxoWellcome leveren wij ieder kwartaal een lijst met onze totale omzetcijfers van hun producten. Dus hoeveel flesjes neusspray en hoeveel doosjes inhaleercapsules. Meer niet. Geen patiëntengegevens en ook geen artsencode. Die lijsten kunnen wij leveren dankzij een goed geautomatiseerde boekhouding, waar wij zelf voor hebben gezorgd en de zorgverzekeraar nooit een cent voor heeft betaald. Het is een bijproduct van ons dagelijks werk, net zoals de groenteboer naast groente en fruit ook fruitsalades verkoopt. Er zit voor onze apotheek geen enkele verplichting aan vast om uitsluitend producten van dit bedrijf af te leveren. Dat zou ook niet kunnen want de arts schrijft een geneesmiddel voor, niet de apotheker. Maar wat het contract met GlaxoWellcome ook biedt, is dat wij gratis hulpmateriaal voor de patiënten kunnen krijgen en daar hecht ik een groot belang aan. We krijgen uitleenvideo's, hulpmiddelen voor inhaleren van medicijnen of boekjes en scholing voor het voltallige personeel door goede docenten.”

Volgens cijfers van vijf jaar terug gaat er 300 miljoen of zoveel meer om in het circuit van bonussen en kortingen. Dat zou nu veel meer zijn als je de geluiden vanuit de industrie hoort. Twee ton per apotheek, of zoveel meer. Dat is beduidend meer dan wat er wordt ingeschoten per receptregel. Hoe realistisch is dat cijfer? Van der Graaf: “Ik kan niet beoordelen of dit getal juist is. Wel is voor mij duidelijk dat het rondroepen van deze cijfers de integriteit van de goedwillende apothekers schaadt. Ik hoop dat minister Borst snel met onze vertegenwoordigers - de KNMP - tot een oplossing komt voor een reële vergoeding voor ons werk. Natuurlijk is het mogelijk om als ondernemer een goede zorgverlener te zijn zonder deze wanklanken.”