Crisis bedreigt hulpplan voor de armste landen

Terwijl ministers en bankpresidenten in Washington vergaderen over de financiële crisis, dreigt de schuldverlichting voor de armste landen in het slop te raken.

WASHINGTON, 6 OKT. Er is één continent dat vrijwel geen last heeft van de financiële orkaan die over de wereld raast. Internationale geldschieters hebben Afrika altijd links laten liggen. Dus valt er nu ook weinig kapitaal terug te trekken. Die zegening is voor de Afrikanen maar betrekkelijk.

Subsahara-Afrika gaat gebukt onder een groeiende buitenlandse schuld aan multilaterale en bilaterale donoren. De buitenlandse schuld bedraagt meer dan tweederde van het bruto binnenlands product van het gebied.

Het schuldeninitiatief voor de armste landen van Internationaal Monetair Fonds (IMF) en Wereldbank zou uitkomst moeten bieden. Maar de vaart lijkt er na twee jaar uit. Oorzaak? Gebrek aan bereidheid van de rijke industrielanden het benodigde geld op tafel te leggen is er in elk geval één van. “Het schuldenplan is een van de belangrijkste multilaterale initiatieven van het afgelopen decennium”, hield minister Herfkens (Ontwikkelingssamenwerking) haar collega's gisteren in Washington voor. IMF en Wereldbank waren eerder wegens hun financiële status nooit bereid schulden kwijt te schelden.

Herfkens noemde het tijdens de ministersbijeenkomst “absurd” dat Nederland van alle landen nog steeds de grootste donor is van het trustfonds voor de schuldverlichting.

Nederland heeft als eerste bijdrage 61 miljoen dollar gestort. Japan en Frankrijk hebben het bij 10 miljoen en 21 miljoen dollar gelaten. De Verenigde Staten (een onwillig Congres) en Duitsland hebben het zelfs helemaal laten afweten. Grootste donor is de Wereldbank met een voorlopige storting van 750 miljoen dollar, terwijl het IMF 340 miljoen dollar heeft vrijgemaakt. De bedragen verbleken bij de vele tientallen miljarden dollars aan noodpakketten voor bestrijding van financiële crises in Azië en elders.

Het schuldeninitiatief voor de Highly Indebted Poorest Countries (in het jargon van Washington als HIPC's aangeduid) is bedoeld voor veertig landen. De uiteindelijke kosten zullen zo'n 8 à 9 miljard dollar bedragen. Het gaat niet alleen om verlichting van multilaterale maar ook van bilaterale schulden. In principe komen 40 landen voor het initiatief in aanmerking, landen waarvan de schuldenlast als “onhoudbaar” moet worden aangemerkt. Als criterium geldt onder andere dat de schuld groter moet zijn dan 200 tot 250 procent van de export.

Tot nu hebben slechts zeven landen (Oeganda, Bolivia, Burkina Faso, Ivoorkust, Mali, Mozambique en Guyana) zich voor schuldverlichting gekwalificeerd. Kandidaten moeten eerst zes jaar van 'goed economisch gedrag' laten zien. De termijn wordt weliswaar flexibel toegepast, maar tot toe hebben alleen Oeganda en Bolivia kunnen profiteren. Door de afname van de schuldenlast krijgen de landen meer financiële ruimte voor armoedebestrijding. Zo heeft Oeganda een speciaal poverty action fund gecreëerd voor lager onderwijs, gezondheidszorg, water, landbouw en wegeninfrastructuur. “Oeganda is voor ons een eiland van hoop in een zee van chaos”, zegt medewerker Justin Forsyth van de internationale hulporganisatie Oxfam.

Oxfam wil het 'HIPC-initiatief' nieuw leven inblazen door landen die het Oegandese voorbeeld van armoedebestrijding volgen, sneller voor schuldverlichting in aanmerking te laten komen. Ook zouden de criteria voor kwalificatie moeten worden versoepeld en de toelatingsperiode van zes tot maximaal drie jaar worden teruggebracht. Ook het Vaticaan heeft zich inmiddels bij de vele pressiegroepen gevoegd. De druk van de non-gouvernementele organisaties heeft tot nu toe weinig opgeleverd.

De weigering van grote industrielanden meer geld voor het 'HIPC-initiatief' op tafel te leggen, wekt bij pressiegroepen ook twijfel over de kansen voor een speciale financiële faciliteit voor zogenoemde 'post-conflictlanden', die een oorlog achter de rug hebben. Nederland was eerder dit jaar een van de initiatiefnemers. De 'post-conflictlanden', zoals Rwanda, hebben vaak nog schulden aan IMF en Wereldbank. Zij komen om die reden niet voor het 'HIPC-initiatief' in aanmerking.

Minister Herfkens toonde zich gisteren tevreden over het besluit van de ministersbijeenkomst de plannen verder uit te werken.

Zij is in principe ook voor een snellere uitvoering van het 'HIPC-initiatief', maar dan moeten eerst de grote industrielanden veel meer geld toezeggen. Herfkens vreest dat anders de Wereldbank voor de meerkosten moet opdraaien. Dat betekent volgens haar dat uiteindelijk ontwikkelingslanden de prijs betalen. Zij heeft haar hoop gevestigd op Duitsland. De nieuwe Duitse regering zou geld voor het 'HIPC-initiatief' kunnen toezeggen.