China steunt mensenrechtenverdrag niet volledig

China heeft gisteren het Internationaal verdrag inzake burgerlijke en politieke rechten in New York ondertekend. Enkele Chinese politici en juristen hebben echter kenbaar gemaakt dat China op een aantal essentiële punten het convenant niet kan nakomen.

PEKING, 6 OKT. China heeft gisteren het Internationale verdrag inzake burgerlijke en politieke rechten in New York ondertekend. Maar dat is nog maar een eerste stap. Volgens Liu Nanlai, vice-directeur van het centrum voor de rechten van de mens van de Chinese Academie van sociale wetenschappen (de denktank van de regering) zijn voorbehouden ten aanzien van de vrijheid van vereniging, de afschaffing van de doodstraf en de vrijheid van mobiliteit noodzakelijk.

Liu, die aan het hoofd staat van het team van juristen dat de voorbehouden op het convenant moet formuleren, zegt in een artikel in de officiële Engelstalige krant China Daily van afgelopen weekeinde dat China zich in een ontwikkelingsstadium bevindt waarin het voorlopig niet in staat is de drie genoemde bepalingen in de praktijk te brengen. De Verenigde Naties, de opstellers van het verdrag, staan landen die het verdrag ondertekenen toe bij bepaalde clausules uitzonderingen te maken.

“Als wij de vrijheid op het gebied van vereniging en vergadering wensen te ratificeren dan zal de grondwet moeten worden veranderd”, aldus een gedelegeerde van China's Nationale Volkscongres, aangehaald in de Hongkongse media. “Maar voorlopig geven de leiders van het land de voorkeur aan politieke stabiliteit, en niet aan een toename van politieke vrijheden.” In de weken voorafgaande aan het bezoek van Mary Robinson, de Hoge Commissaris voor de rechten van de mens, deed het gerucht de ronde, vooral verspreid door de dissidentenbeweging zelf, dat de autoriteiten bereidheid vertoonden tot de registratie van een pro-democratische oppositiepartij. Maar alle pogingen tot registratie door de applicanten van de China Democracy Party, zijn op niets uitgedraaid, en enkele dissidenten die met de partij worden geassocieerd, zijn opgepakt.

Volgens een adviseur van president Jiang Zemin, de vice-voorzitter van de Chinese academie voor sociale wetenschappen Liu Ji, is een meer-partijenstelsel niet aan de orde in China omdat anders te veel verdeeldheid zou kunnen ontstaan in het land. “Als wij een meer-partijensysteem zouden hebben, dan zou sprake kunnen zijn van 300 of 400 partijen”, zegt hij in een recent artikel in het Hongkongse tijdschrift Far Eastern Economic Review. “(..) In China is sprake van 200 miljoen analfabeten. Misschien richten zij een partij op voor analfabeten en gaan zij een strijd aan met alle andere mensen.”

Dergelijke logica wordt ook gehanteerd in het betoog voor het behoud van de doodstraf. “De mate van criminaliteit in China maakt de vermindering van de toepassing van de doodstraf onmogelijk”, zegt eerder genoemd congreslid. Het merendeel van alle doodstraffen in de wereld wordt in China uitgesproken.

Volgens de Chinese regering is de vrijheid van mobiliteit eveneens onmogelijk omdat China kampt met een overbevolkingsprobleem. Het zou niet kunnen instaan voor de verschaffing van behuizing, onderwijs en infrastructurele voorzieningen voor de grote bevolkingsgroep van het platteland die anders massaal naar de stad zou trekken. Aanpassingen van het verplichte registratiesysteem, zoals de uitgifte van een vestigingsvergunningen voor mensen van buiten de stad die voor een bepaald bedrag in de stad hebben geïnvesteerd, zouden aangeven dat China bereid is zich op den duur naar de internationale maatstaven te richten.

“De ondertekening van het verdrag leidt de weg naar wetswijzigingen op het gebied van de rechten van de mens. (..) Het convenant bewijst dat de regering ernst maakt met het aanmoedigen van politieke hervormingen en betere bescherming van de rechten van de mens”, aldus een bericht in het Chinese Volksdagblad.

Het verdrag garandeert de vrijheid van meningsuiting en een eerlijk proces en biedt bescherming tegen mishandeling en willekeurige opsluiting. Chinese dissidenten zeggen dat China met de ondertekening van het convenant slechts de uiterlijke schijn vertoont van een beschaafd wereldburger, terwijl de gevangenissen in het land nog vol politieke gevangenen zitten.

Eerder tekende China het Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten. Maar tot dusverre heeft het Volkscongres die overeenkomst niet geratificeerd. Wanneer het jongste verdrag wordt geratificeerd is eveneens onduidelijk. Volgens een woordvoerder van het departement voor internationale organisaties van het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken, zal ratificatie nog geruime tijd op zich laten wachten. “Veel ministeries zullen een mening moeten vormen, dat kost erg veel tijd.”