Weg van Riagg en ego-proza

Lust & Gratie. Driemaandelijks literair tijdschrift, 15de jaargang, nr. 2. Uitg. Vassallucci, ƒ 15,-.

Bijna vijftien jaar geleden werd het feministische literaire tijdschrift Lust & Gratie geboren. Alleen de titel al was een verademing. Feminisme en lust was een combinatie die lange tijd als een taboe gold, gratie paste al helemaal niet bij het clichébeeld dat er van lompe, in tuinbroeken gehulde feministische vrouwen bestond. Het tijdschrift deed zijn naam eer aan: ik herinner me mooie lesbische poëzie, verzorgde essays, opwindende illustraties.

In het voorwoord bij het nummer ter ere van het derde lustrum, heet het dat Lust & Gratie nog altijd staat voor kracht en lef, ruimte en beweging. Het blad wil vrouwelijk talent uitdagen tot publiceren. En om te laten zien wat zich op dit moment afspeelt onder de femmes des lettres worden zestien 'hedendaagse schrijfsters' in de gelegenheid gesteld hun werk te presenteren.

Annelies Passchier, oud-redacteur van Lust & Gratie, schrijfster van de verhalenbundel Mors en de roman Een vorstelijk hotel leidt het themanummer in met een essay over de vraag hoe de schrijver de lezer vervoert. Opvallend aan haar betoog is dat ze de vraag naar het 'waarom' van een seksegebonden literair tijdschrift, dat alleen vrouwelijke auteurs plaatsruimte biedt, nergens stelt. Om duidelijk te maken aan welke eisen een literair werk wat haar betreft moet voldoen, citeert ze zelfs alleen mannen: Kees van Beijnum, Elias Canetti, Kees Fens en Jan Mulder. Een duidelijke literaire voorkeur of literatuuropvatting destilleer ik niet uit haar essay, of het moet zijn dat ze een afkeer heeft van autobiografisch proza of ikkerige poezie. 'De schrijver die in de huid van een ander kruipt, verwijdert zich van de vraag naar het eigen ik, verwijdert zich van de therapie, Riagg en ego-promotie, en probeert juist de raadsels van het menselijk gedrag te verwoorden en te verbeelden.' Instemmend haalt Passchier Kees Fens aan, die vindt dat bij veel jonge dichters de beschouwing de plasticiteit heeft verdrongen. 'Men peilt zichzelf, maar zelden zichzelf in een ander'.

Na zo'n uiteenzetting zou je verwachten dat de verhalen van de zestien hedendaagse schrijfster onder een (min of meer) gemeenschappelijke noemer worden ondergebracht. Maar niets is minder waar. Passchier heeft die noemer niet kunnen (of willen) vinden. Het enige wat ze over de medewerksters aan het jubileumnummer zegt is dit: 'Een schrijver van nu is een schrijver van deze tijd, maar waar het om gaat is dat er teksten worden geschreven waar we niet omheen kunnen, dat er beelden worden opgeroepen die in onze herinnering blijven.'

Eerlijk gezegd is dat laatste nogal een pretentieuze kwalificatie voor de wel erg summiere stukjes die beginnende schrijfsters als Maria Barnas, Sabine van den Berg, Pam Emmerik, Eva de Jong, Josien Laurier, Nausicaa Marbe, Christine Otten en Marion Vredeling hier kwijt kunnen. Niet dat het inferieure verhalen zijn, maar om nou te zeggen dat het om teksten gaat waar we niet omheen kunnen...

Mij beviel dit nummer van Lust & Gratie vooral omdat het mijn nieuwsgierigheid bevredigde naar schrijfsters die nog niet zo lang geleden veelbelovend zijn gedebuteerd en van wie ik nooit meer iets had vernomen. Marion Vredeling bijvoorbeeld publiceerde in 1997 de voortreffelijke verhalenbundel Godin van het vuil die naar meer deed verlangen. Nu lees ik dat er eind dit jaar een toneelstuk (Onschuldige verhalen) van haar wordt opgevoerd en dat ze werkt aan een nieuw boek. Haar verhaal 'Interpassief' dat in Lust & Gratie staat, gaat over een schrijfster die in Mexico materiaal verzamelt voor een boek dat vermoedelijk over (angst voor) de dood zal gaan. Intussen vloeien met het grootste gemak soepele en geestige beschrijvingen uit haar pen van mensen, sferen, zonsondergangen, katten, uilen en hotelkamers. 'De bedden hebben hier altijd de grootte van een twijfelaar. Het 'je weet maar nooit' is zeer tastbaar in de maat van de slaapkamerameublementen.'

Ook Pam Emmerik met 'Het Afrikaanse nachtkastje' (door haar zelf geïllustreerd) stelt niet teleur. In haar verhaal krijgt de vrouwelijke hoofdpersoon van een vriendin een reusachtige (hier illegaal verblijvende) neger cadeau met het verzoek hem in haar huis op te nemen. En dan is er nog 'Wat maakt het licht uit' van Maria Barnas, een fragment uit Onland, een werk in tekst en beeld waarmee ze onlangs afstudeerde aan de Rietveldacademie. Van haar - maar dat dacht ik al na haar roman Engelen van IJs - gaan we vast meer horen.