Verhalen vertellen

Hanneke Groenteman, presentatrice van De Plantage, kon haar verbazing niet verbergen. Zes nominaties voor de literaire prijs van De Generale Bank (vroeger de Ako-prijs) en ze kende er bijna geen een. Dat wil zeggen, zeker één, die van haar eigen televisie-hoofdredacteur Hans Maarten van den Brink met zijn roeiroman Over het Water.

Er kwamen veel nieuwe namen aan de literaire top als Bleker&Elmendorp, Stefan Hertmans, Herman Franke en Frans Denissen. De voorzitter van de jury, de Vlaamse museumdirecteur Jan Hoet, was er eerst een vergeten. Pas toen hij na lang aandringen van Groenteman een velletje te voorschijn haalde, kon hij ze alle zes opsommen. Charmant, zo'n ongetrainde bobo op de buis. Hij was er trots op dat hij de namen van de medejuryleden pas na vier sessies kende. Dat belooft een verrassende prijsuitreiking te worden.

Een nominatie verdient ook de documentaireserie Als ze maar gelukkig zijn (VPRO) van Bram van Splunteren over de wederzijdse verwachtingen van ouders en kinderen. De eerste aflevering toonde een gezin met twee zwangere tienerdochters. De ouders zeiden gelukkig te zijn met de kleinkinderen. Door hun komst waren de spanningen met hun dochters voorbij. Het hoe en waarom van die onrust bleef onduidelijk. Was het gewoon de puberteit of speelden er andere problemen? Vader was minder gaan werken en hielp mee met het inrichten van het nieuwe huis van de vertrekkende dochter. Blije scenes in scherp contrast met de harde realiteit van het bijstandsmoederschap.

Gisteren werd de vijfde en op een na laatste aflevering vertoond over een gezin met twee biologische en twee uit Colombia geadopteerde kinderen. Door de aanwezigheid van de camera hoorde de moeder voor het eerst dat haar Colombiaanse tienerkinderen al op hun zesde ruzie maakten over hun natuurlijke moeder. De dochter wilde haar zien, maar haar broertje niet. Later zijn ze toch gaan zoeken. De dochter was na een bezoek aan haar natuurlijke moeder tevreden gesteld. “Ze was een gewone vrouw voor mij, niet mijn moeder”, zegt ze achteraf.

Ze was lange tijd opstandig geweest. Aan haar knaagde de twijfel of ze zo geaccepteerd werd als haar niet geadopteerde broers. Ze had haar adoptie-moeder de vreselijkste dingen toegevoegd, dat ze haar niet zou missen als ze dood zou zijn en dat ze liever in een tehuis had gezeten.

“Wij als ouders kunnen nooit voelen hoe het is om geadopteerd te zijn”, bekende de Nederlandse moeder. “Je biologische kinderen hebben geen keus, je adoptiekinderen wel.”

Zo'n documentaire vertelt onbevangen een verhaal. De personen worden in huis gevolgd en ze herinneren zich het verleden. Kijkers krijgen de kans om er verschillend tegenover te staan. Verhalen reiken verder dan zielkundige verklaringen, waar de televisie in grossiert. Dat probeerde schrijver Harry Mulisch gisteren ook duidelijk te maken aan Roel van Dalen die hem voor een documentaire met de camera volgde tijdens het schrijven van zijn nieuwe roman De Procedure. Mulisch is zo'n bekende schrijver die de Akoprijs nooit gewonnen heeft. Hij onderzoekt altijd nauwkeurig de omstandigheden waarin zijn karakters verkeren. Voor De Procedure reisde hij naar Praag en Venetië en ondervroeg hij een microbioloog over de mogelijkheid van het scheppen van leven en een hoogleraar Hebreeuws over de golem, een volgens een Joodse legende uit aarde gemaakte levende mens.

Toen Van Dalen hem vroeg of zijn toon zachter was geworden, sinds hij weer een klein kind had, antwoordde hij wegwerpend.

“Nou gaan we psychologiseren. Nou dat kan. Dat is een manier van denken die niet de mijne is.

“Hoezo niet?”

“Natuurlijk, alles heeft oorzaken maar mij interesseert het resultaat en niet wat eraan voorafgaat. Mij interesseert alleen dit”, en hij wees op zijn manuscript. Ondertussen liet hij de kijker wel zien wat eraan voorafging.