Turkije ziet Syrië als obstakel voor rust in zuidoosten

Volgens het invloedrijke Turkse leger kan de strijd tegen de PKK nu worden gewonnen, mits Syrië zijn steun aan de Koerden staakt. Dat staat op de achtergrond van de huidige crisis tussen Turkije en Syrië.

ANKARA, 5 OKT. De Turkse autoriteiten geloven dat Syrië het enige nog overgebleven struikelblok is om de Koerdische Arbeiders Partij (PKK), die sinds 1984 een guerrillaoorlog voert in Zuidoost-Turkije, militair volledig te elimineren. Waarnemers in Turkije menen dat dat de belangrijkste reden is waarom Turkije juist nu de oorlogsdreiging tegen Syrië opvoert.

Het veiligheidsleger stelt dat de strijd tegen de PKK inmiddels in een cruciale fase is aangeland - de PKK is in het zuidoosten vergaand gemarginaliseerd - maar dat de rebellen dankzij de materiële en logistieke steun met name vanuit Syrië, in staat zijn om de guerrillastrijd in Zuidoost-Turkije voort te zetten. Syrië kreeg vorige week van president Süleyman Demirel te horen dat “Turkije zich het recht toeëigent om tot vergeldingsmaatregelen tegen Syrië over te gaan”. De chef van de generale staf, generaal Hüseyin Kivrikoglu, stelde tegelijkertijd “dat nog slechts de oorlog tegen Syrië moet worden afgeroepen”. Nog steeds wordt gesproken van troepenconcentraties aan de grens met Syrië en verkenningsvluchten van de Turkse luchtmacht in de grensstreek.

Het Turkse veiligheidsleger, dat de strijd tegen de PKK sinds 1993 aanzienlijk heeft opgevoerd, meent pas in staat te zijn om de controle over het Koerdische zuidoosten terug te winnen als Damascus afziet van steun aan de PKK. PKK-leider Abdullah Öcalan opereert openlijk vanuit de Syrische hoofdstad, terwijl de verzetsorganisatie tevens over trainingskampen beschikt in het door Syrië gecontroleerde deel van de Beka'a-vallei in Libanon.

De irritatie daarover van de kant van de machtige Turkse legerstaf klinkt al geruime tijd in Ankara. Als reactie daarop heeft het Turkse ministerie van Buitenlandse Zaken in de afgelopen maanden de diplomatieke druk op Syrië opgevoerd - net als op Iran, dat de PKK gedoogt. In juli heeft Ankara in een twaalf punten tellende brief Damascus te verstaan gegeven aan welke voorwaarden het moet voldoen om de relaties met het buurland te normaliseren. Zo werd Syrië opgeroepen zich niet langer in Turkijes binnenlandse aangelegenheden te mengen en af te zien van steun aan terreurorganisaties. Tot nu toe heeft Syrië niet op die handreiking gereageerd. Het gevolg is dat de machtige Turkse legertop het initiatief nu naar zich toetrekt en de publieke opinie, zowel in Turkije zelf als internationaal, erop voorbereidt dat de tijd van praten voorbij. Het geduld in Ankara is op. Syrië moet maar eens boeten voor de ongebreidelde steun aan de PKK.

Maar er spelen nog meer ontwikkelingen met betrekking tot de PKK die het Turkse leger schrik inboezemen. De verzetsorganisatie is er de laatste tijd wonderwel in geslaagd om de kwestie van de Turkse Koerden op de politieke agenda in de Westerse hoofdsteden te plaatsen. De belangrijkste aanleiding daartoe vormde het eenzijdige staakt-het-vuren van de PKK, dat sinds 1 september van kracht is. Dit initiatief tot vrede appelleert aan de gevoelens in Europa en de VS dat het tijd wordt om de Koerden in Turkije politieke en culturele rechten toe te kennen.

De Turkse militairen, maar in het verlengde daarvan ook de Turkse politiek, vrezen niet alleen dat de PKK zo op een gewiekste manier de aandacht van de terreurdaden afleidt en zichzelf meer en meer presenteert als een politieke organisatie. Ook zijn zij bang dat hierdoor de druk op Turkije toeneemt om democratische hervormingen door te voeren - zeker wat betreft de Koerden. Dat was vorige week al te zien in Rome, waar het Koerdische parlement in ballingschap, dat wordt gezien als een dekmantel voor de PKK, in het Italiaanse parlement werd geduld. Uit protest hiertegen heeft Ankara zijn ambassadeur uit Rome teruggeroepen.

Daarnaast vreest Turkije een grotere verzelfstandiging van de Koerden in Noord-Irak. De VS zijn er vorige maand in geslaagd om de rivaliserende Iraaks-Koerdische partijen te verzoenen en de weg te effenen voor politieke hervormingen in de zin van een Iraaks Koerdisch parlement. Dit gebeurde allemaal zonder dat Turkije daarin werd gekend, wat de angst in Ankara nieuw leven inblies dat de VS een onafhankelijke Iraaks Koerdische staat voorstaan. Noord-Irak wordt door het Turkse leger als de achtertuin van Turkije gezien, waartoe het zich in de vorm van militaire operaties tegen de PKK ongeremd toegang verschaft. Ook dit weekeinde is men weer massaal de grens overgetrokken.

Daarnaast spelen binnenlandse ontwikkelingen mee in de oorlogsdreiging tegen Syrië. In de loop van de strijd in Zuidoost-Turkije hebben ultra-nationalistische mafiaclans zich in het staatsapparaat genesteld. Deze zogenaamde 'gangsters in uniform' vormen zo langzamerhand een zo grote dreiging voor de Turkse staat, dat ze moeten worden geëlimineerd. Dat kan echter niet zolang de Koerdische strijd in Zuidoost-Turkije doorgaat.