Column

Supporter

Olsen mort en ik mor met hem mee. Wij supporters sluipen stil door Amsterdam en komen niet meer fluitend de sigarenwinkel binnen. De magere jaren zijn begonnen. Twee nul verliezen van Sparta is veel. Veel te veel. Of ik erbij was? Ik ga nooit mee naar uitwedstrijden, ook niet in de toptijd. Daarbij had ik het druk. Moest met het hele gezin, inclusief Flapoor en de guppen, naar de Haagse O.L. Vrouwekerk, waar de pastoor voor het eerst sinds jaren niet hoefde te zeggen: “Er komt geen hond.” Mijn autoradio hield me op de terugweg op de hoogte. Zeg maar laagte.

“Nou voel je eens wat wij al die jaren gevoeld hebben”, sprak mijn vaste Feyenoord-vriend triomfantelijk en ik gun hem na zoveel jaren magerte zijn mooie eerste plaats. Ajax kreunt, griept, zoekt, bijt en traint vandaag in een Arena waar nog heel zacht de geur van 49.000 Margriet-lezeressen hangt. Ons stadion is namelijk multifunctioneel en zat zaterdagavond vol met provinciale theemutsen in de overgang. Zag in het journaal één man. Zo'n tut met een baby in een stoeltje. Lekker met je vrouw naar de verjaardag van Margriet. Wedden dat die eikel op mijn vaste stoel heeft gezeten? En dat ik daar het hele seizoen aan moet denken? Dus kijkend naar een verliezend Ajax zie ik dat windjack, die met zijn vrouw mee moest naar de verjaardag van Margriet. Ik sla een seizoentje over.