Schrijver zijn is niet leuk, volgens Büch

Voorstelling: Hoe word ik schrijver? Een cursus, van Boudewijn Büch. Gezien: 2/10, Theater Het Kruispunt, Barendrecht. Tournee t/m 31-3, o.a. 21/10 Haarlem, 15/11 Groningen, 17/11 Den Haag, 2/3 Leiden, 9 t/m 13/3 Amsterdam. Inl. (030) 2802330.

“Ik ben een schrijver van de mislukte categorie,” begon Boudewijn Büch zijn theatervoorstelling Hoe word ik schrijver? Een cursus. Vrijdagavond stond hij in Theater Het Kruispunt in Barendrecht, de vorige avond was hij in Winterswijk geweest. “Het kan niet erger denk ik. Echt grote schrijvers staan toch in Carré?” Hiermee was de toon gezet voor de avond, waarin het vooral draaide om Büchs verontwaardiging over zijn lage literaire status. Daarbij spaarde hij zichzelf niet: “Aan mij kleeft iets ordinairs. Dat zit in de familie, dat weet ik.”

Boudewijn Büch (50) heeft meerdere malen in interviews verklaard dat hij het vervelend vindt als mensen hem vragen: 'Gôh, schrijft u ook boeken?'. Dat hij zijn bekendheid niet ontleent aan zijn literaire werk maar aan zijn televisieoptredens, in zijn reisprogramma De wereld van Boudewijn Büch of als panellid in Waku Waku, lijkt hem diep te frustreren, ook al heeft hij het aan zichzelf te wijten. Voor die frustratie heeft Büch een vermakelijke vorm gevonden in zijn theatervoorstelling: hij valt het duffe Nederlandse literaire klimaat aan door, zogenaamd bescheiden, zijn eigen tekortkomingen breed uit te meten: hij zit niet in de juiste literaire programma's, hij is niet lelijk genoeg, hij doet een reclamespotje voor een rijstmerk. Kortom, het lukt hem niet de rol van een serieus auteur te spelen, en daarom speelt hij maar de rol van de gewone jongen. “Ach, het lijkt meer dan het is, dat schrijven,” stelde Büch het publiek gerust, en de conclusie van de 'cursus' luidde: “Het is niet leuk om schrijver te zijn, jongens, doe het nou niet. Blijf maar bij het gas, water en licht werken.”

Paradoxaal genoeg bleek Büch bij zijn kritiek op de teksten van het populaire Nederlandse lied wél intellectuele criteria te hanteren. “Het gaat nergens over,” klonk het na een geestige close-reading van een nummer als 'Mexico' van 'Z. zonder naam' (“Iemand die z'n hart verliest aan Mexico is er slecht aan toe”). Niet alleen de teksten maar ook de artiesten, zoals de 'zingende coltrui' Marco Borsato en de 'grote dichter Alberts' (“Hoe kun je op de bank slapen als in een karretje zit?”), werden door Büch hard aangepakt, in de stijl van zijn column in de Nieuwe Revu. Toch leek het hem om iets wezenlijkers te gaan: “Er is iets vals aan de gang in het Nederlandse lied.” Hij verbaasde zich erover dat van 'Mexico' zo'n vier miljoen exemplaren zijn verkocht, en van zijn Verzamelde gedichten maar negenendertig. Büch beloofde het publiek de 'echte, eenvoudige literatuur van het volk', en las na de pauze het zestiende hoofdstuk van De kleine blonde dood voor. “Dit gaat tenminste wel ergens over.”