Roetsj-roetsj-roetsj om grenzen te zoeken

Roetsj-roetsj-roetsj. De rolstoelrugbyers van Kameleon-QRazy Laesies zijn behendig en snel in hun 'karretjes'. Zo snel, dat er weleens iemand botst met een tegenstander en met rolstoel en al omtuimelt. Niks bijzonders, zegt Jeroen Ephraïm (32), dat hoort er gewoon bij.

Validen die voor het eerst bij zijn team komen kijken, vinden zo'n tuimelpartij toch vaak een beetje vreemd, is Ephraïms ervaring. “Wij worden nog altijd een beetje zielig gevonden en mede daardoor ook vaak betutteld”, zegt hij. Zijn teamgenoten en hij willen echter gewoon lekker sporten en daarbij hun grenzen zoeken. En omdat invalidensport nu eenmaal geen bezigheidstherapie is, kan er weleens iemand vallen en een blauwe plek oplopen.

Als tiener deed Ephraïm veel aan sport: onder meer voetbal, wielrennen, skiën en cricket. In 1985 kreeg hij een verkeersongeluk, een hoge dwarslaesie - gebroken nek - was het gevolg. Na een herstelperiode van ruim anderhalf jaar wilde hij weer wat aan sport doen. Rolstoelbasketbal of -tennis waren niet geschikt voor hem, daarvoor had hij onvoldoende spierfuncties. Door toeval kwam hij in aanraking met rolstoelrugby, zeer geschikt voor mensen met een hoge dwarsleasie. Rolstoelrugby wordt - gemengd, vier tegen vier - beoefend op een basketbalveld. Gescoord wordt er wanneer een speler met de bal over de achterlijn van de tegenpartij rijdt.

Ephraïm en zijn teamgenoten praten onderling nauwelijks over hun handicap. Waarom zouden ze ook. Dat ze in een rolstoel zitten, daar staan ze nauwelijks nog bij stil. Ze zijn een sportteam zoals ieder ander, benadrukt de voormalig international. Na afloop van een training of wedstrijd pakken ze ook een biertje en ouwehoeren ze wat. En daarna? Nou gewoon, roetsj-roetsj-roetsj naar huis natuurlijk!