Naakt op de gang met poep aan de benen

De crisisdiensten van de Riagg's vinden hun nieuwe vergoeding voor nachtwerk te laag. “Als je nacht na nacht wordt bedreigd en bespuugd wil je een passende beloning.”

NIJMEGEN, 5 OKT. Het nachtteam van de crisisdienst Nijmegen betreedt de separeerkamer van het academisch ziekenhuis. Drie verpleegkundigen houden daar nauwlettend Karin (28) in de gaten. Ze zit op een houten bed en wiegt heen en weer. Het blonde haar staat overeind van de vele malen dat ze er met een diepe zucht haar handen doorheen heeft gehaald. De witte jurk van onscheurbaar materiaal hangt als een zak om haar lijf.

De jonge vrouw werd aan het eind van de middag op advies van haar huisarts opgenomen. Zelf wil Karin weg, terwijl de verpleegkundigen menen dat de vrouw een gevaar voor zichzelf en haar omgeving zal zijn en niet 's nachts de straat op kan worden gestuurd. Wilma Emonds en arts Agnes Oomen van de crisisdienst Nijmegen moeten beslissen of een gedwongen opname noodzakelijk is.

De crisisdiensten van de Riagg, de instellingen voor ambulante geestelijke gezondheidszorg, sloegen vorige week alarm. De financiële compensatie voor werk buiten kantooruren is onder de nieuwe CAO 450 gulden bruto lager, waardoor volgens de diensten steeds minder verpleegkundigen bereid zijn bij nacht en ontij acute psychiatrische hulp te verlenen. Crisisdienst Nijmegen overweegt een staking, maar de bonden hebben laten weten zo'n actie niet te zullen steunen.

De crisisdienst verleent acute psychiatrische hulp aan mensen met zelfmoordneigingen, ernstige depressies, persoonlijkheidsstoornissen en ernstige dementie. Op aanwijzing van politie, huisartsen, ziekenhuizen en opvangcentra voor daklozen en asielzoekers trekken de medewerkers er, alleen en meestal 's nachts, met een koffertje vol anti-psychotica op uit. Alleen als iemand gedwongen moet worden opgenomen is er een arts aanwezig.

Juist het werk buiten kantooruren wordt volgens de crisisdiensten slecht betaald, terwijl de werkdruk toeneemt. Door de Wet Bijzondere Opnamen Psychiatrische Ziekenhuizen (BOPZ) kunnen patiënten alleen nog onder strenge voorwaarden worden opgenomen. Vaker dan voorheen schakelen politie en artsen de crisisdiensten in om te laten onderzoeken of opname noodzakelijk is. Die hebben daardoor meer te doen gekregen.

“Het is niet zo dat we niet willen werken”, zegt Paul van Hoek van de crisisdienst Nijmegen. “Nee, het werk is leuk en geeft voldoening. Maar als je nacht na nacht wordt bedreigd, bespuugd, verwijten naar je hoofd krijgt gesmeten en soms klappen opvangt, dan wil je daar een passende beloning voor hebben. Een goede financiële vergoeding, waardoor je alle ellende op de koop toeneemt. Ik kan voor hetzelfde geld ook werk zoeken dat makkelijker en veiliger is.”

In de separeerkamer van het ziekenhuis geeft Karin geen reactie op de vragen van het crisisteam. Wilma en Agnes proberen te achterhalen of de vrouw nog beseft waar ze is. “Mag je niets zeggen?” vraagt Wilma. De vrouw reageert onrustig. Ze maakt duidelijk dat ze niet in het ziekenhuis wil blijven. “Waar wil je dan heen?” “Nergens, ik wil nergens zijn.”

Het team heeft besloten dat een in-bewaring-stelling (ibs), een gedwongen opname, nodig is. Omdat een ibs een beroving van iemands vrijheid is, moet de crisisdienst de noodzakelijke papieren door de burgemeester laten ondertekenen. De papieren gaan vervolgens naar de patiënt zelf, een advocaat die aan hem of haar wordt toegewezen, en de officier van justitie.

Tegen achten komt Wilma Emonds aan bij het huis van wethouder Lucassen van milieu, verkeer en huisvesting, die deze avond de burgemeester vervangt. “Ik sta net vlees te bakken, kom maar naar de keuken”, zegt Lucassen, op sloffen en met glas wijn in de hand. De beslissing om iemand gedwongen op te sluiten valt hem zwaar. “Ik ken het jargon niet en je weet toch niet of iemand echt 'gek' genoeg is.” Zijn collega-wethouders hebben hem er al op gewezen dat niet tekenen zeldzaam is. Alleen oud-burgemeester Dales heeft ooit, vijftien jaar geleden, haar medewerking geweigerd. Na een gesprek van een half uur zet Lucassen zijn handtekening.

Een demente bejaarde vrouw in een noord-Limburgs dorpje vraagt vervolgens aandacht. Aangezien de volgende crisisdienst pas in Venlo zit, gaat Wilma ook hier op af. Het gebied van het crisisteam Nijmegen beslaat ruim 70 kilometer in noord-zuid richting, met 350.000 inwoners.

Mevrouw Bakker vindt dat ze zelf alles aankan. Haar benen zitten echter vol met poepresten, de buren hebben er schoon genoeg van dat ze naakt door de gang rent en haar schoondochter is de wanhoop nabij sinds de 86-jarige vrouw over haar balkonhekje op drie hoog wilde klimmen. De vrouw houdt stug vol dat ze niet naar het ziekenhuis of een verpleegtehuis wil. Familie en huisarts hebben de crisisdienst gebeld.

Wilma probeert met zachte dwang de vrouw te overreden. “Uw huisdokter vindt het ook beter dat u een paar nachtjes in een ziekenhuis gaat slapen.” “Daar is niks van waar. Die gaf me gewoon wat pilletjes.” Met moeite weet het crisisteam een bed te vinden in een naburig verpleegtehuis. Vraag is of de vrouw daar wil blijven. Ze is voldoende bij zinnen, zodat een gedwongen opname niet mogelijk is, en kan het verpleegtehuis ieder moment weer zelf verlaten.

Zestien uur later draagt Emonds haar dossiers over. Aan het begin van haar dienst zag het er nog naar uit dat ze te maken kon krijgen met een meisje dat enkele dagen eerder haar polsen had doorgesneden, een man die dreigde weg te lopen uit een psychiatrisch centrum en een Iraanse asielzoeker die agressief kon worden. Dat is niet gebeurd. Het was een rustige nacht, concludeert de dagdienst.

De namen van de cliënten zijn om redenen van privacy gefingeerd.