Holbrooke zet Miloševic onder druk

BELGRADO, BRUSSEL, 5 OKT. De speciale Amerikaanse gezant Richard Holbrooke en twee Russische ministers proberen de Joegoslavische president Slobodan Miloševic nog tot concessies inzake Kosovo te bewegen om aldus een NAVO-ingrijpen te voorkomen. Vandaag presenteert VN-chef Kofi Annan het rapport over Kosovo op basis waarvan wordt beslist of de NAVO ingrijpt.

Richard Holbrooke, in 1995 de architect van het Dayton-akkoord over Bosnië, reisde vandaag in opdracht van minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright naar Brussel voor overleg met de secretaris-generaal van de NAVO, Javier Solana en andere hoge functionarissen van het bondgenootschap. Hij reist later vandaag door naar Belgrado om met Miloševic te praten. Doel van de missie is volgens de woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken Miloševic duidelijk te maken wat de Veiligheidsraad van de VN in zijn resolutie van 23 september van de Joegoslavische regering verwacht “en de noodzaak van snelle naleving [van die resolutie] te onderstrepen”. In resolutie 1199 eiste de Veiligheidsraad van Belgrado een bestand in Kosovo, terugtrekking van de Servische troepen en een dialoog met de Albanezen onder internationaal toezicht. Kofi Annan moet de Veiligheidsraad vandaag in zijn verslag meedelen in welke mate Belgrado aan die voorwaarden heeft voldaan. Zijn bevindingen vormen de basis voor het besluit, militair op te treden.

Holbrooke zei vanochtend in Brussel dat de situatie in Kosovo “nog even serieus is als twee weken geleden”, hetgeen volgens hem in Annans rapport zal worden onderstreept. Holbrooke zei dat hij en de Amerikaanse bemiddelaar Christopher Hill Miloševic later vandaag zullen proberen te overtuigen van de ernst van de toestand.

Gisteren kreeg Miloševic een zeer hoge Russische delegatie op bezoek, geleid door minister van Buitenlandse Zaken Igor Ivanov en minister van Defensie Igor Sergejev. Algemeen wordt aangenomen dat zij de Joegoslavische leider hebben gewezen op de risico's die hij loopt als hij niet voldoet aan de eisen van de Veiligheidsraad.

Na dit gesprek belegde Miloševic een bijeenkomst van de Joegoslavische Opperste Defensieraad, waarin hijzelf als Joegoslavisch president zit en waarin verder de presidenten van Servië en Montenegro, de premier van Joegoslavië, de Joegoslavische minister van Defensie en de chef-staf van de strijdkrachten zitten. Na dit overleg werd een verklaring uitgegeven waarin staat dat Joegoslavië zich “met alle middelen” zal verdedigen als het wordt aangevallen. “Joegoslavië opteert voor de vrede en is bereid alle hangende kwesties vreedzaam te regelen, maar als we worden aangevallen zullen we ons met alle middelen verdedigen”, aldus de Defensieraad in de “unaniem” aangenomen verklaring. De Joegoslavische luchtmacht werd gisteren in paraatheid gebracht.

Rusland keerde zich gisteren opnieuw in scherpe termen tegen het gebruik van geweld in Kosovo. Terwijl de ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie in Belgrado met Miloševic spraken, gaf de regering in Moskou een verklaring uit waarin een NAVO-ingrijpen in Kosovo zonder toestemming van de Veiligheidsraad “een grove schending van het Handvest van de VN” werd genoemd en waarin werd gesteld dat dat ingrijpen de kansen op een vreedzame regeling van het conflict in Kosovo zou vernietigen, in plaats van ze te vergroten.

De secretaris-generaal van de NAVO, Javier Solana, waarschuwde Belgrado gisteren “de tijd voor politieke alternatieven opraakt”. Solana gaf toe dat het verzet van Rusland een probleem is, maar zei dat Rusland het “de facto ultimatum” van de Veiligheidsraad _ resolutie 1199 _ heeft gesteund.

Van verschillende kanten is gisteren gewaarschuwd dat de NAVO niet slechts kan besluiten tot luchtaanvallen tegen Joegoslavische en Servische doelen, maar dat na zulke aanvallen ook grondtroepen kunnen worden ingezet. Europees Commissaris Hans van den Broek deed dat gisteren. De Britse minister van Defensie, George Robertson, zei dat NAVO-grondtroepen in Kosovo kunnen worden ingezet om een politieke regeling af te dwingen.

Belgrado houdt vol dat het heeft voldaan aan de eis van de Veiligheidsraad, alle troepen terug te trekken. De speciale politietroepen zijn volgens Westerse diplomaten in Kosovo teruggetrokken in hun kazernes, maar niet uit Kosovo zelf. Tot nu toe zouden slechts 120 pantserwagens en tanks uit de provincie zijn vertrokken. Volgens de Serviërs is het nu rustig in Kosovo, afgezien van twee aanvallen van Albanese 'terroristen' op auto's van burgers. De Albanezen maakten echter melding van gevechten tussen Servische politietroepen en leden van het Kosovo Bevrijdingsleger op veertig kilometer ten zuidwesten van de hoofdstad Priština.