De zoekende zielen van Arthur Schnitzler

Voorstelling: De komedie van de liefde, van Arthur Schnitzler, door Het Nationale Toneel. Regie, vertaling en bewerking: Ger Thijs. Decor: Mirjam Grote Gansey. Kostuuums: Rien Bekkers. Licht: Kees van de Lagemaat. Spel: Geert de Jong, Rik van Uffelen, Antoinette Jelgersma, Erik de Visser, Menno van Beekum, Angelique de Bruijne, Hidde Maas e.a. Gezien: 2/10 De Regentes, Den Haag; daar t/m 24/10; tournee t/m 5/12. Inl. (070) 356 53 63.

Wat zien ze er prachtig uit, de feestgangers in de geurige tuin, de nachtvlinders met hun kleurige vleugels. In Ger Thijs' enscenering van Arthur Schnitzlers Komödie der Verführung draagt men kostuums van groengele, paarsblauwe en oranjeroze zijde, met of zonder cape en altijd perfect passend. Zo fladderen de gasten van de Prins van Perosa om elkaar heen: luisterrijk, appetijtelijk en vermetel door de zomerse zwoelheid.

Alles zou een sprookje zijn - als daar de angst niet was. De angst voor de ontluistering, de kater. Eén liefdesnacht is mooi, maar de tweede? Hoe snel gaan geliefden elkaar niet vervelen. Het volgende avontuurtje lokt, een van beiden zal de ander onvermijdelijk dumpen, bedankt liefste maar het is uit.

Arthur Schnitzler wordt weleens afgedaan als de chroniqueur van het decadente fin de siècle, van een maatschappij die niet meer bestaat. De Dubbelmonarchie, de Prins van Perosa en het keizerlijke Wenen zijn inderdaad verdwenen. Nog niet verdwenen echter is het probleem van man en vrouw.

De mannen in De komedie van de liefde zijn gehaaide rokkenjagers en de vrouwen doorzien hun praatjes, ja, ze prikken hun vindingrijke overrompelingstactieken genadeloos door.

De veelbelovende zangeres Judith, de ambitieuze violiste Serafine en de trotse gravin Aurelie: zij vechten allen voor hun vrijheid en gaan toch voor de bijl. Want erger dan de angst om onderworpen te worden is de angst om alleen te zijn. Dan geven ze zichzelf liever weg aan de professionele versierder Max von Reisenberg of aan de schurkachtige schilder Gysar. En als de roes voorbij is komt de reeds lang voorziene ontgoocheling: Judith tracht die te baas te worden door in een nieuw avontuur te vluchten, Serafine door zich in een armelijk bestaan als ongehuwde moeder te schikken en Aurelie door de koninklijke weg van de zelfmoord te bewandelen.

Zonder gevolgen blijven deze toch zo vrijblijvend bedoelde liefdes niet en het titelwoord 'komedie' is enigszins misleidend. Maar er een tragedie van maken, dat gaat weer net te ver. Geert de Jong als Aurelie heeft van meet af aan de allure van een klassieke tragedienne: plechtige gebaren, verstikte stem en telkens klaar voor tranen. Dat lijkt mij overdreven. Immers: ook Aurelie doet mee aan een gezelschapsspel waarbij leugenachtigheid nauwelijks te onderscheiden is van oprechtheid, waarbij choquerende bekentenissen naadloos overgaan in ironische plagerijtjes.

Luchthartig gebabbel is het wapen waarmee Schnitzlers dames en heren elkaar veroveren of van het lijf trachten te houden - en in de regie van Ger Thijs verloopt de conversatie helaas te log, te stroef, te moeizaam. Voor een deel ligt dat aan de vertaling: Thijs, met zijn bewerkingen van Het Wijde Land, Professor Bernhardi en De eenzame Weg toch al heel Schnitzler-ervaren, maakte van Schnitzlers elegante taal botte staccato-zinnetjes, helder en te eenduidig. Maar het ligt ook aan het ensemble dat maar geen ensemble wil worden. Hoe mooi Ger Thijs de acteurs ook laat opkomen, zij aan zij of in ganzenmars achter elkaar aan hobbelend, op weg naar alweer een nieuwe one-night-stand, de werveling van al die zoekende zielen ontbreekt. En hoe mooi het toneel ook oogt, met een trap die in een handomdraai verandert in een satijnen vloer of in de achtergrond voor een weelderig schilderij van de Gustav-Klimt-achtige Gysar, toch is er geen subtiliteit, geen finesse.

Misschien hebben de zeventien acteurs te weinig tijd gehad om echt op elkaar ingespeeld te raken. Misschien zijn ze, op Angelique de Bruijne als Serafine en Antoinette Jelgersma als Judith na, niet goed genoeg voor zo'n gecompliceerd drama als dit, een drama over houvastloze mensen die even beschaafd in een relatie glijden als in de Eerste Wereldoorlog. Quasi-beschaafd: want in de diepte loert het wilde beest dat men wel en ook weer niet wenst te kennen.