Campus Universiteit Twente; Studiepunten voor opstarten van bedrijfjes

ENSCHEDE, 5 OKT. Op de campus van de Universiteit Twente moeten zich vanaf volgend jaar tal van winkels, restaurants, bistro's en kleine bedrijfjes vestigen die gerund worden door studenten. Zij kunnen daarmee studiepunten verdienen. Door het ondernemersschap te stimuleren wil de universiteit de studenten beter voorbereiden op de arbeidsmarkt.

Op uitnodiging van de rector magnificus F. van Vught, hebben de bestuursleden van de verschillende studentenverenigingen (van gezelligheids- tot sport- en faculteitsverenigingen) een 'student union' opgericht naar Brits voorbeeld. Deze union moet de bestuurlijke koepel van het nieuwe centrum voor student-ondernemers gaan vormen. Ze hebben van de universiteit een gebouw ter beschikking gekregen en een basissubsidie. De subsidie is nog niet definief vastgesteld, maar de union hoopt op een bedrag van rond de 250 duizend gulden voor het eerste jaar. Januari volgend jaar kunnen de eerste bedrijfjes van start.

Van Vught verwacht talrijke restauratieve initiatieven op het gebied van de horeca, die kunnen varieren van een luxe broodjeszaak of een haringtentje tot een cateringbedrijfje of pizzeria. Van Vught: “De horecabranche ligt erg voor de hand. We hebben wel een mensa, maar die is weinig specialistisch.” Bedrijfjes van alle soorten en maten behoren tot de mogelijkheden. Computer- of adviesbedrijfjes, diverse winkels, een uitzendbureau. “You just name it”, zegt Van Vught. Er zijn al plannen voor een videotheek en voor een taxicentrale die ritten verzorgt tussen de campus en de stations Enschede en Hengelo.

De boulevard die het hart van de campus vormt, moet het centrum worden van de bedrijvigheid. De directe afnemers vormen de zesduizend studenten en de drieduizend medewerkers op de campus, maar de studentondernemers kunnen zich ook op derden buiten het universiteitsterrein richten.

De universiteit presenteerde afgelopen vrijdag tevens het major minor-systeem: met ingang van volgend studiejaar kiezen nieuwe studenten naast een major (specialisatie) verplicht een minor (bijrichting). Daardoor wordt academische diepgang gecombineerd met maatschappelijke breedte, vindt Van Vught, de initiator van het major-minor systeem. De minor neemt in totaal ongeveer een half jaar studietijd (21 studiepunten) in beslag en wordt gekozen op een ander vakgebied dan de major. Volgens Van Vught heeft de arbeidsmarkt behoefte aan dergelijk opgeleide mensen die hij 'brede specialisten' noemt.

Voor de studentondernemers bestaat de mogelijkheid om van het opstarten van een bedrijf een minor te maken: ook 21 studiepunten. “Alleen broodjes gerookte zalm verkopen is dan niet genoeg”, zegt Van Vught. “Om in aanmerking te komen voor een minor bestuurspraktijk of ondernemersschap, moet er wel een degelijk ondernemingsplan op tafel liggen en moet de financiering rond zijn.”