Benauwend weinig diepgang

Futuristische planologie is een kwestie van een brede blik en een grote bek.

Felix Rottenberg lijkt dan ook de ideale discussieleider in het debat over het aanzien van Nederland in 2030 dat de NPS vanavond op Nederland 3 uitzendt. Aanleiding is een ideeënprijsvraag uitgeschreven door de Eo Wijersstichting. Vijf genomineerde teams van jonge ontwerpers presenteren hun visie en deskundigen van de oudere garde discussiëren over het beeld van Nederland in de volgende eeuw. De avond wordt afgesloten met een documentaire over de hoeders van het beeld van Nederland in deze eeuw, de welstandscommissies.

De confrontatie van een oude en een nieuwe generatie van plannenmakers lijkt een van de ideeën achter de discussie te zijn. Die confrontatie mislukt. De jonge generatie kijkt dertig jaar vooruit met de gedachtenwereld van dertig jaar terug. In de ideeën over tijd en ruimte, over de gelaagde scheiding van verkeersstromen, over superstructuren boven de wegen, over nieuwe verhoudingen tussen overheid en individu zijn steeds zacht de stemmen uit de jaren zestig te horen. Het zijn de geluiden van de toekomstvorsers en visionairen van weleer, van Archigram, van de Smithsons, van Kahn en van Habraken. De futurologische blik op de toekomst is een déjà vu.

De plannen getuigen van een pragmatisch houding. De benadering van de problemen is technologisch, niet-ideologisch en optimistisch, alsof de jaren 70 en 80 er nooit waren. De 24-uurseconomie is een gegeven, mobiliteit is een waarde. Net als het milieu overigens, maar de onbevangen manier waarop daarmee wordt omgesprongen doet forumlid Duijvendak (Milieudefensie) vaak de wenkbrauwen fronsen. De onbevangenheid is verfrissend, maar het gebrek aan analyse en diepgang is benauwend. De noties die de gepresenteerde plannen enige zin moeten geven, komen toch vooral van de oudere generatie. Landschapsarchitect Sijmons stelt de noodzaak aan de orde de verouderde waterhuishouding aan te pakken, architect Weeber heeft het over de veranderde relatie tussen overheid en individu, politicus Duivesteijn over de economische machtsverhoudingen bij de inrichting van Nederland.

Een avondvullend programma over ruimtelijke ordening is een ambitieuze onderneming. Te ambitieus blijkt. Het programma mist een duidelijke, voor een groot publiek te doorgronden opbouw. De presentaties van de ontwerpen zijn inhoudelijk te zwak of te weinig geprononceerd om het debat te structureren. En gespreksleider Felix Rottenberg slaagt er ook niet in de thema's waar het om draait en keuzen waar we voor staan helder over te dragen. Het debat moet kennelijk flitsend verlopen, maar het publiek blijft na afloop in verwarring waarover de deelnemers het nu wel en niet eens zijn. In het laatste half uur van de discussie verliest Rottenberg zich in het schetsen van de contouren van een nieuw ruimtelijk ordeningsbeleid, als ware hij de directeur generaal van de Rijksplanologische Dienst.

De jury van de prijsvraag zorgt aan het eind van de avond voor een verrassing door de Bouwfondsprijs van 50.000 gulden toe te kennen aan een van de minst overtuigend gebrachte inzendingen. Uitvoerige presentaties zijn te bekijken in het Nederlands Architectuurinstituut in Rotterdam, daar komt het winnende plan mogelijk beter tot zijn recht.

En hoe ziet Nederland eruit in 2030? De steden zijn stedelijker, het platteland is landelijker. Er is goed openbaar vervoer én toch rijdt iedereen in een cabriolet. Natuur is ruim voorhanden en ondanks dat velen daarvan gaan genieten, heerst er volstrekte rust. We verplaatsen ons veel, maar niemand heeft last van geluidshinder. Iedereen woont aan het water en is gelukkig. En de stofzuiger is een robot op zonnecellen. Planoloog Salet vatte de avond perfect samen. “We zijn onaangename keuzes uit de weg gegaan en hebben de heerlijkheden opgeteld.”