Academische toga, liturgische spatlap

Als de theologische nood hoog gestegen is, worden er soms vreemde keuzes gemaakt. Dan wordt wat groeit gekortwiekt en wordt wat minder goed gaat vrijwel met rust gelaten. Dat was vorige week te zien bij het besluit van de hervormde, gereformeerde en lutherse synodebesturen om de zes universitaire predikantenopleidingen tot de helft terug te brengen.

Verdeeld over negen theologische faculteiten en universiteiten telt Nederland circa vijftienhonderd studenten in de godgeleerdheid. Tachtig procent van hen wordt uiteindelijk dominee of anderszins kerkelijk actief, terwijl de overigen emplooi vinden in de wetenschap of in het bedrijfsleven. Tien jaar geleden bedroeg het totale aantal theologiestudenten nog zo'n vijfentwintighonderd. Vooral bij rooms-katholieke opleidingen is de teruggang erg hard gegaan. Zo verloor Nijmegen meer dan vijftig procent van zijn theologiestudenten, Utrecht ruim dertig procent en Tilburg een kwart.

Bij gereformeerde theologie-opleidingen is het al bijna even dramatisch, vooral in Kampen en in Amsterdam aan de Vrije Universiteit. Ging bij de VU in vijf jaar tijd bijna de helft van het bestand aan theologiestudenten verloren, zo moest ook Kampen het met circa tien procent minder doen. In het huidige universitaire theologische onderwijs zijn tachtig 'gewone', dertig 'bijzondere' en dertien 'kerkelijke' hoogleraren actief. Sommigen zijn verbonden aan eeuwenoude opleidingen zoals die in Leiden en Utrecht, anderen zijn te vinden in universiteitssteden als Amsterdam, Groningen en Nijmegen of provincieplaatsen als Apeldoorn, Kampen en Tilburg. Vier theologische faculteiten zijn van gereformeerde signatuur, drie zijn katholiek terwijl de overige neutraal-wetenschappelijk zijn.

Vier plaatsen waar predikanten worden opgeleid, moeten binnenkort sluiten. Minister Ritzen van onderwijs had al eerder een drastische inkrimping geëist. Het meest opmerkelijk is de aanstaande sluiting van de eeuwenoude Leidse opleiding die altijd van het hoogste wetenschappelijk niveau is geweest. Bovendien was er in Leiden, in tegenstelling tot andere theologische faculteiten, van teruggang in studentenaantallen geen sprake. Volgens de visitatiecommissie voor het theologisch onderwijs is het aantal Leidse theologiestudenten in de jaren 1991-1996 met 20 tot 25 procent gegroeid. Bijna even vreemd als die van Leiden zijn de lotgevallen van de theologische faculteit van de Universiteit van Amsterdam, waar al bijna tweehonderd jaar lang hervormde, doopsgezinde en lutherse predikanten worden opgeleid. De Amsterdamse faculteit, die haar studentenaantal sinds het begin van de jaren negentig met negentien procent zag groeien, en die in de afgelopen halve eeuw nogal wat vermaardheid kreeg door een geheel eigen en politiek geëngageerde manier van bijbelbestudering, ging vorig jaar al op de schop. Wat er van overbleef, werd ondergebracht bij de Amsterdamse letterenfaculteit. Waar van groei al geruime tijd helemaal geen sprake meer was, valt de sanering veel minder hard uit. Bijvoorbeeld bij de Vrije Universiteit in de hoofdstad. Dr. Abraham Kuiper zou zich volgens VU-bestuurder G.W. Noomen omdraaien in zijn graf als hij zou horen dat de theologische faculteit binnenkort wordt opgeheven die destijds 'vrij van kerk en vrij van staat' werd opgericht. Maar er komt een nieuwe kerkelijke opleiding voor in de plaats. Volgens Noomen hadden de VU en Kampen moeten gaan samenwerken, maar “Kampen ging zo onchristelijk hard met de hakken in het zand staan, dat daarvan geen sprake kon zijn”, aldus Noomen. Nu wordt zowel 'Kampen' als de theologische faculteit van de VU opgeheven en komt daar bij de VU een nieuwe, interkerkelijke domineesopleiding voor in de plaats.

Groningen dat, mede om zijn hoge wetenschappelijkheid als om geografische redenen goed uit de saneringsslag komt, en ook Utrecht, de grootste en meest geloofsdegelijke van alle theologische faculteiten, blijven ongedeerd. De beide Amsterdamse faculteiten verdwijnen als ook die in Leiden en Kampen. Maar de drie katholieke theologische opleidingen blijven, ondanks hun opvallende teruggang in studentenaantallen, bestaan. De synodebesturen konden daarover niet adviseren. Wat het Nederlandse episcopaat met deze drie opleidingen van plan is, moet door de bisschoppen nog worden onderzocht. Op de vraag of het in dit verband nu niet voor de hand had gelegen, het universitaire theologische onderwijs en de theologische HBO-studies meer op elkaar af te stemmen, merkt VU-bestuurder Noomen op dat de predikantsvorming beslist niet tot niveauverlies mag leiden. Het zou volgens Noomen zeer te betreuren zijn als de opleiding verlaagd zou worden tot het Engelse niveau dat al zo veel theologische 'schertsfiguren' heeft opgeleverd. Ook in hervormde kring heet het dat van HBO-predikanten geen sprake kan zijn. Al eeuwenlang gold voor aanstaande predikanten dat ze academisch opgeleid moeten zijn en dat ze de bijbel in de grondtalen (Aramees, Hebreeuws en Grieks) moeten kunnem lezen. “Dat moet zo blijven”, zegt secretaris J.W. Roodenberg van de Commissie voor het Theologisch Wetenschappelijk Onderwijs van de Hervormde Kerk, “want de domineestoga moet een academische leertoga blijven en geen liturgische spatlap worden.”