WINTER SCHUIFT VAN ATLANTISCHE NAAR STILLE OCEAAN

Twee onderzoekers van de McGill-universiteit in Montreal hebben een nieuw, opvallend verband ontdekt tussen de fluctuaties in de gemiddelde wintersituatie boven het noorden van de Atlantische Oceaan en die boven het noorden van de Stille Oceaan en Noord-Amerika, zo melden zij in de Geophysical Research Letters (25, no. 15). Het verband, dat een na-ijleffect van maar liefst drie jaar vertoont, is even sterk als het al veel langer bekende en veelbesproken verband tussen de temperatuur van het water in het zuidoosten van de Stille Oceaan en de atmosfeer boven het noorden van de Stille Oceaan: het populaire El Niño-verschijnsel.

De gemiddelde weerssituatie in het noorden van de Atlantische Oceaan vertoont een quasi-periodieke fluctuatie, de zogeheten Noord-Atlantische Oscillatie (NAO). Deze grootschalige atmosferische fluctuatie hangt samen met veranderingen in de westenwinden en is de belangrijkste atmosferische variabele in het gemiddelde weer in dit gebied. Veranderingen in de NAO gaan gepaard met veranderingen in stormtrajecten, neerslag en verdampingspatronen en de gemiddelde wintertemperatuur boven het gehele noordelijk halfrond. In het begin van de jaren negentig veroorzaakte de NAO relatief zachte winters in Europa.

De sterkte van de Noord-Atlantische Oscillatie wordt uitgedrukt in een getal dat wordt afgeleid uit het verschil in luchtdruk op zeeniveau tussen de Azoren en IJsland (net zoals de sterkte van El Niño wordt afgeleid uit het verschil in luchtdruk tussen Tahiti en Darwin). De Canadese klimatologen Hai Lin en Jacques Derome hebben nu onderzocht of het variërende wintersignaal van de NAO-index is terug te vinden in het signaal van andere meteorologische variabelen elders op aarde. Aangezien de NAO traag verandert, werd bij dit zoeken naar correlaties al rekening gehouden met een na-ijleffect.

De onderzoekers hebben zo ontdekt dat in de afgelopen veertig winters veranderingen in de atmosferische omstandigheden boven het noorden van de Atlantische Oceaan met een vertraging van drie jaar worden gevolgd door soortgelijke veranderingen boven het noorden van de Stille Oceaan en Noord-Amerika. Hoewel het mechanisme dat aan deze vertraging ten grondslag ligt niet duidelijk is, impliceert het gevonden verband dat de grootschalige veranderingen die samenhangen met de Noord-Atlantische Oscillatie zich nog jarenlang in het mondiale systeem atmosfeer-oceaan-vasteland doen gevoelen. Wintervoorspellingen op extra lange termijn zouden misschien van dit soort geheugen gebruik kunnen maken, zo suggereren de twee onderzoekers.