'Wij zijn er niet voor om boeven te steunen'

Het UAF-studiefonds voor vluchtelingen weigert steun aan studenten met bloed aan hun handen. Tientallen aanvragen worden ieder jaar afgewezen wegens mogelijke betrokkenheid bij oorlogsmisdaden.

UTRECHT, 3 OKT. Kees Bleichrodt, directeur van het UAF-studiefonds voor vluchtelingen, leest voor uit een dossier: “Rwandees, vijfentwintig jaar, heeft met een machete tweeëntwintig Tutsi's in elkaar gehakt. Dat heeft hij zelf toegegeven. In Nederland de C-status, hij mag voorlopig blijven, wil hier studeren.”

Welke opleiding? “De slagersvakschool”, zegt Bleichrodt en hij buldert van het lachen. Onmiddellijk daarna is hij ernstig. De Rwandees wil naar de HEAO. Vorig jaar vroeg hij het UAF, het University Assistence Fund in Utrecht, om een studiebeurs. Het fonds wees zijn aanvraag af: het geeft geen geld aan vluchtelingen die in eigen land betrokken waren bij oorlogsmisdaden.

Per jaar vragen ongeveer twaalfhonderd vluchtelingen in Nederland geld aan het UAF om te studeren, of - omdat ze al studiefinanciering hebben van de overheid - een aanvullende beurs voor bijvoorbeeld instrumenten en boeken. Ieder jaar wijst het UAF zo'n twintig aanvragen af omdat het fonds de studenten verdenkt van oorlogsmisdrijven.

De directeur leest verder: “Iraans chemicus, negendertig, werkte in het leger mee aan de ontwikkeling van bacteriologische wapens, voor de strijd tegen Irak. Een man uit Liberia. Was bodyguard van rebellenleider Charles Taylor. Doodde deserteurs uit Taylors militie. Wil hier naar de HEAO.”

En: “Nog een Iraniër. Provincie-commandant van de gevreesde opsporingsdienst Sepah. Was in die functie verantwoordelijk voor de arrestatie en het ombrengen van andersdenkenden. In Nederland heeft hij de A-status. Hij wil rechten studeren.” Het UAF, een particulier fonds, onderzoekt de achtergrond van alle studenten die steun vragen voor een opleiding. Het fonds doet het werk over van de IND (Immigratie- en Naturalisatie Dienst), de organisatie die asielzoekers een status geeft of afwijst. Bleichrodt: “Wij proberen het geld van onze donateurs gewetensvol en adequaat te besteden. Wij zijn er niet voor om boeven te steunen.”

Speciale 'intakers' van het UAF voeren gesprekken met de aanvragers, en lezen de dossiers van de IND over de vluchtelingen. De intakers ontdekken hoe makkelijk oorlogsmisdadigers in Nederland een vluchtelingenstatus krijgen, zelfs als asielzoekers over hun vroegere daden verklaringen hebben afgelegd.

Een “voortdurende ergernis”, zegt Bleichrodt. De IND had deze vluchtelingen zo'n status moeten weigeren op grond van het VN-vluchtelingenverdrag: asielzoekers die zich hebben schuldig gemaakt aan schendingen van mensenrechten en misdaden tegen de menselijkheid hebben geen recht op een status. Bleichrodt: “De IND maakt fouten in de beoordeling van asielverzoeken.”

Vluchtelingen met de A-status (de hoogste status) of vluchtelingen die langer dan drie jaar met een minder hoge status in Nederland verblijven, hebben recht op een studiebeurs van de overheid. Het UAF helpt ze met een aanvullende beurs omdat hun familie vaak onvindbaar of straatarm is.

Maar het UAF wil wel eerst weten of het verhaal van de aanstaande studenten klopt. Bleichrodt: “Het gebeurt met een zekere regelmaat dat iemand heeft verteld dat hij in een bepaalde periode in de gevangenis zat. Maar dat dan blijkt dat hij in die periode ook examens heeft gedaan. Als hij dan begint te hakkelen en uit al z'n poriën gaat zweten, en hij kan niet verklaren hoe het zit, dan zeggen wij: gefeliciteerd met je status van de IND, maar wij denken er anders over.”

De laatste drie jaar is het aantal oorlogsmisdadigers dat in Nederland wil studeren volgens Bleichrodt fors gestegen. “Vooral sinds in Afghanistan de voormalige heersers zo rücksichtslos worden vervolgd.” De helft van de verdachte aanvragers is Afghaan. Het UAF wees, op grond van oorlogsmisdaden, ook aanvragen af van vluchtelingen uit Ethiopië, Iran, Irak, Liberia en Sierra Leone. Er heeft zich nog geen oorlogsmisdadiger uit Bosnië bij het UAF gemeld voor een studiebeurs. Daar was nog geen georganiseerd repressief systeem opgebouwd waarin intellectuelen verantwoordelijkheid droegen voor misdaden. Bleichrodt: “Kijk maar naar wat er nu vast zit in Scheveningen, van het Haagse Tribunaal. Dat is niet de intellectuele elite van de Balkan.”

Vluchtelingen die betrokken waren bij oorlogsmisdaden horen - volgens de regels van justitie en het vluchtelingenverdrag van de VN - een 1F status te krijgen. Een ernstig vermoeden van die betrokkenheid is voldoende. Dat betekent dat een verblijfsstatus moet worden geweigerd. Maar ze kunnen ook niet worden terugggestuurd omdat ze in eigen land risico lopen te worden vermoord of ter dood veroordeeld. Ze kunnen in Nederland blijven, zonder status.

Tot voor kort was er bij justitie nauwelijks aandacht voor deze verdachte vluchtelingen. In november vorig jaar kondigde de staatssecretaris een actiever 1F-beleid aan. Nederland had tot dat moment nog maar vijf keer vluchtelingen een status geweigerd op grond van betrokkenheid bij oorlogsmisdaden. Vanaf begin dit jaar zijn daar zo'n tachtig zaken bijgekomen: de IND heeft vijftig asielaanvragen verworpen op grond van 1F, dertig 1F-zaken zijn in voorbereiding.

Wat Nederland uiteindelijk met het groeiende aantal 1F'ers aanmoet, is nog onduidelijk. Bleichrodt: “Je kunt als Nederlandse staat niet zeggen: u bent nu erkend illegaal. Uiteindelijk moet er een vorm van gedoog- of verblijfsrecht voor deze mensen uitrollen. Anders ben je aan het illegalen kweken. En aan de andere kant probeert Nederland illegalen het land uit te krijgen door de Koppelingswet.”

Het beste zou natuurlijk zijn als ze worden vervolgd voor wat ze hebben gedaan, vindt Bleichrodt. Maar je moet ze, zegt hij, in ieder geval géén studiebeurs geven. “Er is een grens aan wat je ze toestaat.”