SPOREN IN ZANDSTEEN WIJZEN OP WORMEN VAN EEN MILJARD JAAR OUD

Duitse en Indiase onderzoekers hebben sporen gevonden die volgens hen toe te schrijven zijn aan wormen die meer dan een miljard jaar geleden leefden (Science, 2 oktober). Daarmee zou de grens van het meercellige leven flink naar achteren schuiven, want de oudste tot nu toe bekende fossielen van meercelligen zijn circa 580 miljoen jaar oud.

De onderzoekers Adolf Seilacher, Pradip Bose en Friedrich Pflüger troffen de sporen in 1996 aan in een zandsteenformatie in de Son Vallei in centraal India. Eerst dachten ze dat ze het om afdrukken van moderne plantenwortels ging, of gangen die waren gegraven door termieten. Maar tijdens een tweede bezoek in 1997 kwamen ze erachter dat de sporen een veel oudere oorsprong hadden.

De sporen lijken op kronkelende gangetjes en zijn 2 tot 5 millimeter breed. De randen zijn iets verheven ten opzichte van het oppervlak ernaast. Volgens de onderzoekers kan dat veroorzaakt zijn doordat de wormen tijdens het graven wat sediment zijwaarts duwden. Ze sluiten uit dat de sporen door abiotische processen zijn ontstaan, bijvoorbeeld het droogvallen van een in eerste instantie nat gebied. Door dit soort processen ontstaan er kleine breuklijnen in het sediment, maar die hebben volgens Seilacher, Bose en Pflüger een ander uiterlijk dan de sporen die in de Son Vallei werden gevonden.

Op sommige plekken waren de sporen bedekt met een dun toplaagje. De onderzoekers denken dat het hier om een 'microbiële mat' gaat, een bedekkende laag van micro-organismen, die zich vestigde in de bovenste millimeters van het sediment. De wormen groeven hun gangen onder die microbiële mat en voedden zich met de daarin aanwezige micro-organismen.

Als de ontdekking wordt bevestigd betekent dat het einde van de Cambrische-explosie theorie, die stelt dat het meercellige leven zo'n 570 miljoen jaar geleden ontstond en in korte tijd evolueerde tot een waaier aan levensvormen. Deze theorie baseert zich op vondsten in de Burgess Shale, een rijke afzetting in het zuiden van Brits Columbia. Maar er wordt aan deze theorie getwijfeld. Het feit dat de meeste meercellige fossielen niet ouder zijn dan 570 miljoen jaar oud, heeft vooral te maken met het feit dat de organismen vanaf die tijd een kalkachtig pantser ontwikkelden. Zo'n pantser fossiliseert beter dan zacht weefsel. Vandaar dat er weinig sporen zijn van dieren die ouder zijn dan 570 miljoen jaar, en nog geen pantser bezaten. Het feit dat er nu dergelijke sporen gevonden zouden zijn, ondersteunt de 'slow burn' hypothese, die veronderstelt dat meercellige organismen zich veel eerder en veel geleidelijker ontwikkelden dan de Cambrische-explosie theorie veronderstelt.