Spitse, spirituele muggenmuziek van Thommessen

Concert: Nederlands Blazers Ensemble o.l.v. Kasper de Roo. Werken van Olav Anton Thommessen. Gehoord 1/10 Paradiso Amsterdam. Herhaling 5/10 De Doelen Rotterdam.

In Gesualdo's madrigaal Ardita zanzaretta vraagt een minnaar aan een mug of die zijn teerbeminde in de boezem wil bijten, zodat hij haar kan aanbieden de wond uit te zuigen. De Noor Olav Anton Thommessen (1946) aan wie het Nederlands Blazers Ensemble een heel programma wijdt, bewerkte dit madrigaal als onderdeel van een ouverture van een opera en herinnerde daarbij eerder aan een vampier dan aan een mug. Thommessen zuigt niet alleen Gesualdo's notenbloed, maar ook dat van Orlando di Lasso en John Dowland, blijkt uit de twee premières die hij in opdracht van het Nederlands Blazers Ensemble heeft gecomponeerd, ter aanvulling van de bewerking van Gesualdo.

Ongeveer tien van de vijftig stukken van Thommessen zijn gebaseerd op reeds bestaande modellen en aan een nog groter aantal daarvan ligt een literair uitgangspunt ten grondslag. Humor redt deze alleseter, gezien de subtitels als bij Lasso's Lass O! deine Träne: 'a bLASSOphemy'. En bij Dowlands fragment uit Lachrimae Pavans: 'Musicke for Vandaler'. Maar blasfemisch is de bewerking van een vijftal madrigalen uit Lagrime di San Pietro juist allerminst. Het betreft een consciëntieuze meditatie. Iets van een vandaal kenmerkt toch wel de zetting van de Lachrimae Coactae uit Dowlands tranen-pavanen. 'Coactae' wil zeggen: met geweld samengeperst, te weten in schrijnende secunde-samenklanken. Deze bewerking is wel heel erg vrij uitgevallen. Traag wentelende lage klanken worden overspoeld om niet te zeggen weggespoeld door massale notenstormen.

Het geslaagdst is de Gesualdo-bewerking. Veruit het leukst, spits en spiritueel klinkt genoemde muggenmuziek. Opmerkelijk is ook hoe een trio van althobo, basklarinet en contrafagot luchtig uitpakt. Je verwacht gezien de instrumentensamenstelling duister gebalde Xenakis-muziek, maar het tegendeel is waar. The Phantom of Light voor cello en twee blaaskwintetten gaat gebukt onder hetzelfde euvel als de Dowland-pavanen: te breedsprakig. Thommessen houdt van energieke figuraties binnen een luchtige context en als hij het puntig houdt kan dat overtuigen.

Scandinavië scoort hoog bij de avant-garde. Al eerder werden we betoverd door de Deen Per N/orgard, pendelend tussen Westers rationalisme en oosters mysticisme, door zijn landgenoot Hans Abrahamsen, in een zo mogelijk nog sprookjesachtiger muziek. Verblind werden we door de lichtbogen van de Finse Kaija Saariaho en meer recentelijk dooreengeschud door het neo-primitivisme van haar landgenoot Magnus Lindberg. Voeg daar nu bij de Noor Thommessen die zich ontpopt als een speelse Xenakis, niet zonder humor.