Socialisten zijn de draad kwijt

De Derde Weg vervult als therapie voor het oude Labour vast een nuttige rol. Maar vanuit liberaal perspectief biedt dit gedachtengoed weinig nieuws, vindt Frits Bolkestein.

Op 23 september heeft in New York een topontmoeting plaatsgehad tussen de Amerikaanse President Bill Clinton en de Britse Premier Tony Blair. Bij die gelegenheid hebben zij van gedachten gewisseld over de Derde Weg.

De term Derde Weg is niet nieuw. Hij is in het verleden door verschillende groeperingen gebruikt: in het Interbellum door fascisten en pan-Arabisten en in de jaren zestig door Eurocommunisten. In ons land hebben in de jaren zestig en zeventig de econoom en Nobelprijswinnaar Jan Tinbergen en zijn leerling Hans van den Doel de stelling verdedigd dat er een convergentie van de economische systemen van Oost en West, de centrale planeconomie en de markteconomie, tot één middensysteem zou plaats hebben. Dat is gelukkig nooit gebeurd.

Uitgangspunt voor Blair is: What counts is what works. Volgens hem leidt de Derde Weg naar vernieuwing en succes voor de moderne sociaal-democratie. Hij is meer dan een compromis tussen links en rechts. De Derde Weg streeft ernaar de essentiële waarden van het politieke centrum en centrum-links toe te passen op een wereld waarin fundamentele maatschappelijke en economische veranderingen gaande zijn, en dat niet gehinderd door verouderde ideologieën. Blair wijst er op dat het oude Labour werd beschouwd als een partij die een grote bemoeienis van de overheid met de economie en nationalisatie van bedrijven voorstond, als een partij die anti-bedrijfsleven was, halfslachtig stond tegenover criminaliteit, te weinig aandacht had voor het gezinsleven, werd gedomineerd door pressiegroepen en voorstander was van méér belastingen en overheidsuitgaven over de gehele linie. Labour werd ook verweten te veel haar oren te laten hangen naar de vakbeweging. Hoewel deze kritiek volgens Blair niet terecht was - waarover men met hem van mening kan verschillen - neemt hij van dat alles toch duidelijk afstand wanneer hij de inhoud van de Derde Weg als volgt toelicht: “In de economie is onze stellingname er noch een van laissez-faire, noch een van staatsbemoeienis. De rol van de regering bestaat erin macro-economische stabiliteit te bevorderen; een fiscaal en sociaal beleid te ontwikkelen dat onafhankelijkheid stimuleert; de burger de mogelijkheid tot werken te bieden door onderwijs en infrastructuur te verbeteren en het ondernemen aan te moedigen, en dan vooral in de kennis-georiënteerde industrieën van de toekomst.” Op sociaal gebied streeft de Derde Weg “naar een nieuw evenwicht tussen rechten en plichten - niet alleen in de sociale zorg maar ook in een straffere aanpak van de jeugdcriminaliteit en een veel grotere nadruk op de plichten van het ouderschap.”

Ook Home Secretary Jack Straw heeft zich over de Derde Weg uitgelaten. In een toespraak op 3 juli verklaarde Straw de economie als startpunt te beschouwen voor de nieuwe filosofie en beleid en in het bijzonder het besef dat nationale economieën zich niet meer kunnen isoleren van wat er in de rest van de wereld gaande is. Snelle technologische veranderingen, flitskapitaal, vrijhandel en concurrentie van lage-lonenlanden beperken de beleidsruimte van nationale overheden. Maar daarnaast moeten maatregelen worden genomen ter versterking van de sociale cohesie, die in een tijdperk van individualisering zo sterk onder druk staat.

Op economisch gebied heeft Labour inmiddels nationalisatie van bedrijven uit het beginselprogramma geschrapt. De partij is nu voorstander van een beheersing van de overheidsuitgaven. Wat dat betreft verschilt Labour dus niet van de Conservatieven. Maar Labour wil méér. Dit alles moet gepaard gaan met een nieuwe sociale filosofie. Hier is het streven gericht op grotere sociale cohesie, orde en betrokkenheid door sociale interventie, ter compensatie van het uiteenvallen van traditionele structuren dat het gemeenschapsgevoel heeft ondermijnd. Straw beklemtoont hierbij dat het niet gaat om social engineering, zoals eerdere pogingen tot opheffing van de klasseverschillen via fundamentele hervormingen in het onderwijs. De burgers dienen niet als passieve ontvangers van overheidsdiensten te worden beschouwd, bijvoorbeeld op het gebied van huisvesting, misdaadbestrijding, onderwijs en sociale zekerheid, maar dienen daarin actief te participeren. Bij dit alles hebben de burgers niet alleen rechten maar ook verplichtingen jegens de gemeenschap.

Waar moeten we de Derde Weg plaatsen in het politieke spectrum en wat voor nieuwe gedachten biedt deze nieuwe ideologie? Naar mijn mening bepleiten Blair en de zijnen een liberaal beleid. Macro-economische stabiliteit, het stimuleren van de onafhankelijkheid van de burger, prioriteit voor onderwijs en infrastructuur, het stimuleren van ondernemen: het zijn allemaal elementen die regelrecht uit de verkiezingsprogramma's van liberalen afkomstig hadden kunnen zijn. En passant neemt Blair afscheid van Keynes en dus ook van Lafontaine in Duitsland. Door Blair's aanvaarding van globalisering en de erkenning van de wenselijkheid ervan neemt hij voorts afstand van Jospin in Frankrijk, die daarover aanmerkelijk minder enthousiast is. Jospin is namelijk van oordeel dat de globalisering een uitwas van het kapitalisme is dat door Europese wetgeving aan banden moet worden gelegd.

Als voorzitter van de G7-groep heeft Blair onlangs voorstellen gelanceerd voor een nieuwe koers van de Bretton Woods-instellingen: het IMF en de Wereldbank. In het licht van de Aziatische crisis dienen inderdaad maatregelen te worden genomen om deze instellingen beter te laten functioneren. Maar zullen de door Blair gelanceerde voorstellen verbetering brengen? Allereerst heeft Blair een fusie van beide instellingen voorgesteld, wat gezien hun verschillend karakter geen goed idee lijkt. Daarnaast heeft hij substantiële maatregelen voorgesteld. Landen die voor IMF-steun in aanmerking willen komen, moeten zich aan een 'fiscale en financiële code' houden waarbij zij maandelijks op eenduidige wijze inzicht geven in hun economische kwetsbaarheden. Een dergelijke maatregel is verstandig. Maar wat te denken van Blair's voorstel dat grote monetaire spelers in de particuliere sector meer openheid geven over hun belangen om speculatie tegen te gaan? Welke speler is groot en welke klein? Waar houdt het normale vermogensbeheer op en waar begint 'speculatie'?

Hoewel de Derde Weg-denkers ervan uitgaan dat de wereld door globalisering is veranderd en dit als een gegeven zeggen te aanvaarden, is hun preoccupatie met veranderingen in de interne maatschappelijke verhoudingen toch een veeg teken. Het Derde Weg-denken lijkt overwegend naar binnen te zijn gericht. Het gevaar is niet geheel uitgesloten dat de Derde Weg op een gegeven moment gemene zaak zal maken met het anti-globalisatie-denken, dat zich tegen liberalisatie van handels- en kapitaalstromen keert. Als dat gebeurt, zal de Derde Weg een doodlopende blijken te zijn.

Meer in het algemeen kan men zich moeilijk aan de indruk onttrekken dat socialisten - ondanks Blair's voorstaan van de Derde Weg - de weg kwijt zijn. Die verwarring komt naar voren in de verschillen van opvatting zowel tussen als binnen sociaal-democratische partijen. Een markant voorbeeld daarvan is de tegenstelling tussen de pragmatische Schröder en de dogmatische Lafontaine in Duitsland.

Misschien vervult de Derde Weg als therapie voor het traditionele denken van het oude Labour misschien een nuttige rol. Maar vanuit liberaal perspectief biedt hij weinig nieuws. De Derde Weg is een combinatie van bekende, overwegend liberale beleidselementen. Blair verkondigt niet de socialistische belofte van gelijkheid van resultaat, maar de liberale belofte van gelijkheid van kansen.