SCHAKEN IN EEN ABSURDISTISCH THEATER

Zonder teamcaptain Genna Sosonko (55) vertrok het Nederlandse schaakteam naar de olympiade in Elista. De beelden in de hoofdstad van Kalmukkië herinnerden de voormalige Russische grootmeester te veel aan de verheerlijking van Stalin. “Ik wilde een jong talent als Erik van den Doel niet belasten met de sociale ellende van het Kalmukse volk.”

Op 22 oktober is het precies 26 jaar geleden dat Genna Sosonko besloot de Sovjet-Unie te verlaten. Zijn motieven om de schaakolympiade in Elista te boycotten zijn al net zo complex als de argumenten destijds om een nieuw leven op te bouwen in Nederland. Want wie begrijpt de pijn van een besluit dat hem werd ingegeven, toen hij op uitnodiging van de VPRO een bezoek bracht aan de hoofdstad van Kalmukkië? “Sinds 1974 heb ik voor Nederland nimmer ontbroken op een olympiade”, vertelt Sosonko. “Ik heb als voormalige Rus veel kunnen betekenen voor onze ploeg tijdens de olympiades in Moskou en Jerevan. Maar in Elista zou ik als teamcaptain machteloos hebben gestaan.”

De valse start van de Nederlandse equipe verraste hem allerminst. “Op een egaal voetbalveld zijn de amateurs van Kozakken Boys kansloos tegen de goed getrainde professionals van Ajax. Maar laat ze onder bizarre omstandigheden tegen elkaar spelen en de verhoudingen kunnen anders liggen. Natuurlijk is de nederlaag tegen Bangladesh een blamage. Ik had nog nooit van die schakers gehoord. Maar zij zullen niet vreemd hebben opgekeken van alle problemen in Elista. Ze zijn gewend onder moeilijke omstandigheden te spelen. Toen ik twee maanden geleden met Jan Timman in Kalmukkië was, realiseerde ik me meteen dat Elista niet in staat zou zijn een olympiade te organiseren. Je hoefde geen profeet te zijn om te voorspellen dat de organisatoren de speelzaal niet op tijd gereed zouden hebben.”

Maar niet alleen de gebrekkige infrastructuur in een van de armste deelrepublieken van Rusland voedde de afkeer bij Sosonko over het spektakel dat president Kirsan Iljoemzjinov voor ogen had. Waar had hij dat meer gezien? Sosonko, met de hem typerende milde ironie: “Elista bestaat in feite uit één straat, de Leninstraat en die komt uit op het Leninplein, waar een groot monument voor kameraad Lenin staat. Daar haalde ik tijdens mijn verblijf 's ochtends de kranten bij een omaatje in een kiosk.

“Dan vroeg ik: wat hebben we vandaag baboesjka? De Izvestia, het officiële orgaan van Kalmukkië. En de Sport Express van gisteren, het meest geliefde sportblad in Rusland. Maar had ze ook de Sovjetskaja Kalmukkië, de krant met een dissident geluid? Toen keek ze me met een schuin oog aan en antwoordde niet. Wie de Leninstraat volgt, komt vanzelf in Chess City, zoals Iljoemzjinov het olympisch dorp heeft genoemd. De inwoners van Elista hebben moeten bloeden voor de olympiade, maar tot een openlijk protest is het niet gekomen. Ik zou ook mijn mond houden als ik word bedreigd door de geheime politie.

“Tegen dat idiote decor vormen de problemen van de olympiade een weerspiegeling van de ellende in de wereldschaakbond. Alleen een door en door verrotte en corrupte organisatie als de Fide kan een schaakfeest organiseren in een dictatuur. Maar de Fide is nu eenmaal het politieke instrument geworden van een jonge miljardair die tien jaar geleden nog een arme student in Moskou was. Nu ligt de wereld aan zijn voeten en vraagt niemand zich af hoe Iljoemzjinov zich als president van Kalmukkië heeft verrijkt.

“Hij spiegelt zich graag aan Napoleon, aan de beroemde Russische veldheer Zoegorov en aan Jezus, met een lichte voorkeur voor de laatste. Hij beschouwt Marx en Engels als zijn idolen, noemt Saddam Hoessein een bekwaam politicus en laat net zo gemakkelijk een Russische orthodoxe kerk bouwen naast een boeddhistische tempel. Iljoemzjinov is in elk geval niet tegen religie, al zie ik in zijn politiek meer trekjes van Lenin en Saddam Hussein dan van Jezus of de Dalai Lama. De regering van Kalmukkië bestaat dan ook uit klasgenoten van Iljoemzjinov en zijn familieleden.”

“Timman en ik waren twee maanden geleden niet de enige gasten in Elista. We verkeerden in het gezelschap van Chuck Norris, omdat volgens geruchten de zoon van Iljoemzjinov gek is op films van die Amerikaanse acteur. Ze omhelsden elkaar op het Leninplein en verdwenen vervolgens in witte Mercedessen en Rolls Royces naar het paleis van Iljoemzjinov. Daar kreeg Chuck Norris een Kalmuks paard cadeau. Tot mijn verbijstering heeft Iljoemzjinov ook vier paarden beloofd aan de winnaars van de olympiade, al hoeven we gelet op de eerste resultaten van het Nederlandse team nog niet bang te zijn dat Jan Timman op een paard op Schiphol arriveert.

“Zelf afficheert Iljoemzjinov zich graag als de jeugdkampioen van Kalmukkië, die alleen door een gebrek aan tijd geen grootmeester is geworden. Ik ken een partij van hem uit zijn jeugd die verdacht veel lijkt op een partij uit 1936 tussen Stalin en Jezov, het hoofd van de NKB, de geheime politie. Misschien kan hij echt goed schaken. Iljoemzjinov won onlangs een partij van IOC-president Samaranch, al kwamen de spelers er pas na afloop achter dat ze de dame en de koning op de verkeerde plaats hadden gezet. Maar dat deed er uiteraard niet toe.

“Iljoemzjinov heeft een onuitputtelijke energie. Toen wij hem in Elista bezochten, ontmoette hij ons om 1 uur 's nachts. Zijn secretaris verzekerde ons dat hij ook daarna nog enkele afspraken had. Toen wij de volgende ochtend naar Moskou vertrokken, was zijn privé-vliegtuig al verdwenen. Iljoemzjinov is namelijk niet zo geïnteresseerd in zijn grote auto's, zijn geld of zijn gezin. Zijn vrouw ziet hem alleen op televisie. Iljoemzjinov streeft alleen naar macht. Het typeert de man dat hij nu al heeft aangekondigd het WK in het jaar 2017 te organiseren op de Aurora, de kruiser waarop volgens Russische historici in 1917 de bolsjewistische revolutie zou zijn begonnen.

“Een eeuw later zou Iljoemzjinov zijn eigen revolutie willen voltooien en tot nu toe is hij al zijn beloften nagekomen. Het eerste bulletin van de olympiade was oogverblindend. Op twintig van de in totaal vijftig pagina's staat Iljoemzjinov afgebeeld. Iljoemzjinov op een paard, met kinderen, met vrouwen, schakend tegen Campomanes, hand in hand met de Dalai Lama en noem maar op. Die verheerlijking deed me sterk denken aan de tijden van Stalin. Daar hoefde ik niet nog eens mee te worden geconfronteerd.”

Maar het verzet onder de schakers tegen een olympiade in Elista was gering. Slechts een enkeling bleef zijn principes trouw. “Het was natuurlijk geen verrassing dat Kasparov en Karpov niet voor Rusland wilden spelen, maar ook Kramnik is thuis gebleven”, zegt Sosonko. “Hij vertelde me dat de Russische media uiterst kritisch waren over het beleid van Iljoemzjinov en dat zij een olympiade in een zo arme deelrepubliek als Kalmukkië overbodig vonden. Zelfs de Russische kampioen Peter Svidler noemde Elista een hel.

Maar Iljoemzjinov weet maar al te goed dat de grootmeesters alleen maar in geld zijn geïnteresseerd. Hij sprak vorige maand met de Russische schakers op het nationale kampioenschap in St. Petersburg. Ze vroegen Iljoemzjinov slechts of het WK in Las Vegas nog doorgaat in december van dit jaar. Ze wilden ook graag weten of hun reiskosten werden vergoed en wat de premie was voor de verliezer in de eerste ronde.''

De schakers eten letterlijk uit de hand van de almachtige Fide-president. “Daarom zie ik de toekomst van het schaken niet rooskleurig in”, zegt Sosonko. “Slechts een enkeling heeft nagedacht over het absurdistische theater in Elista. Maar ik vrees dat een uitspraak van Nigel Short in de Sunday Telegraph typerend is voor de houding van de meeste grootmeesters. 'We weten allemaal dat Iljoemzjinov corrupt is', zei Short. 'Maar hij geeft in elk geval geld aan de Fide. Zijn voorganger Campomanes was corrupt en onttrok geld aan de Fide. Als de mensen in Kalmukkië omkomen van de honger is dat triest. Maar het is niet mijn probleem. Alleen het schaken heeft mijn aandacht.' Duidelijke taal, nietwaar?

“Ook de Engelse vrouwen waren zeer te spreken over de olympiade. Ze waren vooral blij met hun tolk, een nichtje van Iljoemzjinov. Ook de huizen waren prima in orde, nee, ze hadden niets aan te merken op de organisatie. De Britse teamcaptain David Norwood toonde zich bovendien verheugd door de onbeperkte voorraad wodka in Elista. De Engelsen hebben een prachtig woord voor die onverschillige houding: disgusting. Maar ook de Nederlandse scheidsrechter Geurt Gijssen spreekt over een prachtige olympiade.”

Toch heeft Sosonko geen voorbeeld willen zijn voor de schakers van het Nederlandse team. “Erik van den Doel is een jonge grootmeester van 19 jaar, die aan het begin van zijn carrière staat. Moet ik hem lastig vallen met de sociale ellende van het Kalmukse volk en de politiek van onderdrukking die Iljoemzjinov voert? De gedachten van Van den Doel zijn duidelijk. Hij wil zo snel mogelijk de zwakke pion op de c-lijn veroveren om een punt voor het Nederlandse team te scoren. Victor Kortsjnoi vroeg me of ik bij mijn teamgenoten had gelobbyd voor een boycot. Hij had twee Zwitserse ploeggenoten zo ver gekregen niet naar Elista te gaan. Maar ik vind dat ik een jong talent als Van den Doel niet mag belasten met deze complexe materie.”

Zelfs zijn vriend en voormalige dissident Boris Goelko schaakt nu voor het team van de Verenigde Staten in Elista. “Hij hield me voor dat we in 1966 een olympiade op Cuba hebben gespeeld en hij wees me fijntjes op de olympiade twee jaar geleden in het Armeense Jerevan, waar de soldaten op hun tanks voor ons hotel stonden.” De eeuwige discussie over de zin van een boycot doet hem denken aan de woordenwisseling die de Russische schrijver Toergenjev voerde met de criticus Belinski. Toen de vrouw van Belinski het gesprek tussen de twee wilde onderbreken voor de maaltijd, riep haar echtgenoot uit: “Hoe kun je nu denken aan eten? We hebben nog niet eens besloten of God bestaat.”

Net als mevrouw Belinski trok Sosonko zich discreet terug in de wetenschap dat zijn innerlijke strijd zo moeilijk is te verwoorden. “Toen ik vorige maand in St. Petersburg was, wandelde ik in gedachten door mijn jeugd. In één straat zag ik mezelf als jochie van vier jaar oud, ergens anders herkende ik een tuin waar ik vroeger speelde. En daar, in dat gebouw leerde ik schaken. Herinneringen, altijd nieuwe herinneringen, na drie dagen werd het me al te veel. Het was alsof ik de stenen loswrikte van een huis dat lang geleden is gebouwd. Op een gegeven moment dreigden de fundamenten te bezwijken, omdat ik te veel stenen had losgehaald. Voor mijn ziel was het beter de stenen te laten liggen. Daarom ben ik ook niet naar Elista gegaan. Ik wilde niet opnieuw door het verleden dwalen.”