Na de klappen op de beurs nu de klachten

“Ik ben sinds de krach van '87 niet meer zo bang geweest”, zegt een professionele belegger. De koersval van de afgelopen twee weken lijkt van geen ophouden te weten. “Het klinkt cru”, vertelt hij na een bijzonder hectische dag. “Onder particuliere beleggers was het: opstellen in rotten van vier en schieten.”

De turbulentie op de effectenbeurs zal de klachtencommissie beursbedrijf het nodige werk gaan bezorgen, zo verwachten juristen. Met name onder beleggers die met geleend geld speculeerden op effecten- en optiebeurs moeten aanzienlijke stroppen zijn geleden.

De commissie, een gezelschap onafhankelijke dames en heren onder leiding van een lid van de raad van state (C. van Zeben) en de advocaat generaal van de Hoge Raad (M. Mok), beoordeelt klachten van beleggers op onder meer de Amsterdamse effecten- en optiebeurs. De commissie is in 1982 opgezet door de beurs en de financiële instellingen die bij de beurs zijn aangesloten, waaronder de grote banken.

De commissie leidt een teruggetrokken bestaan. Beslissingen worden zo'n zes maanden na de uitspraak van de commissie gepubliceerd, waarbij de naam van de klager onvermeld blijft. Het jaarverslag van de commissie verschijnt met nog grotere vertraging.

Jaarlijks komen zo'n honderd klachten binnen, waarvan ongeveer eenderde wordt toegwezen. Elke hectische periode op de financiële markten was tot nu aanleiding voor een stroom klachten: de overrompelende koerswinsten in 1986 na de verkiezingswinst van CDA-minister-president Lubbers, de krach van 1987, de mini-krach van 1989 en de ineenstorting van het Europese stelsel van bijna vaste wisselkoersen (EMS) in 1992. “Ik denk dat er de komende tijd weer het nodige gaat gebeuren”, zegt mr H.J. Bos, advocaat bij het Rotterdamse kantoor Schaep & Partners, die effectenzaken tot zijn specialiteit rekent.

Volgens marktonderzoeksnbureau NIPO zijn er in Nederland twee miljoen beleggende huishoudens. De vrijwel onafgebroken koersstijgingen hebben de laatste jaren honderdduizenden nieuwe beleggers naar de beurs gelokt, kleine en grote. “Ondernemers die hun bedrijf hebben verkocht en veel geld hebben. Wat doen die? Beleggen in aandelen, maar als je dat op lange termijn doet gaat het langzaam. Als hun vertrouwen groeit stappen zij ook in opties. Het is het type mensen dat daarbij zelf beslissingen wil nemen en niet direct luistert naar de adviezen van mensen bij banken.”

De ervaring van Bos is dat met name over optietransacties harden noten worden gekraakt bij de klachtencommissie. Beleggen en speculeren met opties heeft twee voordelen: de in te leggen bedragen zijn minder groot dan bij vergelijkbare transacties op de effectenbeurs en de rendementen daardoor aantrekkelijker. Door het kopen of verkopen van callopties bijvoorbeeld (de aan- en verkoop van het recht om aandelen te kopen tegen een vastgestelde prijs) en van putopties (de verkoop van het recht om aandelen tegen vaste prijs te verkopen). De verkoop van opties kan uiterst risicovol zijn, al wordt dat “gecamoufleerd” doordat beleggers daarvoor een premie ontvangen.

Bij het schrijven van call opties door klanten moet een bank erop toezien dat de belegger steeds voldoende financiële waarborgen (zogeheten margin) aanhoudt voor het geval de koersen scherp stijgen. Bij zo'n koersstijging wordt de kans reëel dat koper van de optie de aandelen tegen de vastgestelde prijs wil hebben, terwijl de beurskoers dan hoger is. Een vergelijkbare strop is het gevolg als de belegger put-opties heeft verkocht en de koersen scherp dalen.

Verder is er sprake van een hefboom: een optie is altijd van toepassing op een veelvoud van aandelen. Op de Amsterdamse beurs is een optie bijvoorbeeld goed voor 100 echte aandelen. De hefboom en de financiële risico's nemen verder toe als een belegger zijn optiezaken (deels) met geleend geld doet.

De meest gemaakte fouten die bij de klachtencommissie op tafel komen, zo is de ervaring van Bos, zijn het onvoldoende bijhouden en communiceren door de bank van de waarborgverplichtingen van beleggers, onoordeelkundig advies en beleggers die zich het hoofd op hol laten brengen. “Mensen jutten elkaar op. Op de rotary hoor je alleen maar succesverhalen.” Adviseurs bij bijkantoren van banken laten de zaken onbedoeld soms uit de hand lopen, doordat zij “hun” profijtelijke cliënt willen vasthouden en hem bij complexe transacties niet aan het hoofdkantoor willen verliezen.

De meeste problemen leveren de margin verplichtingen op. Doordat opties zo complex zijn en de bank de enige is die de waarborgverplichtingen van dag tot dag correct kan becijferen, rust op haar een zware zorgplicht ten opzichte van de beleggers, zo heeft de klachtencommissie de afgelopen jaren klip en klaar aangegeven. De Hoge Raad heeft deze zienswijze overgenomen.

Als de bank haar zorgplicht (deels) verzaakt, stijgt de kans dat zij de belegger bij calamiteiten een schadevergoeding moet betalen. Gezien de financiële belangen die met optiehandel zijn gemoeid kan dat in de papieren lopen. Schadevergoedingen van tonnen zijn gemeengoed; miljoenen zijn een uitzondering. Een debâcle met EMS-beleggingen, waarop honderden beleggers hadden ingeschreven, kostte zakenbank MeesPierson na het uiteenspatten van het EMS-stelsel van vaste wisselkoersen in 1993 een miljoen of twintig. “Ik behandel nu een claim ter waarde van zes miljoen gulden tegen een kleine buitenlandse bank”, zegt Bos.

Uit angst voor oplopende claims willen de banken de actieradius van de klachtencommissie inperken. Voor claims boven tien miljoen gulden en zaken met een precedentwerking zouden beleggers naar de rechter moeten stappen. De banken klagen al jaren over het feit dat na een uitspraak van de klachtencommissie voor hen geen hoger beroep mogelijk is.

Voor de particuliere belegger heeft een wijziging aanzienlijke nadelen. Voordelen van de klachtencommissie zijn juist snelheid (gemiddeld binnen vijf maanden uitspraak) en het relatief informele karakter van de procedure, waarbij geen advocaat nodig is. Als de belegger de gang naar de rechter moet maken kan de gedupeerde belegger daardoor gemakkelijk definitief financieel worden uitgeput. Gedupeerde beleggers in effecten Co op hebben negen jaar tegen ABN Amro geprocedeerd voordat de bank vorig week een schadevergoeding aanbood. Onlangs kreeg een particuliere belegger gelijk bij de Hoge Raad in een twist met zijn bank over optiezaken. Het geschil was ontstaan tijdens de beurskrach van 1987. Informatie: Klachtencommissie Beursbedrijf, Postbus 19163, 1000 GD Amsterdam

Voorbeeld. Een belegger die twee weken geleden tien put-opties op aandelen Philips (koers: 120 gulden) heeft verkocht. Inmiddels is de koers gezakt naar 90 gulden. Tijdens de koersval moet de belegger zijn waarborgsom steeds verhogen. Tien put-opties is gelijk aan 1000 aandelen. Zijn tegenpartij kan Philips-aandelen tegen 120 gulden per stuk aan hem verkopen. Dat kost de belegger die de aandelen niet heeft 120.000 gulden, terwijl de opbrengst maar 90.000 gulden is. Verlies: 30.000 gulden. Bij 100 opties is het verlies drie ton. Hele vermogens kunnen op deze manier in luttele dagen worden weggevaagd.