'Mijnen' op maandagavond; Hogere opbrengst en lagere kosten op Amsterdamse huizenveiling

De vaste onroerendgoed- veiling is een typisch Amsterdams verschijnsel met een lange historie. Nog steeds wordt er 'gemijnd' op maandagavond.

Op maandagavond heerst er topdrukte in de cafés aan het Amsterdamse Kattengat. Enkele honderden mannen in pak, maar de laatste jaren ook steeds meer vrouwen, verdringen zich opgewekt converserend voor de diverse tapkasten. Volle glazen worden over de hoofden aangegeven. Het is de - bijna - wekelijkse ontmoeting van de Amsterdamse onroerendgoedmakelaars, die eerst met z'n allen de huizenveiling hebben bezocht in de koepelzaal van het Renaissance Hotel, voorheen Sonesta. In juli en augustus is er zomerreces, maar vanaf 14 september is het bedrijf weer losgebrand. Voorlopig nog in de koepelzaal, maar per 1 januari 1999 definitief in de Rode Hoed, waarnaar tot nu toe sporadisch werd uitgeweken.

De vaste onroerendgoedveiling is een typisch Amsterdams verschijnsel met een lange historie die al dateert uit de middeleeuwen. Tot het midden van de 17de eeuw werden de veilingen in herbergen gehouden. Sinds 1860 is de organisatie in handen van de Eerste Amsterdamse Onroerend Goed Veiling bv, die jaarlijks gemiddeld zo'n 350 panden verkoopt.

“Landelijk wordt er niet zo veel onroerend goed geveild. De schaal waarop en de regelmaat waarmee het hier gebeurt is uniek voor Nederland. Buiten Amsterdam heeft het veilen van onroerend goed vaak een negatief imago, maar hier is het een gevestigd instituut,” vertelt directeur Didi van den Elsaker van de veiling, die gelieerd is aan de Makelaars Vereniging Amsterdam. “Meestal gaat het om vrijwillige verkopen waar haast bij is, of om executoriale gevallen. Soms worden hele blokken huizen tegelijk verkocht.” In 1997 werden 543 panden verkocht uit Amsterdam en omgeving, waarvan 430 vrijwillig of als gevolg van een sterfgeval, 106 executoriaal en 7 op rechterlijk bevel. De opbrengst was 198 miljoen gulden, een recordbedrag voor het veilinghuis. In 1996 was dat nog 123 miljoen.

De te veilen panden worden aangekondigd in de plaatselijke pers en beschreven in een veilingboekje dat nog de lay-out van de vorige eeuw heeft. Het grootste aanbod bestaat uit beleggingspanden, die verhuurd zijn of in gebruik als winkel of fabriek. “Er komen ook wel woonhuizen op de veiling, maar de markt daarvoor is op dit moment zo gunstig dat een beetje gewild woonhuis onderhands zó weg is. Veilen gaat wel snel, maar je moet toch door een heel protocol van ten minste een maand,” zegt Van den Elsaker. De veiling is vooral een onderonsje van makelaars, maar ook particulieren - mits in bezit van een bankgarantie - kunnen kopen of verkopen. De koper betaalt het veilinghuis 3 promille van de koopsom. Afhankelijk van de opbrengst betaalt de verkoper gemiddeld 0,5 tot 0,6 procent van de koopsom aan het veilinghuis voor kosten van onder meer advertenties, veilingbiljetten, en organisatie (exclusief de eventuele courtage voor de verkopende makelaar). Het totale kostenpakket komt voor de verkoper gemiddeld op 4 procent van de koopsom. Dat is lager dan het gemiddelde tarief bij onderhandse koop en verkoop.

Tot eind jaren zeventig werden de veilingen in Frascati gehouden. “Het was toen veel stijver. Makelaars waren heren met hoeden, horlogekettingen en grote sigaren. In Frascati zag het altijd blauw van de rook,” weet een oudere makelaar zich te herinneren. “Ook de afslagers waren heel andere figuren dan nu. Er waren geen microfoons, dus ze moesten een enorme keel opzetten om boven het geroezemoes uit te komen. Het was een soort sociëteit en dat is het nu nog, al is er een ander type makelaar opgestaan en zijn er ook vrouwen bij gekomen. Op zo'n avond komen een paar honderd makelaars, maar meer dan dertig huizen worden er meestal niet verkocht. De meeste komen om met collega's te praten en onderling nieuwtjes uit te wisselen.”

Een gongslag op een koperen bekken kondigt om zes uur het begin van het ritueel aan. Op een projectiescherm verschijnt het eerste huis. Tot op de eerste verdieping zitten en staan de makelaars die, ook heden ten dage, een levendig geroezemoes produceren. Alleen als de bedragen naar de hemel stijgen, valt men even stil, zoals bij een café-restaurant aan de Middenweg, dat voor 2,8 miljoen van eigenaar verwisselt.

Het veilen gaat in één zitting bij opbod en afslag, volgens het eeuwenoude 'Amsterdamse systeem'. Op een verhoging, de 'bok', zit achter een lange tafel de veilingmeester, hier 'afslager' genoemd. Hij wordt geflankeerd door de notaris en de makelaar van het betrokken pand. Er worden geen minimumprijzen bekendgemaakt. Het opbodgedeelte dient om een bodemprijs vast te stellen. “Wat mag ik horen, dames en heren,” luidt de vaste aansporing van de afslager, terwijl traditiegetrouw majoor Bosshardt van het Leger des Heils met de collectebus rondgaat. Het projectiescherm toont een winkelpand in de Hartenstraat. Uit de zaal komt een bod van 200.000 gulden. Het bieden blijft steken bij 350.000. Daarmee is het huis nog niet verkocht, maar de makelaar die het hoogste bod heeft gedaan mag nu wel ter plekke een 'plokpenning' komen innen. De plok is een premie voor de hoogste bieder, een per pand vastgesteld bedrag van ongeveer een procent van de verwachte opbrengst, in dit geval 3.750 gulden.

Hierna begint het aftellen. De afslager doet nog eens twee ton op de prijs en begint af te tellen. De uiteindelijke koper is degene die als eerste 'mijn' roept. Soms gebeurt dat bij tienduizend gulden boven de prijs, soms bij één gulden, soms helemaal niet. In het laatste geval zit de provisionele koper die het plokgeld heeft geïncasseerd, vast aan zijn bod. De plokpenning is snel verdiend geld en sommigen azen daarop, met als risico dat er niet 'gemijnd' wordt. Vroeger werden bieders die boven hun draagkracht boden om het plokgeld te krijgen, 'schapen' genoemd. Als ze niet bleken te kunnen betalen, werden ze door de anderen uitgeblaat met een honend 'bèèèèèèèè`;e'. De sancties waren niet mis: twee maanden rasphuis, bij een tweede overtreding drie maanden en daarna wachtte de schuldige ook nog geseling. Tegenwoordig wordt iemand die zijn verplichtingen niet nakomt gewoon aansprakelijk gesteld voor de kosten.

Het voordeel van de veiling is dat de verkoper zekerheid heeft dat zijn pand wordt verkocht, tegen een zo hoog mogelijke opbrengst. “De opbrengsten op de veiling liggen gemiddeld vaak hoger dan die van de onderhandse markt,” zegt Didi van den Elsaker. Als de verkoper niet tevreden is over het geboden bedrag, heeft hij na de veiling nog een uur bedenktijd om het huis al dan niet te 'gunnen'. En dan is het snel wegwezen voor een drankje, want de wet verbiedt dat er op de veiling wordt geschonken.