List en bedrog in Italiaans dopinglab

Het Italiaanse dopingschandaal breidt zich snel uit. De controle blijkt een aanfluiting te zijn. Naar schatting zevenhonderd artsen verdienen aan de handel in doping. Veel sportbestuurders zien hun machtige positie in gevaar komen.

ROME, 3 OKT. Urinemonsters met koffie, dopingonderzoek waarvoor wel is betaald maar dat niet is uitgevoerd, een oppermachtige bobo met een voorliefde voor sportwagens en gouden ringen, verdwenen dossiers, een voetbalploeg uit de Serie A die collectief aan de EPO lijkt te hebben gezeten: het dopingschandaal in Italië wordt met de dag groter en kleurrijker.

Officieren van justitie in Turijn, Bologna en Rome proberen licht te werpen op dopinggebruik en vooral de controle daarop binnen de Italiaanse sport. De eerste, voorlopige conclusies zijn ontluisterend. De controle was een aanfluiting. Soms zijn positieve testresultaten onder tafel gewerkt, met medeweten van bestuurders. En de voetbalbond hanteert eigen, verdacht soepele regels.

De controle op doping is gecentraliseerd in Italië. Ongeacht de sport wordt het onderzoek uitgevoerd in een laboratorium in Rome. Dit gebeurt onder auspiciën van het CONI, het machtige Italiaans Olympisch Comité dat zowel de beroeps- als de amateursport overkoepelt. Een paar maanden geleden nog zei het CONI trots dat nergens ter wereld zoveel dopingcontrole werd uitgevoerd als in Italië. Bondsbestuurders zeiden dat nergens zo weinig dopinggebruik werd ontdekt. Nu blijkt waarom: de plasjes werden vaak zonder controle door de gootsteen gespoeld.

Het laboratorium blijkt een broeinest van bedrog, oplichting en fraude. Als er monsters binnenkwamen van voetballers die na een wedstrijd waren ingeloot voor controle, werd op het lab besloten wiens plasje zou worden onderzocht - de rest ging weg. De bijbehorende papieren, die eigenlijk twee jaar bewaard moeten worden, verdwenen al na een paar weken.

Toch werd er wel eens iemand positief bevonden. Een medewerker van het lab heeft de justitie verteld dat hij na de wedstrijd Udinese-AS Roma bijvoorbeeld, begin 1997, verboden stoffen ontdekte. Zijn baas vertelde hem dat hij zijn mond moest houden, de verzegeling van het monster voor de contra-expertise bleek te zijn verbroken, en het oorspronkelijke monster was verdwenen.

De man hierachter was Emilio Gasbarrone, bijgenaamd 'Lotus', wegens zijn voorliefde voor sportwagens van dat merk. Gasbarrone is een socioloog die zich heeft opgewerkt tot secretaris van de federatie van sportartsen en als teken van zijn macht een gouden ring met een leeuw aan zijn rechterpink draagt. Binnen het lab had hij een groepje vertrouwelingen gevormd aan wie hij de tests kan toevertrouwen.

Dwarsliggers werden eruit gewerkt. Zoals Alberto Giarrusso, begin vorig jaar ontslagen als hoofd van het laboratorium. Hij had een paar maanden daarvoor geweigerd de positieve resultaten van atlete Antonella Bevilacqua ongedaan te maken. “Ik ben er zeker van dat Gasbarrone opereerde met de volle instemming van de top van de Italiaanse sport en van enkele bonden”, zegt Giarrusso nu. “Hij heeft me dat zelf verzekerd.”

Een CONI-medewerker die te goeder trouw is omdat hij al decennia lang campagne voert tegen doping, Sandro Donati, vertelt dat al jaren werd gerotzooid op het lab. Midden jaren tachtig werden daar dopingtests uitgevoerd om uit te zoeken hoeveel je kon gebruiken en wanneer je moest stoppen voor de test om niet betrapt te worden, zegt hij in het gisteren verschenen nummer van het weekblad L'Espresso.

Donati haalt ook een incident aan met de atlete Anna Maria Di Terlizzi, die begin 1997 een absurd hoog percentage cafeïne in haar urine bleek te hebben. Na controle was de enige mogelijke conclusie dat iemand er koffie bij had gegooid. Donati schat dat er in Italië zevenhonderd artsen zijn die hun brood verdienen met doping. “Vaak gaan die van een in opspraak geraakte tak van sport naar een meer beschermde tak, zoals nu lijkt te gebeuren tussen het wielrennen en het voetbal.”

De voetbalbond blijkt het zelf niet zo nauw te nemen met de controle. Waar alle andere sportbonden een eerste directe test voorschrijven op de zuurgraad en de dichtheid van de urine, als controle op verdunning, heeft de bond van deze preventieve controle een optie gemaakt. Het resultaat is dat ze nooit wordt uitgevoerd: in de speciale setjes die de bond heeft laten maken, zit niet eens het materiaal voor zo'n eerste controle.

In haar speurtocht naar doping ontdekt justitie steeds meer. Gisteren werd bekend dat het bloed van bijna de voltallige selectie van Parma, met uitzondering van verdediger Fabio Cannavaro, een verontrustend hoge hematocrietwaarde (het volume van de bloedcellen in verhouding tot het totale bloedvolume) had. Dit kan een indicatie zijn voor gebruik van het verboden bloeddopingmiddel EPO.

De bondsbestuurders worden steeds onrustiger. CONI-president Mario Pescante moest begin deze week aftreden. 'Lotus' Gasbarrone is donderdag ontslagen. De positie van Luciano Nizzola, voorzitter van de voetbalbond, wankelt.

Minister van cultuur Walter Veltroni, met ook sport in zijn portefeuille, heeft een speciale regeringscommissie ingesteld. Haar rapport wordt medio oktober verwacht. Het lijkt onvermijdelijk dat die commissie voorstelt de CONI onder curatele te stellen, in de hoop zo een einde te maken aan de smoezelige sfeer van onderonsjes, coöptatie en bedrog in de Italiaanse sportwereld.