Letten bepalen lot van 'niet-burgers'

Vandaag stemmen de Letten. Twee keer zelfs: in parlementsverkiezingen en in een referendum over de versnelling van de naturalisatie van de 'niet-burgers'.

ROTTERDAM, 3 OKT. Vandaag moeten in Letland de mannetjes het maken: de Letse politiek draait niet zozeer om partijen en hun programma's, maar eerder om de leiders van die partijen, die dan ook eerder zichzelf vertegenwoordigen dan een duidelijk te onderscheiden beleid. Alle partijen noemen zich nationaal, liberaal en Europees, ze zijn allemaal voor democratie en de vrije markt, voor aansluiting bij EU en NAVO en voor prima relaties met iedereen. De beleidsgeschillen zijn zo klein dat bijna elke week wel een parlementariër naar een andere fractie overloopt, om redenen waar de buitenwereld naar moet gissen. Geen wonder dat corruptieschandalen een prominente plaats innemen in de politiek - en in de verkiezingscampagne, een veel prominentere plaats in elk geval dan serieuze thema's.

Favoriet is vandaag 's lands rijkste man, Andris Šk¯ele, een zakenman ('de Letse Berlusconi') die midden vorig jaar als (partijloze) premier aftrad. Hij wierp de handdoek in de ring nadat zijn kabinet, een coalitie van liefst negen partijen, in een jaar bijna twintig keer van samenstelling was veranderd en richtte op 2 mei een eigen Volkspartij op. Die partij is inmiddels volgens peilingen de grootste: ze kan rekenen op 19 tot 21 procent van de stemmen. De Volkspartij wordt in de peilingen gevolgd door Vaderland en Vrijheid, de belangrijkste partij van de regerende coalitie van Šk¯eles opvolger als premier, Guntars Krasts, met bijna veertien procent, en Letse Weg, de op een na grootste partij in Krasts coalitie, met 13,5 procent.

Šk¯ele kan dus weer een prominente rol gaan spelen in de Letse politiek. Hij beschouwt het land als een onderneming en de premier als de president-directeur van die onderneming. Met die filosofie had deze technocraat-pragmaticus als 'sterke man' van Letland een jaar lang succes. Maar ook Šk¯ele is omstreden: zijn rijkdom is, zeggen critici, het resultaat van corruptie. Hij zou na 1991 als onderminister van Landbouw voor zichzelf en zijn vrienden het grootste deel van de geprivatiseerde voedselproducerende industrie in de wacht hebben gesleept.

Belangrijker voor de toekomst van Letland is het referendum van vandaag: dat beslist over de integratie van de zogenoemde 'niet-burgers'.

In de halve eeuw waarin Letland deel uitmaakte van de Sovjet-Unie vestigden zich er honderdduizenden Russen. Zij vormen, met Oekraïeners en Wit-Russen, een etnische minderheid van 738.000 zielen. Van hen heeft nu veertig procent het Letse staatsburgerschap: zij zijn genaturaliseerd of stammen af van mensen die al woonden in het onafhankelijke Letland van het interbellum.

De rest, zestig procent van de Russische en andere minderheden (ofwel 28 procent van de totale bevolking van Letland), is na zeven jaar nog altijd 'niet-burger', zonder Lets paspoort en zonder stemrecht. Hun positie is al jaren in het geding. Rusland misbruikt die moeilijke positie als alibi voor kwade verwijten aan en economische sancties tegen Letland. Maar ook de internationale gemeenschap maakt zich al jaren zorgen over de te trage integratie van de 'niet-burgers' en eist een versnelling van het naturalisatieproces.

In juni zwichtte het Letse parlement voor die druk van de Europese Unie, de VS en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE). Het schafte het quota-systeem af, dat voorzag in een zeer langzame (en naar leeftijd discriminerende) naturalisatie, en bepaalde dat in het onafhankelijke Letland geboren kinderen automatisch het staatsburgerschap krijgen als de ouders daarom vragen. Maar Vaderland en Vrijheid, de nationalistische partij van premier Guntars Krasts, wilde nà de stemming in het parlement de kwestie alsnog de bevolking voorleggen en haalde genoeg handtekeningen op om een referendum af te dwingen.

De andere partijen in de regeringscoalitie waren daar niet blij mee, omdat de Letten aldus nooit van “dit heikele thema” (aldus president Guntis Ulmanis) afkomen en omdat een eventuele afwijzing van de versnelde integratie van de 'niet-burgers' serieuze consequenties heeft voor de relaties van Letland met 'Europa'. Bovendien kan zo'n afwijzing zich tegen de regeringspartijen keren. Dat gevaar lopen vooral premier Krasts en zijn partij, Vaderland en Vrijheid. Krasts heeft de wetsamendementen eerst in het parlement ingediend, om ze na de aanvaarding door dat parlement alsnog met een negatief stemadvies aan het volk voor te leggen. Als de Letten de amendementen vandaag aanvaarden, staan hij en zijn partij in hun hemd. Geen wonder dat Vaderland en Vrijheid de parlementsverkiezingen heeft genegeerd en haar hele verkiezingscampagne heeft geconcentreerd op het referendum.

Hoe de uitslag uitvalt, is onduidelijk: peilingen over de voorkeur bij de parlementsverkiezingen zijn er geweest, maar de mening van de Letten over de integratie van de 'niet-burgers' is in het geheel niet gepeild. Premier Krasts zegt vandaag hoe dan ook 'ja' op de vraag of de door het parlement aangenomen wetsamendementen moeten worden afgewezen. President Ulmanis heeft laten weten hoe dan ook 'nee' te stemmen. De gemoederen zijn niet rustig gebleven: donderdag ontplofte in Riga een autobom, gisteren werd bij Ulmanis' bureau geschoten.