Leren is leuk als het niet moet

Ruzie bij Justitie, vormfouten, te weinig blauw op straat, cellentekort, voor een rechtgeaarde misdadiger zijn dat de krenten uit de pap van het dagelijkse nieuws. Een krant kan het criminele deel van haar aboneebestand dan ook geen groter plezier doen dan regelmatig te berichten over de wanorde binnen het Nederlandse opsporingsapparaat. Vooral van interviews (met foto!) waarin gevangenisdirecteuren het falen van hun penitentiaire beleid trachten te verhullen door meer aandacht te vragen voor alternatieve werkstraffen, smult de geïnformeerde hasjkoning. Na zo'n bemoedigend artikel vouwt hij zijn krantje dicht, in het besef dat de gouden tijden nog lang niet voorbij zijn. Precies zo tevreden moet het Nederlandse kind zich voelen als het over de schouder van zijn opvoeder de volgende krantenkoppen leest: 'Studiehuis bij voorbaat mislukt', 'Shell doet bod op universiteit' en 'In 2002 vijftigduizend leraren tekort'. Fantastisch nieuws is dat, zelfs nog beter dan 'School afgebrand'. Dat laatste is altijd maar tijdelijk, het andere niet. En hoewel de opvoeder zorgelijk voor zich uit staart na lezing van de zwartgallige scenario's, juicht het hart van de kleine leerplichtige. Over vier jaar al geen meester meer voor de klas! Over acht jaar met z'n allen keten in een verlaten studiehuis, en over tien jaar zonder problemen aan de slag bij het benzinestation van meneer Herkströter.

Weg met dat zinloze gedreun, gerepeteer en overhoren. Eindelijk vrijheid!

Het kind dat in zijn jeugdig enthousiasme zo reageert op de laatste berichten van het onderwijsfront nemen we niets kwalijk. We lachen erom, en peinzen weer verder, bijvoorbeeld over het raadsel hoe het beroep van leraar weer aantrekkelijk gemaakt kan worden.

Toch lijkt het mij beter iets langer stil te staan bij de vreugdedans van onze kleintjes.

Want ze hebben het gelijk aan hun kant. Aan het eind van onze eeuw is het leren binnen het Nederlandse onderwijsbestel, van de alleronderste onderbouw tot en met de allerhoogste bovenbouw, een geestelijke triathlon geworden die in een moordend tempo afgelegd moet worden. Vooral de middelbare scholier moet het ontgelden. Met een loodzware rugzak educatief materiaal worstelt hij zich met negenentwintig anderen van lokaal tot lokaal, waar ze iedere vijftig minuten worden volgestouwd met steeds een andere, vaak willekeurige verzameling wetenswaardigheden. Een volwassene zou hier na een week compleet gestoord van worden, maar van onze kinderen verlangen we zes jaar lang inzet, motivatie en vooral hoge cijfers. En waarom?

Omdat, zo denken we, hoge cijfers goed zijn voor onze kinderen. Daar worden ze betere kinderen van die later, als ze betere mensen zijn, ook de betere banen krijgen. Dat lijkt ons voor onszelf en onze kinderen het beste. En daarom sturen we ze naar de allerbeste scholen uit de Trouw-toptien, en beulen we ze af, net zolang tot de schooltas aan de vlaggenstok mag. Het kind zelf zou daar ook graag aan gaan hangen, geestelijk geruïneerd na zes jaar dwangarbeid, maar helaas, dat mag nog niet. Eerst nog vier jaar in hoog tempo doorstuderen, en dan pas kan hij, geheel vrijwillig, zijn kop in de strop steken die het bedrijfsleven hem voorhoudt.

Deze verstikkende leerdwang zorgt ervoor dat het opgroeien tot volwassene de somberste periode in een mensenleven is geworden, ondanks de vrolijke popmuziek, de extasy-pillen, en het ruimhartige slaapbeleid van de ouders.

Gelukkig is de geschiedenis rechtvaardig. Al die hoge cijfers en die prachtige diploma's leveren steeds minder op. Want wat de meeste kinderen sinds de invoering van de leerplicht al instinctief vermoedden, is nu eindelijk ook doorgedrongen tot hun toekomstige bazen: de meeste schooltijd is verloren tijd. Voor het gewone leven op de werkvloer van de vaderlandse economie zijn al die tienen en negens helemaal niet nodig. Tachtig procent van de leerstof kan sowieso vergeten worden als de trainee aan zijn bedrijfscarrière begint. Eén dag rollenspel in een assessmentcenter voorspelt het succes daarvan beter dan vijftien jaar zwoegen in het Nederlandse onderwijssysteem.

Daarom worden de trots overhandigde diploma's glimlachend terzijde geschoven als de sollicitant uitgenodigd wordt zijn kwaliteiten te tonen.

Als deze ontwikkeling doorgaat, zal het afmaken van een opleiding in de meeste gevallen een zinloos advies worden. Ouders die hun kind, eventueel samen met een dure huiswerkbegeleider, net zo lang opsluiten totdat het Havo-getuigschrift binnen is, verpesten niet alleen de sfeer in huis, maar ook de beroepskansen van hun oogappel. In die jarenlange worsteling met de studiestof ontwikkelt hij misschien een stug doorzettingsvermogen, maar dat zal ten koste gaan van het improvisatievermogen, de flexibiliteit en het zelfvertrouwen. En voor een leuke baan zijn juist de laatste drie kwaliteiten noodzakelijk, zoals we in iedere moderne personeelsadvertentie kunnen lezen.

Verstandige mensen zien de Verelendung van het onderwijs dan ook met vertrouwen tegemoet.

Nu het stille verzet van de kinderen tegen die idioot lange leerplicht steeds meer openlijke steun krijgt uit kringen van werkgevers, zal het front van ouders en leerkrachten spoedig instorten. Hoewel verschillend gemotiveerd, zorgde het platte eigenbelang van deze twee bondgenoten ervoor dat kinderen tegen hun wil zo lang mogelijk van de straat en binnen de schoolmuren werden gehouden. Zonder ideologische maskerade is dat eigenbelang vandaag een te smalle basis geworden voor een heel onderwijssysteem. Ook al stopt men het vol met computers, cola-automaten en huiswerkadviseurs.

Als de overheid wil meewerken (en waarom zou ze niet, nu Paars II haar ministers en staatssecretarissen ook uit het assessmentcenter betrekt? Vakdiploma's, cijferlijsten, en leerroutes spelen immers geen enkele rol bij de verdeling van de paarse baantjes) verhuist de leerplicht binnenkort naar het museum van de twintigste eeuw.

Dat is fijn, want als leren niet meer moet, kan het eindelijk leuk worden.