Intimidatie

Nikos Machlas, de Griekse voetballer van Vitesse, werd in zijn vaderland uitgejouwd en overgoten met koffie. Hoe is het om met een buitenlandse club tegen landgenoten te spelen?

Bas van der Goor, volleyballer in Italië: “Ik heb één keer met Modena in Zevenhuizen tegen ZVH gespeeld. Dat was in 1995, in mijn eerste jaar in het buitenland, en het ging goed met me. Het Nederlandse publiek kon me voor het eerst in actie zien met mijn nieuwe club. Dat was wel spannend en gaf extra druk. Bij ZVH was ik al een soort vijand, want met mijn oude club Dynamo speelden we vaak tegen hen om het landskampioenschap. Tevoren hield ik er rekening mee dat ze me zouden uitjoelen, maar de sfeer werd niet grimmig. Er waren geen opgefokte mensen. Wel een groepje kinderen dat ingestudeerde liedjes over Roodkapje zong. En bij de opslag floten ze me steeds uit. Het deed me niet zoveel, het motiveerde me juist.”

Rob Rensenbrink, voetbalde met het Belgische Anderlecht vaak tegen Nederlandse clubs: “In mijn voetbaltijd, 25 jaar geleden, was de mentaliteit heel anders. Tegen Roda en tegen Twente, voor de Europa Cup, was er niets aan de hand. Dat speelde toen helemaal niet. Voor mij was het ook niet speciaal om tegen Nederlandse clubs te spelen. Wat er met Machlas gebeurde, begrijp ik volkomen. De voetbalcultuur in landen als Griekenland en Turkije is met geen pen te beschrijven. Met Anderlecht speelde ik tegen Olympiakos Piraeus. Thuis 3-0 gewonnen, maar 'uit' werd het moeilijk. In het hotel hielden supporters ons 's nachts uit de slaap. Ze proberen alles om je te intimideren. We verloren met 2-0 en gingen op het nippertje door. Onder politiebegeleiding verlieten we het stadion en na de wedstrijd werden we opgesloten in ons hotel. We mochten er niet uit.”

Bart Veldkamp, Haagse schaatsbelg: “Voor mij is er niet zoveel veranderd sinds ik voor België schaats. De Nederlandse schaatsers waren al mijn grote concurrenten. In het begin wilde ik altijd beslist vóór de laatste Nederlander finishen. Dan kon het publiek niet denken dat ik weggegaan ben omdat ik te langzaam was. De Nederlandse toeschouwers zijn allemaal positief over mijn overstap naar België. Natuurlijk hoor je wel eens dat ze langs de baan zoiets roepen van: 'Hé, domme Belg'. Maar dat is een standaardreactie, nooit hatelijk bedoeld. Bij een schaatswedstrijd tussen een Belg en een Nederlander, hoop ik dat de Belg wint. Ik heb liever dat een buitenlander wint, want dat is beter voor de schaatssport.”

Erik Breukink, wielrenner die voor het Spaanse ONCE reed: “Als ik de Ronde van Nederland of de Gold Race reed, gaf dat een speciaal gevoel. Je wilt op eigen bodem toch extra goed voor de dag komen. Door het publiek ben ik nooit als een verrader gezien. Een Nederlander ziet toch liever Breukink in Spaanse dienst winnen dan S/orensen in Nederlandse dienst. Als er in onze tijd een Nederlander en een ploeggenoot op kop fietsten, dan hoopte ik dat onze renner won. Zo werkt het ploegenspel.”

Frenk Schinkels, tot Oostenrijker genaturaliseerde Nederlandse voetballer: “Voor Oostenrijk speelde ik in Sittard een interland tegen Nederland. Het publiek schold me uit voor verrader gooide met bier. Ik wilde het maximale uit mijn carrière halen, en het Nederlands elftal zat er niet in. Het Oostenrijkse lag binnen handbereik. Ik liet me door de intimidaties niet bang maken. In Sittard had ik ze vrij snel stil, want ik scoorde. Zodra ik mijn voetbalpakkie aan had, mochten toeschouwers op me schelden. Geen probleem, daar betalen ze voor. Het is abnormaal dat het ook in de privésfeer gebeurt, zoals met Machlas. De mensen die hem nu uitschelden, reizen straks met het Griekse nationale elftal mee en moedigen hem aan.”