Ieder voor zich; Het faillissement van de Japanse Bank LTCB

In een trots glimmende glazen toren aan het Hibiya Park in het regeringscentrum van Tokio is het hoofdkantoor van de Long Term Credit Bank (LTCB) gevestigd. Aan de overzijde van dit rustieke park - een centraal plein met grote fontein, een rozentuin, hier en daar een schaduwrijk terras - ligt achter een slotgracht het keizerlijk paleis verscholen. Rondom Hibiya Park staan verder een aantal ministeries en bijvoorbeeld ook het prestigieuze Imperial Hotel.

Ook de LTCB was tot voor kort zo'n gerenommeerdeonderneming, maar in korte tijd is de bank veranderd in een gewond prooidier waar hyena's aan knagen. Ofwel, een corrupte onderneming zonder overlevingskansen waar de pers nu verder zijn gang mee mag gaan.

De Japanse regering heeft zijn best gedaan de schaduwzijde van de LTCB te verbergen, zoals het wellicht nog immer de schaduwzijde van vele andere bedrijven uit het licht houdt. Ambtenaren en de regerende Liberaal Democratische Partij hadden geen enkele interesse in openheid over laakbaar handelen van de LTCB-bankiers. Op 21 augustus kondigde de LTCB een herstructureringsplan aan waarbij de overheid de bank een handje zou helpen door maximaal 1 biljoen yen (ruim 14 miljard gulden) in de bank te pompen om het eigen vermogen aan te vullen. Felle tegenstand van de oppositie, die in juli net de verkiezingen voor het Hogerhuis had gewonnen, heeft aan dit plan echter een einde gemaakt. Het bestaan van de oude LTCB is voorbij nu de bank tijdelijk zal worden genationaliseerd. Plots komt een beeld naar buiten van een bank die door en door verziekt is.

Het herstructureringsplan van 21 augustus behelsde onder meer het kwijtschelden van de schulden ter waarde van 520 miljard yen (7,5 miljard gulden) van drie aan de LTCB gelieerde financieringsmaatschappijen. Een van deze maatschappijen was Japan Leasing dat afgelopen maandag faillissement heeft aangevraagd.

Ook Japan Leasing werkte aan herstructurering en de toenmalige plannen van het bedrijf bevatten een aardig detail dat licht werpt op de ons-helpt-ons mentaliteit rond de sturing van de economie. Ruim 70 agrarische coöperaties hebben gezamenlijk leningen ter waarde van 340 miljard yen (4,8 miljard gulden) uitstaan bij Japan Leasing, meer zelfs dan de grootste individuele schuldeiser, moederbank LTCB. Maar in zijn saneringsplan had Japan Leasing alleen schuldeisers met leningen groter dan 10 miljard yen gevraagd een deel van de schulden kwijt te schelden. Kleinere crediteuren zouden keurig worden terug betaald. En het toeval wil dat slechts vijf agrarische coöperaties boven dit bedrag van 10 miljard komen. De agrarische sector, dat wil zeggen het stemvee van de regerende Liberaal Democratische Partij die bij de laatste verkiezingen zijn zetels in alle grote steden verloor, bleef dus keurig gespaard bij de geplande herstructurering van Japan Leasing.

Nu Japan Leasing faillissement heeft aangevraagd moeten de agrariërs opeens gewoon in de rij van schuldeisers aansluiten en maar hopen iets terug te zien. De regering had deze bescherming van de agrarische coöperaties mogelijk willen maken door geld te pompen in de grootste schuldeiser: de LTCB. Zoals gezegd zou de LTCB zijn leningen aan Japan Leasing geheel kwijtschelden en tegelijkertijd geld ontvangen van de overheid om het eigen kapitaal aan te zuiveren.

Omdat de Japanse oppositie deze plannen heeft verijdeld is ze door de Japanse pers verweten te “spelen” met de financiële sector terwijl juist snel ingrijpen geboden is nu de Japanse economische situatie maandelijks lijkt te verslechteren. Maar het is niet moeilijk om begrip te krijgen voor een oppositie die duidelijkheid eist over de aanpak van de financiële sector en niet onvoorwaardelijk overheidsgeld in de banken wil blijven pompen. Had de overheid niet dit voorjaar nog geld in alle banken, inclusief de LTCB, gestoken onder het motto dat “alleen gezonde banken” voor deze injectie in aanmerking kwamen?Hoe kan de LTCB dan slechts enkele maanden later opeens op de rand van de afgrond blijken te staan? De voorzitter van de commissie die destijds over de toewijzing van het overheidsgeld besloot zei afgelopen maand in het parlement dat ze destijds “geen informatie had over individuele banken”. Deze commissie van experts uit de particulier sector was niet meer dan een schaamlap voor een reeds geplande overheidsoperatie. Openheid van banken en toezichthoudende regeringsinstanties over de slechte leningen' van de LTCB is ook nu, nu inmiddels is besloten de bank tijdelijk te nationaliseren, nog steeds een eis van de oppositie.

Nu de redding van de bank via een fusie met Sumitomo Trust voorlopig van de baan is en de ondergang van het gelieerde bedrijf Japan Leasing een feit, hebben sommige Japanse media zich gretig op beide bedrijven gestort. Het verhaal dat zich langzamerhand uitkristalliseert is niet alleen een web van briefbusondernemingen om verliezen te verbergen rondom Japan Leasing zelf, maar samenwerking in deze activiteiten van de LTCB, Japan Leasing en de overige twee financieringsbedrijven (Japan Landic en NED) waarvan de LTCB de schulden wilde kwijtschelden. Veel van de verliezen hebben te maken met de daling in grondprijzen na het spatten van de 'luchtbel' eind jaren tachtig. De LTCB is een van de drie langetermijnbanken in Japan die na de oorlog zijn opgezet om de industrie aan voldoende fondsen te helpen tijdens de heropbouw. In de jaren tachtig was de industrie inmiddels volwassen en leek de onroerendgoedmarkt een winstgevend alternatief voor investeringen.

De krant Asahi kwam dinsdag met het bericht dat rond het trio Japan Leasing, Japan Landic en NED een groep van 49 bedrijven is opgebouwd waar de LTCB in totaal 1.149 miljard yen (ruim 16 miljard gulden) heeft uitstaan. Volgens de krant kunnen alleen daar al de verliezen voor de LTCB ver oplopen boven het bedrag van 520 miljard yen aan schulden dat de bank het trio wilde kwijtschelden.

Het maandblad Seikai komt deze maand met een uitgespit voorbeeld waarin een hotel de hoofdrol speelt. Het hotel komt als onderpand in handen van de LTCB als in de jaren tachtig een hotelontwikkelaar failliet gaat voordat de bouw klaar is. De LTCB doet niet direkt afstand van het hotel aan de hoogste bieder om zodoende het geleende bedrag terug te krijgen, maar begint een ingewikkeld spel. Het hotel gaat vier keer in andere handen over, terwijl weer twee andere bedrijven het hotel als onderpand gebruiken voor leningen bij onder meer de LTCB zelf. Al deze bedrijven, uitgezonderd LTCB en Japan Leasing zelf, zijn slechts papieren ondernemingen die dienen om zuur geworden leningen te verbergen, aldus het blad. Meerdere verhalen van deze strekking zijn inmiddels in de Japanse pers verschenen.

Het tafereel dat zich dezer dagen zodoende afspeelt, is hetzelfde als een jaar geleden rond het effectenhuis Yamaichi. Ook toen was er een bedrijf dat opeens in grote moeilijkheden kwam. Pas nadat redding niet meer mogelijk bleek kwam er een stortvloed van illegale praktijken - het verbergen van verliezen gelijk de LTCB - naar buiten.

Dit toont dat de controle van de overheid op het bedrijfsleven absoluut onvoldoende is. Overheid en bedrijfsleven zijn tegenover de buitenwereld als twee handen op één buik. Zolang de economie voorspoedig groeide gaf dit geen problemen. Een verlies was gemakkelijk intern op te vangen. Maar nu de koek dagelijks kleiner lijkt te worden moet ieder vechten voor zijn bestaan. Er vallen in deze strijd natuurlijk slachtoffers en daarmee komen opeens illegale praktijken en zelfs corruptie aan het voetlicht.

Daarnaast functioneert ook de pers niet als controlerend orgaan. Verhalen over misstanden verschijnen in het grootste deel van de pers (slechts een miniem deel is onafhankelijk, en geen van de dagbladen) slechts nadat het ergens fout gaat. In het geval van de LTCB is het laatste oordeel nog niet gesproken en houdt bijvoorbeeld een invloedrijk blad als de Nihon Keizai Shinbun (Japans Economisch Dagblad) zich nog geheel verre van artikelen over brievenbusondernemingen rond de LTCB. Dit leidt uiteindelijk tot de conclusie dat ook andere Japanse financiële instellingen nog genoeg verrassingen in petto kunnen hebben.