Huilbaby huilt ook in het ziekenhuis

Huilbaby's zijn kerngezond. En daarom horen ze niet in het ziekenhuis, vindt een orthopedagoog. Kinderartsen bestrijden dat. “Er is sprake van social emergency. De moeder kan het niet meer aan.”

ROTTERDAM, 3 OKT. Geef de baby een slok whisky of doop de speen in brandewijn. Zet de baby in de auto en rij een blokje om. Voor borstvoedende moeders: drink geen melk en vermijd grapefruits, bananen, tomaten, spruitjes, erwten, bonen en uien. Dit zijn maar een paar van de adviezen die ouders krijgen om een huilbaby te laten stoppen met huilen. Als niets helpt, rest soms voor ouders maar één oplossing: de baby naar het ziekenhuis, een paar dagen rust.

Naar schatting tien procent van de baby's (dit jaar worden er naar verwachting weer 196.000 geboren) is een huilbaby. Volgens de meest gangbare definitie is een baby een huilbaby als hij ten minste drie uur per dag huilt gedurende ten minste drie dagen per week en drie achtereenvolgende weken. Vaak loopt de baby bij het huilen paars aan en is hij op geen enkele manier te troosten. In extreme gevallen houdt het huilen tien maanden aan. Een onbekend aantal baby's belandt wegens het huilen korte tijd in het ziekenhuis. 'Darmkrampjes' of 'kolieken' luidt dan vaak de diagnose.

Maar eigenlijk tasten de artsen over de oorzaak van het huilen in het duister. Andere baby's huilen ook: in de eerste zeven weken van hun leven gemiddeld twee uur en een kwartier per dag. Bij de meeste huilbaby's wordt geen medische afwijking gevonden. Een verband met voeding of stoornissen in het maag-darmkanaal is niet bewezen, stelden drie kinderartsen in 1995 in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde op basis van literatuuronderzoek. Huilbaby's komen normaal aan in gewicht. Angst, spanning en onrust bij de ouders, ook wel als oorzaak aangemerkt, is volgens de drie eerder een gevolg.

Of een huilbaby terechtkomt in het ziekenhuis, hangt vooral af van de mate waarin de ouders het gehuil kunnen verdragen. Uit de voorlopige resultaten van een onderzoek door de Zwolse kinderarts P. Zwart blijkt dat huilbaby's wier moeder een moeizame zwangerschap en/of bevalling heeft gehad, een grotere kans hebben in het ziekenhuis terecht te komen dan andere huilbaby's. Dat zou erop kunnen wijzen dat de 'draagkracht' van deze moeders kleiner is.

Hoort een huilbaby dan wel in het ziekenhuis thuis? Orthopedagoog E. Vos-Thiels, hoofd behandeling van medisch kleuterdagverblijf De Stegel in Roosendaal, vindt van niet. Ze gaat ervan uit dat huilbaby's in het algemeen gezonde baby's zijn, die echter niet adequaat reageren op de signalen van de moeder. “Zo'n kind is vaak prikkelgevoelig, heeft een zeer fel temperament, kan snel en heftig reageren.” De beste behandeling bieden volgens Vos de medisch kleuterdagverblijven, waar ouders en kind gedurende enkele maanden in een ontspannen sfeer leren met elkaar om te gaan. “In een ziekenhuis wordt zo'n baby alleen maar meer geprikkeld door de drukte en spanning die daar heerst”, zegt Vos. “En als het kind weer naar huis gaat begint het probleem van voren af aan.”

R.A. Holl, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde, is het met deze analyse niet eens. Op de kinderafdeling van een ziekenhuis heerst volgens hem rust en regelmaat, en door het 'rooming in'-systeem kunnen de ouders dag en nacht bij hun kind zijn. Opname van huilbaby's is volgens Holl een social emergency. “Je krijgt een moeder voor je die het absoluut niet meer aankan, waarvoor je op heel korte termijn een oplossing moet verzinnen. Dan kan ik wel een medisch kleuterdagverblijf bellen, maar daarvoor geldt een wachttijd.” Kinderarts Zwart: “Sommige ouders hebben elkaar al weken niet gezien. Die draaien drie uur op, drie af - dan loopt de vader met het kind, dan de moeder. Ik zeg tegen die mensen: ga eerst eens lekker eten in een restaurant.”

Volgens Zwart biedt zijn ziekenhuis de huilbaby's ook een goede behandeling. “Met hulp van een psycholoog, maatschappelijk werker en een pedagogisch medewerker proberen we het kind in een bepaald ritme te krijgen, zodat de ouders er weer tegen kunnen.” Ook wordt geprobeerd de oorzaak van het huilen op te sporen. “De fysiotherapeut kijkt, de neuroloog kijkt, er wordt een echo gemaakt van de buik want je moet altijd rekening houden met een medische oorzaak.” Ook krijgen de baby's babymassage. “Vaak zie je al heel snel dat het huilen ophoudt, of in elk geval niet meer zo erg is als voordat het kind in het ziekenhuis kwam.”

Maar volgens Vos schuilt daarin weer een gevaar. “Zeker als ouders zich erg onzeker voelen, kunnen ze het gevoel krijgen dat ze hebben gefaald als het in het ziekenhuis plotseling veel beter gaat.”

Uiteindelijk houdt het huilen vanzelf op, meestal als de baby zo'n vier maanden oud is, stellen de drie kinderartsen in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. Waarom het kind huilde, blijft meestal een raadsel. Volgens de artsen kunnen de ouders het huilen alleen tegengaan door het kind tijdens de huilbui op de buik te dragen, het niet overdreven vaak op te pakken en te voeden, veel te laten boeren, rustig te blijven en verder alle adviezen in de wind te slaan.