Homostudies

Volgens Bernard Bouwman (Z 26 sept.) zijn colleges homo- en lesbische studies praatgroepjes waar gevoelsgenoten over hun geaardheid praten. Het is maar hoe je het noemt. Als bij economie studenten de werkvloer bezoeken, gaat dat door voor markt- en praktijkgericht. Als bij homostudies hetzelfde gebeurt, heet het opeens particulier hobbyisme en vrijblijvende navelstaarderij.

Over seks praten raakt in de regel het persoonlijke leven van mensen. Dat maakt homostudies moeilijk en interessant. Praktische en persoonlijke ervaringen staan theorievorming allerminst in de weg. Zolang ik bij homostudies heb gewerkt, heb ik slechts één student meegemaakt die het college aangreep om enkel seksuele bekentenissen te doen. Na twee lessen kwam hij niet meer terug. Met zogenaamde gevoelsgenoten is het overigens opletten geblazen: op het besproken college zaten vooral studenten die hetero waren. De antenne van de journalist voor soortgenoten werkte duidelijk niet.

Homostudies zijn slachtoffer geworden van dichttimmeren van onderwijsprogramma's, marktgerichtheid van universiteiten en wegvallen van emancipatie-onderzoek. Voor de algemene vorming die homostudies bieden, is in het onderwijsbeleid weinig plaats meer. Het lijkt me meer in het algemeen een impasse aan de Nederlandse universiteit dat zo weinig aandacht wordt besteed aan een relevant thema als maatschappelijke organisatie van (homo)seksualiteit. Een bizar voorbeeld is het Amsterdamse Homodok, het beste documentatiecentrum op het gebied van homo- en lesbische studies in Europa. Een dergelijke instelling zou op elk ander wetenschapsgebied worden gekoesterd, bij de Universiteit van Amsterdam zijn ze het liever kwijt dan rijk. Ze hebben de huur opgezegd en de subsidie ingetrokken.

Dat de inzichten van homostudies niet aanslaan in de samenleving, geldt voor meer wetenschappelijke resultaten. Ik had ook niet verwacht dat ideeën over een multiseksuele samenleving die bij homostudies leven, zonder slag of stoot zouden worden overgenomen in een wereld waar heteroseksualiteit de norm van alledag is gebleven. Het geloof in een 'homo-gen' is zo hardnekkig omdat het hetero's de kans biedt maximaal afstand te houden tot homoseksualiteit.

Wanneer mij gevraagd wordt waarom homostudies in een dip zitten, probeer ik daar een verklaring voor te vinden. Om mijn antwoord vervolgens af te doen als een typische uitdrukking van de klaagcultuur van minderheden is flauw. Een verklaring biedt de koudwatervrees voor seksuele cultuur van universitaire besturen, studenten en van Nederlanders in het algemeen. Bij homostudies zitten we met de brokken omdat middelbare scholen studenten afleveren die op seksueel gebied zo verlegen, onzeker en onwetend zijn dat wij alleen de brutaalste en intelligentste te zien krijgen. En buitenlanders die ver van huis wat meer durven.