Hollands Dagboek: Saskia Bos

Saskia Bos stelde de Nederlandse inzending samen voor de Biennale van São Paulo, die vandaag voor het publiek opengaat. Zij studeerde kunst- geschiedenis en is directeur van het hedendaagse kunstcentrum De Appel in Amsterdam.

Woensdag 23 september

Na een lange vlucht met een tussenstop van een uur in Rio, vanochtend toch om zes uur wakker geworden, van een paar hanen. Niets landelijks hier, het verkeer raast al langs en wat maakt het uit: voor mij is het elf uur in de ochtend. Het is de tweede keer dat ik in Brazilië ben, en weer in São Paulo. Als 'curator' van de Nederlandse inzending voor de 24ste Biennale bezocht ik de stad in mei en schrok van de uitlaatgassen, het chaotisch vastlopende verkeer en de zichtbare armoede te midden van boulevards vol bankgebouwen. Omgeven door 'de klamme handschoen van hitte, stof, stank en lawaai', zoals August Willemsen São Paulo typeerde in een van zijn uit 1967 daterende 'Braziliaanse brieven'. Toen woonden er zes miljoen mensen, nu het drievoudige.

Ons hotel ligt vlak bij het Ibirapuera-park, waar de Braziliaanse architect Oscar Niemeyer in 1957, in een tijd vol optimisme en urbane expansiedrang, het Biennalegebouw en het Museo de Arte Moderno bouwde. Ik loop het in vijftien minuten, maar het duurt nog eens vijf minuten voordat je de stoplichtloze autoweg voor het hotel over kan steken.

Op de benedenverdieping van het Biennalegebouw, waar voortdurend kisten en kratten gelost worden, zijn lange witte wanden gebouwd die nog allemaal leeg zijn. Tijdelijke bordjes met namen van landen en eilandjes geven aan wie waar komt. Mark Manders, de kunstenaar die ik heb uitgenodigd om Nederland te vertegenwoordigen, heeft een plek onder Niemeyers majestueuze trappartij uitgekozen: een onmogelijke plek volgens velen, een uitdaging volgens Mark. Links van hem een bordje 'Japan', rechts 'Trinidad en Tobago'. Het is duidelijk een heel andere Biennale dan die van Venetië. Organisatorisch zou dat welkom zijn, maar ook de São Paulo-Biennale is berucht, vooral door de douane. Tot mijn verbazing zijn de kisten al open. De verhalen over enorme sommen smeergeld zijn kennelijk niet aan de orde, het lange wachten wel.

De Amerikanen hebben zeventien volle dagen verloren. De Nederlandse inzending mocht na drie dagen open, op voorwaarde dat ieder spijkertje en gummetje als tijdelijk ingevoerd artikel op een lijst in het Braziliaans wordt geadministreerd. Mark heeft zeven tjokvolle kisten bij zich.

Donderdag

Tijdens het ontbijt geprobeerd de plaatselijke dagbladen te lezen, wat veel makkelijker is dan het gesproken Braziliaans te verstaan. Zeg hier niet dat ze Portugees spreken, de verschillen zijn ten minste zo groot als tussen Nederlands en Vlaams. Dikke kunstbijlages vandaag, met artikelen over het Moma in New York en over 'het beste orkest ter wereld: Concertgebouw' dat dezer dagen optreedt. Een klein berichtje over de Biennale, dat meldt dat er acht verschillende affiches over heel Brazilië zijn verspreid. Het is opvallend dat het hier vooral om de geschiedenis van de kunst gaat: Albert Eckhout, de schilder die samen met Frans Post in de zeventiende eeuw door prins Maurits naar Brazilië werd gehaald, Van Gogh, Tarsila do Amaral, een surrealistische schilderes uit de jaren twintig, Rene Magritte en Francis Bacon.

Hoe gaan we de aandacht op de hedendaagse kunstenaars richten te midden van dit kunsthistorische geweld? De catalogi die wij de afgelopen maanden hebben geproduceerd zullen zeker helpen. De rest moet kennelijk komen van het groepje kunstacademiestudenten dat nu bij de trappen langs komt. Of wij even een praatje willen houden. Nathalie Houtermans, die Mark en mij helpt als 'curator-trainee', wil het wel proberen en legt uit hoe de zo verschillende werken van de kunstenaar passen binnen diens concept van het 'Zelfportret als gebouw', een hoogst persoonlijke mentale constructie van waaruit zijn objecten ontstaan. Of de sculptuur nog gaat bewegen, vraagt een student, wijzend op allerlei ijzeren buizen. Helaas.

Mark ziet zijn beelden als 'op het juiste moment stilgezette gedachten'.

Vrijdag

Vandaag allerlei meetings over belichting, distributie van de catalogus, welke landen wanneer ontvangsten geven, en besloten nog iets extra's te laten drukken voor het publiek dat geen catalogus koopt. We maken een oplage van vijftienduizend. Als iedereen zo'n velletje meeneemt, zijn ze in drie dagen op. Maar er is nu al een probleem met de opslag van alle catalogi, dus we laten het zo. Mark en Nathalie zijn aan het gipsen: een merkwaardig soort plantenbak, weer een typische Manders-locatie, wordt volgestort met gips en zal er, als alles geschilderd is, uitzien als een grote bak klei. Daarnaast op de grond komt een grote kleifiguur te liggen.

Er komen al meer kunstenaars inrichten. Elke Krystufek is in het Oostenrijkse hok haar niets verhullende zelfportretten aan het uitpakken. In het Japanse zaaltje is nog niets te zien, wel is de delegatie van de 'Japan Foundation' langs geweest: vijf uitgestreken heren in pak en vier dames in grijs mantelpakje liepen zwijgzaam en oplettend langs de lege wanden.

Onze Mondriaanstichting, die opdrachtgever is van de Nederlandse presentatie, komt pas volgende week op inspectie, heel wat minder formeel gelukkig.

Dan een schaterlach en omhelzingen. Moshekwa Langa, nog studerend aan de Amsterdamse Rijksacademie, neemt op z'n drieëntwintigste al deel aan z'n vierde Biennale binnen twee jaar: Havana, Istanbul, Johannesburg, zijn geboortestad, en nu São Paulo. Er is veel veranderd in de kunstwereld de afgelopen jaren, iedereen 'globaliseert'. Maar landen die nog maar sinds kort deelnemen aan al die wereldtentoonstellingen, hebben een beperkt aantal kunstenaars die zich onttrekken aan de lokale kunstproductie en een individuele positie innemen.

Langa krijgt een catalogus van Elke, hij heeft haar werk net in De Appel gezien en wil haar handtekening. Het is leuk om de kunstenaars terug te zien met wie wij gewerkt hebben de afgelopen jaren. Ook Eliasson is er, voor Denemarken. Hij maakt een driehonderd vierkante meter groot vlak van ijs, waar het Braziliaanse publiek straks, ook bij 45 graden, overheen moet kunnen lopen. Een enorme aggregaat bromt in de tuin.

Zaterdag

Oostenrijk en Japan hebben mot. De hoek die Krystufek wilde behangen met wijdbeense zelfportretten moet leeg blijven van de Japanners, die veel houten stammetjes hebben geïmporteerd. Ze blokkeren de hoek met kisten.

De Oostenrijkse curator noemt de situatie een Waffenstillstand en is niet van plan het er bij te laten zitten. Bij de grafische afdeling tekst en afbeeldingen van het drukwerkje gecheckt. Vervolgens met Martha Lacerda, een jonge Braziliaanse kunstenares die op de Rietveld heeft gezeten, gegeten in een grill-restaurant waar ze hele kleine stukjes vlees aan tafel komen afsnijden: een soort luxe shoarma.

De autoritten heen en weer terug blijven vervelend, ook vandaag stinkende files, dit keer opgeluisterd door studenten in de middenberm die uren lang met vlaggen van politieke partijen staan te zwaaien. Volgende week zondag zijn de verkiezingen. Eén kandidaat heet Oscar en zijn partij is nummer 11. Zo'n banier moet ik zien te bemachtigen voor mijn elfjarige zoon Oscar, die ook nog veel te lege muren heeft in zijn nieuwe kamer.

De muren op de Biennale veranderen, ze krijgen hier en daar zelfs kleur, maar er hangt of staat nog nauwelijks wat. Over zes dagen is de opening. Mark, die voortdurend nieuwe werken maakt, is ook nog lang niet klaar.

's Avonds lekker CNN, de zender die wij tot provincialen gereduceerde Amsterdammers niet meer ontvangen.

Zondag

'Künstler kennen kein Weekend' zei Joseph Beuys al. Mark wil doorwerken, want het plaatselijke gips wordt maar niet hard en hij raakt achter. Faxen van Mathilde en van Oscar, de eerste over onze tentoonstelling Life is a Bitch die ongewoon veel mensen trekt, de tweede met voor mij onoplosbare voetbalraadsels. Met Nathalie naar de slangen in het Butantan-park. De aparte jungletuin blijft gesloten wegens 'gevaar van omvallende bomen' en we lunchen bij een stalletje met verse cocosnoten. Een groepje kinderen krijgt er een met drie rietjes.

In het Biennalegebouw het ritueel van de catalogi-ruil. Tweehonderd stuks leggen we in evenzovele postvakken van curatoren en kunstenaars. Als we er net zoveel terugkrijgen, sturen we ze met de boot. Opnieuw ontmoetingen met bevriende kunstenaars, dit keer uit Portugal en Colombia. De hoogblonde curator van Afrika (op de eerste verdieping worden de werelddelen nog eens in kaart gebracht) is in tranen.

Langa's werk is samen met de schilderijen van Van Gogh uit Nederland gekomen en wordt maar niet door de douane vrijgegeven.

Maandag

Over de bovenste verdieping wordt heel geheimzinnig gedaan. Overal staan als soldaten geüniformeerde bewakers en dat is niet zo vreemd als je weet dat de werken verzekerd zijn voor een totaalbedrag van vijfhonderd miljoen dollar. Ik krijg een korte rondleiding door het walhalla, hier is airconditioning, hier is de belichting perfect, hier staan assistenten in speciale rode pakken. In een ingewikkeld schema wordt het concept van de bovenverdieping verklaard met als motto 'antropofagie' (kannibalisme), wat natuurlijk overdrachtelijk moet worden begrepen.

Kort samengevat: eens vraten de Westerse landen Brazilië cultureel gesproken op (fase prins Maurits) en sinds het zelfbewuste 'antropofagisch manifest', geschreven in de jaren twintig door Oswaldo de Andrade, absorberen de Brazilianen alle culturen waar ze door gevormd zijn. Ze weten een vrije en autonome houding in te nemen die 'de Eurocentrische opvatting van kunstgeschiedenis ter discussie stelt'. De kunstgeschiedenis herschreven vanuit een Braziliaans perspectief is een goede reden om hier te gaan kijken. Minder geslaagd vind ik het idee om alles aan het concept ondergeschikt te maken, en daarom een studie van Van Gogh door Francis Bacon naast een Van Gogh te hangen. 'Ook kunstenaars eten elkaar op', legt de hoofdconservator vrolijk uit.

Dinsdag

Vandaag besprekingen, onder meer met een Portugese curator om een gezamenlijke tentoonstelling van een Schotse kunstenares te plannen. Verder wil ik alleen nog maar kunst en kunstenaars zien die ik nog niet ken en met collega's praten over hun keuzes. Dit is het meest boeiende deel van het werk: het is voor mij veel belangrijker wie je op welk moment toont, dan hoe en waarom een bepaald werk naast een ander wordt gehangen, wat een meer 'bewerende' manier van tentoonstellingen maken is. Dat laatste gaat ook veel makkelijker als de kunstenaar je niet meer kan tegenspreken (over kannibalisme gesproken). Het lijkt erop dat de verdiepingen met eigentijdse kunst een spannende tentoonstelling gaan opleveren. Iedereen heeft veel ruimte en hier en daar werken kunstenaars en curatoren samen aan projecten, wat mooie dingen oplevert. 's Avonds een lieve fax uit Amsterdam.

Woensdag 30 september

Ontbijten met de delegatie van de Mondriaanstichting, daarna met directeur Daamen naar de 'consul geral' zoals hij hier heet om catalogi te geven en de ontvangst van vanavond voor te bereiden. Het promotiegedeelte is begonnen, en iedereen is trots. Niet ten onrechte want Nederland is goed vertegenwoordigd: een groot aantal Van Goghs, een Mondriaan, in de Cobra-zalen onder andere Constant, in het Europa-gedeelte prachtige fotowerken van Rineke Dijkstra en onder aan de trap de verstilde beelden van Manders. De belangstelling van de Brazilianen voor Nederland en voor Nederlandse kunst blijkt bovendien groot.

Misschien moeten we voorstellen hier ook een gastatelier te maken, zoals Nederland ze heeft in New York en Zuid-Japan.

Ik vind wel dat ze dan hun eigen gips moeten meenemen.