Het r-woord

MET EEN WEDEROM flink lagere AEX-index en opnieuw een winstwaarschuwing van een bankinstelling - dit keer ABN-Amro - sloot het financieel centrum van Nederland aan het Damrak gistermiddag een uiterst turbulente week af. Steeds duidelijker wordt dat de gevolgen van de vorig jaar in Azië begonnen economische crisis niet aan Europa voorbij zullen gaan. Het is de bonte mengeling van feiten, verwachtingen en psychologie die voor de huidige neerwaartse spiraal zorgt.

Maar zo groot als de paniekstemming deze week op de Amsterdamse beurs was, zo rustig was de stemming in de Tweede Kamer waar het financieel-economisch beleid van het nieuwe kabinet voor het komend jaar werd besproken. Minister Zalm (Financiën) kondigde zelfs aan “een winterslaap” te beginnen op begrotingsgebied. Hij wenste zich nu niet druk te maken over mogelijke tegenvallende groeicijfers. “Wij zien het wel”, aldus Zalm. Tenzij er iets “heel ernstigs gebeurt” zal hij niet eerder dan in maart of april van het komend jaar geheel conform de begrotingscyclus de stand van zaken opmaken.

Dit keer is het dus de regering die rustig gaat slapen. Het regeerakkoord is gedrukt en uitvoerig besproken, de Miljoenennota is op de derde dinsdag van september afgeleverd, de poldergemalen draaien, er was deze week weer een vruchtbaar najaarsoverleg tussen kabinet en de organisaties van werkgevers en werknemers, kortom niets aan de hand. Minister-president Kok wilde gisteravond na afloop van de vergadering van de ministerraad nog wel toegeven dat de stemming 'grimmiger' wordt, maar koppelde daar onmiddellijk de waarschuwing aan vast dat we elkaar nu niet de put in moeten praten.

HET MAAKT OP het eerste gezicht allemaal een wat bizarre indruk. De 'niets-aan-de-hand-houding' van het kabinet is al vergeleken met het orkestje op de Titanic dat rustig doorspeelde terwijl het schip ten onder ging. Dansen op een vulkaan, kan het ook genoemd worden. Terwijl elders in de wereld de crisis om zich heen grijpt, worden in Nederland na jaren van terughoudend beleid de collectieve uitgaven flink opgeschroefd.

Aan de andere kant: wat zou de Nederlandse economie er mee opschieten als er ook van de zijde van het kabinet op dit moment volop zou worden meegesomberd? De ogenschijnlijk passieve houding van het kabinet is het resultaat van het stringente begrotingsbeleid dat minister Zalm bij zijn aantreden in 1994 heeft ingevoerd. Daarmee maakte hij een eind aan het 'permanente begrotingsoverleg' dat het derde kabinet Lubbers vier jaar lang geteisterd heeft. Alle veertien ministers hielden zich toen op basis van de nieuwste computer-uitdraai van het Centraal Planbureau bijna elke week bezig met het bespreken van tegenvallers en meevallers. Aangezien dat kabinet alleen nog maar virtueel rekende, kwam het aan regeren nauwelijks meer toe.

Het is de verdienste van de zelf van het Centraal Planbureau afkomstige Zalm geweest dat hij aan deze praktijk een eind heeft gemaakt. Aan het begin van een kabinetsperiode dienen heldere afspraken te worden gemaakt over wat er met tegenvallers en meevallers aan respectievelijk de inkomsten- en uitgavenkant van de begroting moet gebeuren en, heel belangrijk, wanneer daarover wordt besloten. Deze gedragsregels hebben de afgelopen kabinetsperiode aanzienlijke rust in het begrotingsbeleid gebracht. De economische conjunctuur heeft daar natuurlijk ook aan bijgedragen. Het is nu eenmaal veel gemakkelijker om over meevallers te praten dan over tegenvallers.

Wat het laatste betreft dreigt nu voor het tweede paarse kabinet een spiegelbeeldige situatie. Het zou nu immers wel eens meer kunnen gaan tegenvallen ten opzichte van de ramingen. Maar de vraag is of het kabinet dan ook al direct moet overgaan tot beleidsaanpassingen. De economische veronderstellingen die de basis vormen voor het regeerakkoord zijn gebaseerd op een behoedzaam scenario. De economische groei wordt voor deze kabinetsperiode geraamd op gemiddeld 2,25 procent per jaar. Dit cijfer komt overeen met de deze week neerwaarts bijgestelde prognose van het IMF. Het betekent niet meer dan dat het kabinet vooralsnog niet hoeft te rekenen op extra's. En mocht het écht gaan tegenvallen dan staat er in het regeerakkoord hoe er dan volgens welke verdeelsleutels gehandeld moet worden en wanneer.

DAAR KOMT BIJ dat de beleidsmatige speelruimte van het kabinet om te anticiperen op de huidige crisisverschijnselen gering is. Hoe de situatie zich verder zal ontwikkelen is vooral een zaak van anderen. Zo is het duidelijk dat met de bijgestelde economische vooruitzichten een nog grotere verantwoordeljkheid ligt bij werkgevers en werknemers tijdens de komende cao-onderhandelingen. Een gematigde loonontwikkeling is de afgelopen jaren hét recept gebleken voor de gunstige ontwikkeling van de werkgelegenheid. Tijdens het najaarsoverleg van deze week is gebleken dat de sociale partners zich van die verantwoordelijkheid bewust zijn.

Het behoedzame scenario waarop het kabinetsbeleid is gebaseerd lijkt nu het realistische scenario te worden. Op zich is dat nog geen reden voor paniek. De echte testcase voor het kabinet komt als blijkt dat de berekeningen te optimistisch blijken te zijn. Dan zullen cruciale keuzes gemaakt moeten worden die de hechtheid van de sociaal-liberale coalitie werkelijk op de proef stellen. Zover is het nog niet. Het orkest kan nog even blijven doorspelen: op voorwaarde dat men de reddingsboten in de gaten blijft houden.