Geen Holocaust-doden in 'Atlas'

WENEN, 3 OKT. Er zijn vrijwel zeker geen lijken uit concentratiekampen als modellen voor de zogeheten Pernkopf Atlas gebruikt. Dat blijkt uit een onderzoek van de universiteit van Wenen. De Pernkopf Atlas is een medisch handboek met anatomische afbeeldingen die zo nauwkeurig zijn geschilderd dat medische faculteiten over de hele wereld ermee werken.

De onderzoekscommissie, bestaande uit historici en artsen, onderzocht waar de lijken vandaan kwamen en of hun identiteit nog is te achterhalen. De commissie kwam tot de conclusie dat voornamelijk geëxecuteerde verzetsstrijders als modellen voor de anatomische atlas of als studiemateriaal zijn gebruikt. Het bleek onmogelijk de over verschillende instellingen verspreide naamloze ledematen te identificeren. Alleen bij de schedelpan van de in 1938 door de Gestapo vermoorde staatssecretaris van Defensie, generaal Wilhelm Zehner, kon de naam worden achterhaald.

Van 97 lichaamsdelen kon niet met zekerheid worden uitgesloten dat ze van nazi-slachtoffers afkomstig zijn. Deze ledematen worden alsnog begraven.

In het voorwoord van de Amerikaanse uitgave van de Pernkopf Atlas werd al in 1963 expliciet op het antisemitische karakter van Pernkopfs boek gewezen. Eduard Pernkopf was een fanatieke nazi en tussen 1938 en 1945 decaan van de medische faculteit in Wenen. De Amerikanen ontdekten ook de gestiliseerde hakenkruizen bij de namen van sommige schilders maar niemand maakte zich er verder druk over. Pas toen Yad Vashem drie jaar geleden een verzoek om opheldering aan de Weense universiteit richtte, werd een onderzoekscommissie ingesteld.

De commissie bleek gisteren verdeeld over de vraag of verder onderzoek noodzakelijk is. De directeur van het Dokumentationsarchiv des Österreichischen Widerstandes, Wolfgang Neugebauer, wil dat “de rol van de Weense universiteit en met name de medische faculteit' nader wordt bestudeerd.