Een rot ei in de mond; BACTERIËN ZIJN BELANGRIJKSTE BRON VAN SLECHTE ADEM

Slechte adem ontstaat vooral op het achterste gedeelte van de tong. Daar kunnen micro- organismen schuilen die een rotte-eierengeur produceren.

SLECHTE ADEM, in vaktaal halitose, is een vervelende klacht die de laatste jaren in de tandheelkundige literatuur gelukkig weer meer aandacht krijgt. Mensen kunnen zich maar al te bewust zijn van dit verschijnsel maar worden, zoals de ervaring leert, nogal eens slecht begeleid door hun huisarts of tandarts met alle sociale gevolgen van dien. Anderen zijn zich niet bewust van hun probleem en zien tot hun verbazing dat zij enigszins worden gemeden door hun omgeving. Ook is er een categorie patiënten die zich inbeeldt dat de onaangename geur van hun adem veel intenser is dan in de werkelijkheid het geval blijkt te zijn.

Duidelijk is inmiddels wel dat de oorzaken van het verschijnsel zeer verschillend kunnen zijn. In het verleden zocht men vooral naar factoren die in verband stonden met de algehele gezondheidstoestand van de persoon. Maagklachten, suikerziekte, keel- en neusklachten en geneesmiddelengebruik werden dan vaak genoemd. Ook het gebruik van een aantal dranken en voedingsmiddelen, zoals het nuttigen van alcohol, sommige kazen, Oosters voedsel met knoflook en uien, geven aanleiding tot slechte adem, maar deze vorm van halitose is meestal van voorbijgaande aard. Tabak speelt ook een rol. Bij roken ontstaan gassen en verbindingen zoals koolwaterstoffen, ketonen en esters die door de slijmvliezen van de mond in de bloedbaan terecht kunnen komen om daarna via de longen uitgeademd te worden.

Hoewel de bovengenoemde oorzaken niet kunnen worden verwaarloosd, bestaat er in de tandheelkundige literatuur steeds meer overeenstemming over het feit dat aandoeningen in de mond de belangrijkste oorzaak van het verschijnsel zijn. Recent onderzoek wijst uit dat de voornaamste bron van de slechte adem het achterste gedeelte van de tong is. Deze plaats is nogal ruw van vorm en daardoor een ideale schuilplaats voor micro-organismen. Soms vindt men daar bacteriën die zonder zuurstof groeien en die gassen produceren, waarvan waterstofsulfide en methylmercaptaan de bekendste zijn. Deze gassen bestaan uit vluchtige zwavelverbindingen (VSC) en de reuk ervan vertoont een verbluffende gelijkenis met de lucht van bedorven eieren. Daarnaast kunnen bacteriële ontstekingen van het tandvlees, kaakbot, de tonsillen en problemen met de speekselvoorziening in de mond enige bijdrage aan het verschijnsel leveren.

Vroeger verschenen dergelijke patiënten via de huisarts nogal eens bij de internist, tegenwoordig probeert men in gespecialiseerde klinieken eerst grondig vast te stellen of de oorzaak van het verschijnsel in de mond gelegen is. Als dat niet het geval is, kan de patiënt medisch onderzocht worden. Overigens is het niet gemakkelijk de oorzaak van de mondluchten op te sporen. Ademlucht varieert naar gelang het tijdstip van de dag: een slechte adem kan tijdelijk gemaskeerd zijn na bijvoorbeeld tandenpoetsen, drinken en eten en het gebruik van snoepjes. Voorts bestaat de ademlucht uit verschillende componenten waarvan de VSC maar een onderdeel vormt. De intensiteit van de uitgeademde lucht kan het best worden bepaald met behulp van verschillende technieken. Men gebruikt hierbij zowel analytische technieken zoals gaschromatografie en electrochemische detectie-apparatuur, de zogenoemde halimeter, als gewoon het reukorgaan van de onderzoeker. De geur afgescheiden door het achterste deel van de tongrug kan men vaststellen door er met een tongreiniger over te strijken en vervolgens te ruiken of men de karakteristieke VSC-lucht ruikt. Hetzelfde kan worden gedaan door een stukje tandzijde tussen de tanden te laten gaan en vervolgens te controleren of de oorzaak van de lucht tussen de gebitselementen is te vinden.

Meestal is de behandeling gericht op het elimineren van de plaatsen in de mond waar de meeste VSC-productie geschiedt. In veel gevallen is dat dus het achterste gedeelte van de tong. Naast adequate mondhygiëne en het gebruik van speciale tongreinigers blijken mondspoelmiddelen met zinkhoudende substanties of producten die een lage concentratie chloorhexidine bevatten nuttig te zijn. Interessant is voorts dat enige recente studies uitwijzen dat de VSC-verbindingen zeer schadelijk kunnen zijn voor het mondslijmvlies, met name als deze stoffen met het kaakbot in aanraking komen. In dat geval treedt botafbraak op doordat het bindweefsel binnen de botstructuren oplost. De slechte adem dient ook te worden behandeld om de destructie van het steunweefsel van onze gebitselementen te voorkomen.

Literatuur: E.H. de Boever: Diagnose en behandeling van halitosis. Ned. Tijdschr. Tandheelk. 1995; 102:174-7. Met dank aan E.G. Winkel, tandarts-parodontoloog, voor het geleverde commentaar.