'De overheid gedraagt zich uiterst knullig'; Bestuurskundige in 't Veld over universiteit en markt

Voor- en tegenstanders van een marktgericht hoger onderwijs laten van zich horen. Bestuurskundige In 't Veld ziet ook plek voor een marktgerichte universiteit. Maar dan moet de overheid wel de 'beleidsgevangenis' openbreken.

ROTTERDAM, 3 OKT. Minister L. Hermans van Onderwijs moet het verstarde onderwijsbestel openbreken door de regels te versoepelen. Bovendien moeten universiteiten zelf de hoogte van het collegegeld kunnen bepalen. Dat zegt bestuurskundige Roel in 't Veld. Volgens hem kunnen die maatregelen bijdragen aan een gezonde concurrentie die zal zorgen voor “een geweldige kwaliteitsimpuls”. Sinds de bezuiningen op het hoger onderwijs in het regeerakkoord bekend werden - het gaat voor de komende kabinetsperiode in totaal om 460 miljoen gulden - is het zeer onrustig aan het hoger onderwijsfront. Tijdens de opening van het academisch jaar lieten universiteitsbestuurders weten geen fiducie meer te hebben in de overheid en zoveel mogelijk de eigen boontjes te willen doppen. De aankondiging van de aloude klassieke Universiteit Leiden om de markt op te gaan, baarde nog het meeste opzien.

Maar er klinken ook tegengeluiden. De directeur en een medewerker van het wetenschappelijk bureau van de VVD uitten in deze krant hun heimwee naar een kleine universiteit, waar een selct groepje studenten nog een degelijke academische vorming krijgt en waar fundamenteel onderzoek de basis is.

In 't Veld - hij werkte als directeur-generaal hoger onderwijs onder minister Deetman, was kort staatssecretaris van Onderwijs en is hoogleraar aan verschillende universiteiten - vindt dat we af moeten van het of-of denken.

In 't Veld: “Er is plaats voor zowel klassieke als marktgerichte universiteiten. Het is aan de instellingen om te kiezen.”

Wat vindt u van de verschillende collegevoorzitters die de gang naar de markt aankondigen?

“Prima, als ze het maar duidelijk zeggen en ook doen. De wens van de Leidse universiteit voor meer marktwerking en minder overheidsbemoeienis staat haaks op eerdere uitlatingen van diezelfde universiteit over de gewenste concentratie op fundamentele wetenschapsbeoefening en academische vorming. Het kan niet anders of die tegenstrijdigheden moeten intern tot grote spanningen leiden.”

Blijft er niet altijd een spanning bestaan tussen marktgericht denken en pure wetenschap?

“Niet als universiteiten hun eigen positie bepalen. Nu wordt het beleid van verschillende instellingen gekenmerkt door een mengelmoesje van verschillende opvattingen. Het marktdenken wordt gekopieerd van de Amerikaanse universiteit, die dienstbaar is aan de maatschappij en waar het bedrijfleven bereid is om voor te betalen.

Daarnaast spelen nog allerlei tradities een rol: het Europese model van belangeloze kennisverwerving waarbij onderwijs vooral het doorgeven van onderzoeksresultaten is. De Napoleontische traditie die uitgaat van een sterke, door de overheid gestuurde universiteit met een grote nadruk op onderwijs. En de Britse opzet waarbij persoonlijkheidsontwikkeling centraal staat en de mentor (tutor) een belangrijke vormende rol speelt.''

Moeten universiteiten zich exclusief toeleggen op één traditie?

“Ze moeten zo veel mogelijk een keuze maken. Op het University College van de Universiteit Utrecht is de Britse traditie vrij strikt doorgevoerd. Dat schept duidelijkheid. Zo zou je je ook een sterk marktgerichte universiteit kunnen voorstellen en een waar de fundamentele kennis centraal staat en die opleidt tot onderzoeker.

Op die manier kunnen ze zich veel beter profileren, wat ze zo graag willen. Dan hoeven ze niet meer te roepen: kom bij ons studeren, want het is hier zo gezellig, of we zitten in zo'n leuke stad. Terwijl het natuurlijk moet gaan om de kwaliteit van het onderwijs.''

Biedt de overheid voldoende ruimte voor onderscheid?

“De overheid zou haar beleid drastisch moeten aanpassen. Ze gedraagt zich tot op heden uiterst knullig. Enerzijds moeten universiteiten bezuinigen en worden zo gedwongen andere geldbronnen aan te boren. Anderzijds wil de overheid het bestel niet opengooien uit angst dat de marktwerking het aloude principe van onderwijs voor iedereen zal ondermijnen.

Daarom wil ze zelf een uniform collegegeld vaststellen, waardoor voor iedereen een 'beleidsgevangenis' ontstaat. Ze zou die krampachtigheid moeten laten varen en de instellingen zelf het collegegeld moeten laten bepalen.''

Tegenstanders roepen dan direct dat dan alleen rijke studenten de dure studies kunnen volgen.

“Welnee, de Leidse universiteit heeft het nu wel over een collegegeld dat kan oplopen tot 50.000 gulden, maar dat moet ik nog zien. Wanneer Utrecht, Rotterdam en Amsterdam 5.000 gulden collegegeld vragen en Leiden 9.000, dan wordt de Leidse universiteit opeens heel klein, alle extra begeleiding die studenten daar krijgen ten spijt. Wellicht dat ze zich dan nog eens achter de oren krabben. Concurrentie zal niet per definitie tot een prijsverhoging leiden, wel tot veel meer variatie.

Politici hebben vooralsnog weinig trek in het vrijgeven van de collegegelden, omdat ze dan minder draagkrachtige studenten via de studiefinanciering zullen moeten steunen. Maar de studiefinanciering hoeft helemaal niet omhoog, wanneer de leenfaciliteiten voor studenten worden uitgebreid.''

Wordt zo die 'beleidsgevangenis' voldoende opengebroken?

“Ik zou verder willen gaan. De bestaande universiteiten en hogescholen hebben nu een aantal voorrechten: ze mogen titels verlenen, krijgen geld van de overheid en hun studenten krijgen studiefinanciering. Andere instellingen mogen weliswaar toetreden tot het hoger onderwijsstelsel, maar in de praktijk blijkt dat uiterst moeilijk. Ik zou ervoor pleiten dat stelsel open te breken en die opleidingen toe te laten, mits die aan zeer strenge kwaliteitseisen voldoen.

Anderzijds moeten opleidingen die er al in zitten, maar onvoldoende presteren, uit het stelsel worden gegooid. Dit systeem zou een enorme kwaliteitsimpuls teweegbrengen. Er zullen grote onderlinge verschillen ontstaan. De ene universiteit zal zich richten op de markt en een breed en interdisciplinair onderwijs aanbieden. Andere zullen daar niet aan mee willen doen en zullen zich richten op fundamenteel onderzoek en een gedegen academische scholing.''