De heks van Australië; De schaduw van de extreem-rechtse Pauline Hanson hangt over de verkiezingen

De Aboriginals hebben nu wel genoeg rechten en Aziaten bedreigen de blanke cultuur. De simpele boodschap van de extreem-rechtse parlementariër Pauline Hanson en haar partij One Nation, slaat aan. Toch is het de vraag of ze bij de verkiezingen van vandaag stemmen kan wegkapen bij de grote partijen.

Zover is het al gekomen met Australië. Overal waar ze komt, wordt ze opgewacht door joelende demonstranten, die haar uitmaken voor racist en haar het spreken onmogelijk proberen te maken. Is dat vrijheid? Is dat wat onze kinderen op school leren? Maar hell, ze is niet bang, en ze zal zich door niets en niemand laten afschrikken om haar boodschap te verkondigen: “Ik ben hier geboren. Dit is mijn land, ik heb net zoveel rechten als Aboriginals of welke Aziatische immigrant ook.”

Als één man zijn ze gaan staan, de naar schatting driehonderd aanwezigen in de zaal van de Dennistone Bowling Recreation Club in een noordelijke buitenwijk van Sydney, toen Pauline Hanson binnenkwam. Gezamenlijk zingen ze het Australische volkslied. Kreten van instemming klinken als de vrouw “die hardop durft te zeggen wat veel Australiërs alleen maar denken” - zoals haar aanhangers beweren en veel van haar critici vrezen - haar gal spuwt. Over de hypocriete politieke kliek in de hoofdstad Canberra, die alleen maar aan het vullen van eigen zakken denkt. Over de schaamteloze uitverkoop van bedrijven aan het buitenland. Over het groeiende verlies van banen in Australië, over de zachte aanpak van drugsverslaafden. En over het kwaad van “multiculturalisme, dat ons land uiteen zal doen scheuren”.

Als er “goede en eerlijke Australiërs” bestaan, dan zitten ze vanavond wel in deze zaal: mannen en vrouwen, de meesten van middelbare leeftijd, maar ook jongeren en gepensioneerden, sommigen keurig in het pak, anderen in spijkerbroek en T-shirt met een glas bier in de hand - maar allemaal blank, én allemaal van mening dat wie in Australië wil wonen, zich als een Australiër moet gedragen. Dat heeft niks met racisme te maken, zeggen ze. “We zijn geen racisten”, zegt iemand. “Als racisme betekent dat je voor Australië bent, ja, dan ben ik racistisch.”

Als Pauline Hanson is uitgesproken, omringen bewonderaars haar. Ze vragen om een handtekening, willen met haar op de foto. “Ik voel me zo geïnspireerd door deze gebeurtenis”, reageert een vrouw na afloop enthousiast. “Ik bewonderde haar omdat ze een van ons is, maar nu weet ik het zeker: She's our girl!”

Zo te horen lijkt One Nation, de extreem-rechtse partij die Pauline Hanson vorig jaar oprichtte, probleemloos af te stevenen op een nieuw electoraal succes, als de ongeveer twaalf miljoen kiesgerechtigde Australiërs vandaag een nieuw nationaal parlement kiezen. De 43-jarige Hanson, voormalig eigenaresse van een fish-and-chipswinkel in Ipswich (Queensland), werd drie jaar geleden voor het eerst gekozen in het Lagerhuis. Haar eerste toespraak in het nationale parlement zorgde voor grote beroering, niet alleen in Australië zelf maar ook in Azië. Het moest afgelopen zijn met speciale hulpprogramma's voor Aboriginals, zei Hanson, en hun claims op historische landrechten moesten niet langer worden gehonoreerd. Ze waarschuwde ook voor de voortdurende toestroom van immigranten uit Azië: “We lopen het gevaar overspoeld te worden door Aziaten. Ze hebben hun eigen cultuur en godsdienst, ze vormen getto's en ze passen zich niet aan.”

Afgelopen juni haalde ze opnieuw de wereldpers toen bleek dat bijna één op de vier inwoners van Queensland zijn stem had gegeven aan Pauline Hansons One Nation bij verkiezingen voor het parlement van die staat. Dat was het bewijs dat haar verkiezing in het nationale parlement, drie jaar geleden, niet zomaar een toevalstreffer was.

Belastinghervorming

Toch lijkt een herhaling van het Queensland-succes vandaag voor One Nation zeer onwaarschijnlijk. 'Dead Woman Walking' schrijven kranten boven opiniepeilingen, die, naarmate de verkiezingsdag dichterbij komt, een steeds ongunstiger beeld schetsen voor One Nation, met prognoses die tot ver onder de eerder voorspelde tien procent zijn gezakt. De berichtgeving in de media concentreert zich overwegend op de nek-aan-nekrace die zich heeft ontsponnen tussen de liberale partij van premier John Howard en de Labor-oppositie.

De 59-jarige Howard bracht de Liberalen twee jaar geleden met grote meerderheid terug aan de macht, na dertien jaar Labor, en regeert sinsdien met de National Party, traditioneel de 'partij van het platteland' in Australië. Howard heeft zijn beleid van bezuinigingen, deregulering en privatisering tot inzet van de verkiezingsstrijd gemaakt. Zijn belangrijkste troefkaart is zijn voorstel om de belastingen ingrijpend te hervormen door de invoering van een BTW-stelsel (GST).

Labor-leider Kim Beazly speelt in zijn campagne in op de angst van middengroepen en lagere inkomensgroepen, dat vooral zij de dupe zullen worden van prijsverhogingen door het heffen van tien procent BTW op goederen en diensten. Geen GST, geen verdere uitverkoop van overheidsbedrijven, geen kaalslag in de zorgsector en meer geld voor het scheppen van banen om de huidige werkloosheid van rond de acht procent te verminderen tot vijf procent. Zo luidt het 'interventionistische' programma waarmee de 49-jarige Beazly in het voetspoor hoopt te treden van zijn illustere voorgangers Paul Keating en Robert Hawke.

Door de scherpe polemiek over de belastinghervorming lijkt de aandacht te zijn weggeëbd van Pauline Hanson. “Ben je alleen maar hier naar toe gekomen om de verkiezingen te verslaan? Jezus, wat saai, schrijven over GST”, zegt een advocaat en beurshandelaar in een restaurant in de City, het zakencentrum van Sydney, met 3,8 miljoen inwoners de grootste stad van Australië. Deze verkiezingen gaan vooral over belastingen, beaamt ook politiek analist Louise Chapell van de University of Sydney. “Elke keer als Labor en de Liberalen zo scherp tegenover elkaar staan, zie je dat kiezers die anders misschien op kleinere partijen hadden gestemd, nu voor een van de twee groten kiezen”, zegt ze. “De potentiële kiezers van One Nation zijn mensen met een laag inkomen en weinig opleiding, die onzeker zijn over hun baan of hun baan al hebben verloren. Ze voelen zich bedreigd door de buitenlandse concurrentie en door de landrechten die de Aboriginals claimen. Ze voelen zich in de steek gelaten door de politici in Canberra.

“Waar deze factoren samenkomen, mag je rekenen op steun voor One Nation. Dat is precies wat afgelopen juni in Queensland is gebeurd. Maar verkiezingen in Queensland zijn wat anders dan nationale verkiezingen. Nu Pauline Hanson en de andere politici van One Nation worden gedwongen hun programmapunten toe te lichten, blijkt dat ze blijven steken in slogans. Ze spreken elkaar onderling tegen en kunnen ook geen echte oplossingen aandragen.”

One Nation zal daarom vandaag misschien wel zetels veroveren in het Lagerhuis en de Senaat, maar waarschijnlijk onvoldoende om de komende jaren een cruciale factor te zijn in het machtsevenwicht tussen Liberalen en Labor, zoals vlak na de verkiezingsuitslag in Queensland nog werd gevreesd. Toch is het onjuist om het fenomeen Pauline Hanson daarmee af te doen als een tijdelijk en dus onbelangrijk verschijnsel in de Australische samenleving, waarschuwt Chapell. “Racisme en blank superioriteitsgevoel zijn diep geworteld in onze cultuur. Pas in de jaren zestig hebben we ons immigratiebeleid van een 'white Australia' opgegeven. De afgelopen jaren hebben we de eerste stappen gezet om tot verzoening te komen met de Aboriginals en zijn we ons meer open gaan stellen voor de Aziatische regio. Maar Pauline Hanson heeft door haar succes laten zien dat het laagje vernis over ons verleden, nog maar erg dun is en dat het snel kan worden vernietigd.”

Ballonnen

“Dames en heren, de volgende premier van Australië”, kondigt deputy Lord Mayor van Sydney, Henry Tsang, onder luid applaus aan als Labor-leider Kim Beazly het grote Chinese restaurant op de vijfde verdieping van de Merigold City Mark binnenkomt. De bijna zeshonderd aanwezigen zitten aan ronde tafels die zijn versierd met rode, witte en blauwe ballonnen aan linten. Bij binnenkomst hebben ze allemaal een enveloppe met inhoud afgegeven. Een financiële bijdrage van de Aziatische gemeenschap in Sydney aan de campagne van Beazly.

Terwijl obers af en aan rennen, zweept Henry Tsang de zaal op: “Hey, hey, ho, ho, Pauline Hanson has to go! Hey, hey, ho, ho, John Howard has to go!” Als Kim Beazly zijn toespraak houdt, belooft hij dat Labor nooit zal samenwerken met One Nation, of in het parlement steun zal zoeken bij die partij. “Een regering die niet kan omgaan met het begrip multiculturalisme is niet in staat dit land een toekomst te geven.”

Die laatste opmerking is een sneer in de richting van premier Howard. Toen Pauline Hanson in september 1996 haar beruchte maidenspeech in het parlement afstak, reageerde Howard daar niet op. Hij zei alleen dat in Australië vrijheid van meningsuiting bestaat. Pas acht maanden later nam hij onder grote druk van critici publiekelijk afstand van de uitlatingen van Hanson. Ook de manier waarop de premier het vraagstuk behandelde van de zogeheten grondrechten voor Aboriginals - de claim van de inheemse bevolkingsgroep om toegang te krijgen tot haar traditionele gronden die al generaties lang in gebruik zijn van mijnbouwmaatschappijen en boeren - heeft veel kwaad bloed gezet. En hij blijft hardnekkig weigeren officieel verontschuldigingen aan te bieden voor de misdaden die in het verleden tegen de Aboriginals zijn begaan.

Linda Burny, voorzitter van het New South Wales Reconciliation Committee, is een van de critici die menen dat premier Howard als moreel leider van de natie heeft gefaald. Hij kan dan ook beter niet worden herkozen, vindt zij. “Het lijkt alsof Howard door zijn afwachtende houding en zijn kritiek op Aboriginals-organisaties, het proces van verzoening heeft willen terugvoeren naar de jaren zestig. Maar er is ook een positieve kant: grote groepen in de samenleving hebben begrepen dat ze niet kunnen vertrouwen op de regering. Er is een brede beweging gegroeid die wil voortgaan op de weg van verandering. Daarom gaan deze verkiezingen behalve over belastingen, vooral over de vraag of we onszelf nog wel een fatsoenlijk land mogen noemen.”

Gezinswaarden

Helen Sham-Ho beent driftig heen en weer in haar kantoortje in het parlementsgebouw naast de Royal Botanic Gardens in Sydney. Sham-Ho (55) is geboren in Hongkong en kwam in 1961 als student naar Australië. In 1988 werd ze voor het eerst gekozen in het parlement van New South Wales en werd daarmee het eerste parlementslid in Australië van Chinese afkomst. Ze weet te vertellen dat op de bijeenkomst van vorige avond met Kim Beazly in totaal 38.000 Australische dollar is ingezameld voor de Labor-campagne. “Afgelopen maart heb ik zo'n bijeenkomst van de Aziatische gemeenschap georganiseerd. Toen hebben we 61.000 dollar binnengehaald.”

Dat geld ging naar de liberale partij van John Howard, de partij waar ze altijd lid van is geweest, de partij wier beginselen van vrijheid en gezinswaarden volgens haar de etnische Chinezen in Australië het meest aanspreken. Maar, voorspelt ze, deze keer zullen de Aziaten in meerderheid op Labor stemmen omdat ze het gevoel hebben dat Howard hen in de steek heeft gelaten. Zelf besloot ze afgelopen juni uit de liberale partij te stappen, en door te gaan als onafhankelijk parlementslid in New South Wales.

Helen Sham-Ho zegt dat Pauline Hanson “de geest uit de fles heeft gehaald” en dat er opnieuw een klimaat is ontstaan waarin het niet langer ongehoord is om Aziaten te schofferen. “Ga terug naar China, waar je hoort”, kreeg een vriend van haar onlangs te horen, die in een van de betere wijken van Sydney woont. Ook zij verwijt Howard zijn mond te houden in de hoop zoveel mogelijk proteststemmers binnen boord van de liberale partij te houden.

De druppel die voor haar de emmer deed overlopen, was de weigering van de liberale partij om haar voor te dragen als kandidaat-parlementsvoorzitter. “De partij heeft niet openlijk gezegd mij niet te steunen, maar in persoonlijke gesprekken met twee collega's is mij te verstaan gegeven dat ik die stap beter niet kon zetten. Ze zeiden dat de partij erg bezorgd is over de opkomst van One Nation, en dat het gezien mijn culturele achtergrond niet verstandig zou zijn me kandidaat te stellen.”

Kreng

In Cessnock, een kleine tweehonderd kilometer ten oosten van Sydney, schijnt de lentezon volop, maar het humeur van Darlene Skene wordt er niet beter op. Toen ze doorkreeg dat Pauline Hanson zou afzien van een wandeling door Vincent Street, de hoofdstraat van het stadje, pakte ze met driftige gebaren haar Aboriginal-vlag op, vastgebonden aan een halve bezemsteel en gooide die op de achterbank van haar auto. Nu is ze met haar vriendin op weg naar het Australia Hotel, aan de buitenkant van Cessnock, en ze tiert aan een stuk door: “Ze is een heks. Wil je weten wat ze ons allemaal heeft aangedaan, dat kreng? Ze is een echte heks.”

Zonder op iemand acht te slaan, stormt ze de stampvolle gelagkamer binnen, waar aan de middentafel Pauline Hanson staat, met tegenover haar Joel Fitzgibbon, de regionale kandidaat van Labor. De twee zijn in een heftige discussie gewikkeld. Dat wil zeggen: Joel bestookt haar met vragen over haar stemgedrag de afgelopen jaren in het parlement in Canberra, en Pauline Hanson geeft korte, bitse antwoorden. “Come on, Joel”, moedigt een van de omstanders aan. “Laat haar spreken, ze zegt de waarheid”, schreeuwt een ander. Darlene Skene dringt zich naar voren, gaat naast Pauline Hanson staan en geeft haar een hand. Ze zegt niets, ze wacht tot iemand een foto van haar en de wat ongemakkelijk kijkende Pauline Hanson heeft genomen, en verdwijnt dan. Tien minuten later is ook Pauline Hanson vertrokken.

Nee, veel heeft het gesprek met Hanson niet opgeleverd, erkent Joel Fitzgibbon de volgende ochtend. “Maar dat was ook niet de bedoeling. Ik wilde Pauline zolang mogelijk bezig houden, zodat ze geen tijd over had om zelf een toespraak te houden. En dat is goed gelukt”, zegt hij met een brede grijns op zijn gezicht.

De 36-jarige Fitzgibbon, die drie jaar geleden voor het eerst werd gekozen in het Lagerhuis in de hoofstad Canberra, is kandidaat voor Hunter Valley, een heuvelachtig gebied met een oppervlakte van ruim 20.000 vierkante kilometer met 117.000 inwoners. Je vindt er uitgestrekte wijngaarden met imposante hoeves, maar verder oostwaarts ook grote mijnbedrijven die de bovenkant van de groene heuvels hebben afgeschraapt.

Volgens de officiële verkiezingsatlas is Hunter Valley “vrijwel veilig” voor Labor: de partij heeft er de afgelopen 88 jaar steeds de absolute meerderheid gehaald en mocht dus namens het district de afgevaardigde in het Lagerhuis leveren. Maar bij de laatste verkiezingen, in 1996, was die meerderheid geslonken tot 50,7 procent, en Joel Fitzgibbon houdt er dan ook rekening mee dat Labor deze keer door de komst van One Nation in de eerste telronde onder de 50 procent zal blijven steken. Maar erg veel zorgen maakt hij zich daarover niet: omdat de kiezer op het stembiljet achter elke kandidaat een cijfer moet invullen, in volgorde van voorkeur, vertrouwt hij er op dat Labor met bijtelling van de preferences alsnog de absolute meerderheid zal behalen.

Darren Culley is 33 jaar, hij werkt in de mijnbouw en hij verdient ongeveer 75.000 Australische dollar per jaar, maar hij heeft nu tien weken verlof genomen om campagne te voeren voor One Nation. Die rekensommen van Joel Fitzgibbon kloppen niet, zegt hij op zondagmiddag in het houten clubhuis van de Cessnock Claytarget Club, een paar kilometer buiten het stadje. Hij steekt van wal: “We pakken ze allemaal, we vagen ze weg, die klootzakken die zich alleen maar bekommeren om hun eigen hachje. De grootste zorg van Joel Fitzgibbon is welk pak hij 's ochtends moet aantrekken.”

Ook de rurale National Party, traditioneel de nummer twee in Hunter, zal worden “vernietigd” omdat zij aansluiting met de gewone mensen op het platteland heeft verloren, voorspelt Darren Culley. “De regering zegt dat de werkloosheid in ons land acht procent is. Nou, die is in werkelijkheid negentien procent, en hier in Hunter nog veel hoger. Andere partijen noemen ons racisten. Dat is een slimme manier om ons aan te vallen. We hebben geen problemen met andere culturen. We zeggen alleen maar: breng jullie problemen en jullie cultuur niet naar ons land, want wij zijn het beste land in de wereld!”