Cultureel ondernemerschap

De nieuwe staatssecretaris voor Cultuur is in de korte tijd sinds zijn aantreden al veel aan het woord geweest bij offici‰le gelegenheden. Hij heeft daardoor van zich doen spreken, want uit de verslagen wordt duidelijk dat hij boordevol plannen zit. Maar het is nog te vroeg om daar op te reageren.

In de teksten die ik onder ogen kreeg kwam ik een passage tegen waarin Van der Ploeg aan de hand van 'de kostenziekte van Baumol' - naar ik aanneem een econoom - uitlegt waarom in de kunstensector alles zo duur blijft. Hoe komt het toch dat bezuinigingen daar maar niet echt willen lukken en in de industrie en de commerci‰le dienstensector wel? Voor het belangrijkste deel doordat de technologische ontwikkelingen in het bedrijfsleven steeds verfijndere automatisering mogelijk hebben gemaakt, terwijl kunst nu eenmaal grotendeels mensenwerk blijft. En mensen zijn duurder dan machines, en vanwege de inflatiecorrectie moeten ze zelfs steeds wat meer verdienen. "Het opvoeren van Macbeth of Don Giovanni of het vervaardigen van een beeldhouwwerk vereist nu nog net zoveel uren als in de tijd van Shakespeare, Mozart of Rodin."

Wat de staatssecretaris uitlegt ten aanzien van de kunsten, geldt ook voor andere zachte sectoren zoals gezondheidszorg en onderwijs. In zekere zin is het dus een kwestie van gezichtsbedrog: de zachte sector is niet zozeer almaar duurder geworden, maar de harde goedkoper en dat heeft de kloof groter gemaakt.

Toch bestaat in de samenleving een hardnekkige en zelfs toenemende neiging om instellingen die naar hun aard geen winstoogmerken hebben, te dwingen zich niettemin te spiegelen aan het bedrijfsleven. Aan minstens twee commerci‰le regels zou men zich moeten houden: efficiency en marktgerichtheid.

Nu kan men zich bij het eerste nog wel iets voorstellen, omdat het geld dat op die manier wordt bespaard ten goede kan komen aan het werkelijke werk. Er is niets op tegen als een polikliniek of een parket door een uitgekiend systeem de afspraken en zittingen stroomlijnt. Of als een museum bezuinigt door de administratie te saneren. Iedere school moet vooral zo effici‰nt mogelijk roosteren, zodat geen kostbare aanstellingsuren van leraren verloren gaan. Maar als het gaat om de kerntaken van een instelling is het oppassen geblazen. De thuiszorghulp die op de klok haar handelingen verricht, vanaf het uit bed helpen tot het aantrekken van steunkousen - voor dit laatste staat blijkens berichten in de krant vijf minuten - is effici‰nt bezig, maar verzorgen is iets anders. Dan kom je inderdaad dicht in de buurt van kostenbesparende automatisering, zij het via de mens als machine.

Ook marktgerichtheid lijkt een heilloze weg op te gaan. Bij de kunsten is de markt het publiek. Zij bepaalt zeker ten dele wat op den duur als erfgoed behouden blijft. Maar voor experiment, voor het zoekende en vernieuwende, de wezenlijke betekenis van kunst, moet je bij hen niet zijn. Publiek kan niet oordelen over wat er nog niet is, het is alleen s¢ms meteen aangenaam verrast door vernieuwing en moet meestal een tijdje wennen voor het iets totaal anders kan appreci‰ren.

Hetzelfde geldt voor de wetenschappen. De markt is daar de samenleving in het algemeen en het arbeidsveld in het bijzonder. Groenveld en Van Schie van de Teldersstichting brachten in deze krant de beperking daarvan mooi onder woorden: "Zonder de dromer die zich vastbijt in een rare onderzoeksmaterie,of de nerd die tot in den treure met schijnbaar zinloze proefnemingen bezig is, zal onderzoek niet grensverleggend kunnen zijn."

Het arbeidsveld wordt veelal gezien als 'afnemer' van 'het product' van onderwijs en opleiding. Men zegt bijvoorbeeld ook dat bedrijven scholing moeten 'inkopen'. Want sluipenderwijs is het commerci‰le jargon de zachte sector binnengekomen. Iedereen levert tegenwoordig een product. Zowel de directeur van een ziekenhuis als van een vervoersbedrijf. Waarbij niet geheel duidelijk is welke rol aan pati‰nten en reizigers is toebedeeld in het productieproces. Er wordt gesproken over de imput en output van een school. Wat leerlingen kennen en kunnen op de eerste en op de laatste schooldag. Het verschil daartussen is dan het product wat de school heeft geleverd. Ik heb een directeur van een grote opleiding in alle ernst horen zeggen: "Ons doel is om op marktconforme wijze opleidingsproducten en -diensten te leveren. Daar hoort ook een marketingplan bij, zodat we nieuwe producten kunnen ontwikkelen." En de nieuwste naam voor een universiteit is 'kennisorganisatie'.

Dat taalgebruik is onthullend. Je kunt het niet afdoen als 'maar bij wijze van spreken'. De taal die je gebruikt vormt je denkkaders. Je gedachten gaan staan naar de woorden die in je opkomen.

Maar vooruitgang moet juist komen van het niet marktconforme. Als de markt altijd de grootste mond en het laatste woord heeft, valt de beschaving stil. De staatssecretaris heeft echter nog een nieuw begrip toegevoegd: cultureel ondernemerschap.