Banken: kreupele paradepaardjes

Wie wil nog aandelen van banken? Twee maanden terug waren zij paradepaardjes, nu struikelen zij van winstwaarschuwing tot debâcle. De nabije toekomst? Minder rente, extra risico's.

ROTTERDAM, 3 OKT. Voor een topbelegger van Robeco was ING een topfonds. “Een verkoopadvies geven voor ING is bijna landverraad”, zegt een andere professionele belegger. Op de huidige, in twee maanden bijna 60 procent gekelderde ING-koers van 70 gulden betaalt een belegger al weinig voor het profijtelijke verzekeringsbedrijf, weten financiële analisten. De bankdochter van ING krijgt de belegger nu voor niets.

Donderdagmiddag kwam ING met een waarschuwing dat verliezen in zijn eigen financiële handel in Azië en Rusland de winstgroei hebben gehalveerd tot 15 procent. Gistermiddag volgde ABN Amro: dit jaar geen winststijging, maar een stagnatie op het niveau van 1997.

De financiële hordes trekken zich terug en laten een verschroeide aarde achter zich. Op drie continenten dumpen beleggers zonder pardon hun bankaandelen. Wat is er gebeurd dat bankaandelen, die de afgelopen drie jaar paradepaardjes waren in de financiële arena, nu wel paria's lijken?

“Beleggers komen in razendsnel tempo terug op de zekerheid dat bankaandelen echte groei-aandelen zijn”, zegt een professionale geldbeheerder. Tot diep in dit decennium golden banken op de effectenbeurzen als tamelijk saaie aandelen, die meebewogen met de rentefluctuaties. Banken deden in spaargeld en in kredieten aan bedrijven en particulieren, zoals woninghypotheken. No guts, no glory.

De koers van een bankaandeel was een simpele afgeleide van de waarde van haar eigen vermogen, de zogeheten intrinsieke waarde. Een bank die wat meer risico's nam met haar kredietverlening dan beleggers gezond vonden, kreeg op de beurs een korting, een conservatieve instelling kreeg wat extra's.

De buitensporige jaren negentig hebben dat beeld gewijzigd. “Dit decennium is bezaaid met voorbeelden van slimme lieden die dachten zij een betere muizenval hadden geconstrueerd die consistent een abnormaal hoog rendement opleverde”, observeerde donderdag A. Greenspan, voorzitter van het stelsel van Amerikaanse centrale banken. Succes was op zijn best tijdelijk, niet eeuwig.

Bankiers ontpopten zich als groeigedreven managers. Zij zochten uitbreiding in financiële handel in steeds grotere dealingrooms, financiering van overnames en in de promotie van het volkskapitalisme. Tweede hypotheek? Waarom geen beleggingshypotheek? “De sfeer is dat er een door God gegeven recht is, dat aandelenkoersen jaarlijks 35 tot 40 procent stijgen”, zei een vermogensbeheerder vorig jaar.

De aanvankelijke ontkenning door bankiers van de gevolgen van de economische crisis in Azië, het bankroet van Rusland en de financiële excessen van speculatieve beleggingsfondsen hebben de percepties in de beleggerswereld dramatisch gewijzigd. Internationale monetaire kopstukken kritiseerden de financiële vriendjespolitiek (crony capitalism) in landen als Indonesië. Maar is er wel zoveel verschil met het Long-Term Capital speculatiefonds, een Wall Street lieveling, die na spectaculaire verliezen gered moest worden door dezelfde banken die zijn beste klanten waren.

Tot hun schade en schande zijn beleggers er achter gekomen dat banken niet minder, maar juist meer gevoelig zijn geworden voor de ups en downs van de financiële economie. Zij voelen bij uitstek de schokken die worden veroorzaakt door speculatieve geldstromen. “Het aureool van groei is weg”, zegt analist N. van Geest van SNS Securities. Banken blijken net zo kwetsbaar voor de eb en vloed van het economisch tij als traditionele cyclische ondernemingen: staal (winstwaarschuwing Hoogovens) of luchtvaart (winstwaarschuwing KLM). Van Geest:“Banken krijgen nu de eerste klappen.” De astronomische winsten op hun eigen financiële handel zijn omgeslagen in vergelijkbare verliezen. “De slagroom op het taartje zakt in.”

Bankaandelen gaan weer toe naar hun intrinsieke waarde, voorspelt een grote belegger. De koers van ABN Amro staat daar nu zo'n 35 procent boven, die van ING niet meer dan een kwart.

De waardering van banken door beleggers gaat terug in de tijd. De opruiming van de excessen betekent dat de banken harder moeten werken voor hun winstgroei. Angst voor risico's regeert nu de financiële markten. Beleggers zijn halsoverkop in de veiligheid van effecten met een vaste rente gevlucht. Deze kooplust drijft de koersen van obligaties omhoog en laat de rente dalen. Rentedalingen zijn een beproefd middel voor financiële crisisbestrijding en plezierig voor de economie.

De gevolgen zijn wel pijnlijk voor het oude vertrouwde bankbedrijf van spaargeld innen en kredieten geven. Banken verdienen altijd wat bij door geld voor korte periodes goedkoop aan te trekken en dat als krediet door te lenen aan bedrijven. De rentedaling vaagt dit extraatje nu vrijwel weg. De overcapaciteit van de kredietverleners wordt schrijnender. Mondiaal zullen meer banken verdwijnen door fusies, overnames en faillissementen.