Anne Frank (1)

Elsbeth Etty verwijt mij (Z 5 sept.) het RIOD-onderzoek willens en wetens te hebben gefrustreerd door in 1986 mijn Anne Frank-pagina's niet over te leggen. Het is echter Otto Frank, die deze bladen niet doornummerde en aldus de wereld, zo men wil, 'willens en wetens' misleidde. “Ik had dit wellicht moeten vernietigen”, zei Otto, toen hij mij de bladen aanreikte, vlak voordat het Duitse onderzoek naar de echtheid van het dagboek in 1980 aanving, “maarkon dat niet over mijn hart krijgen.” Geschrokken aanvaardde ik de pagina's en daarmee ook Otto's instructie de inhoud niet te publiceren, zolang hij of zijn vrouw er op konden worden aangesproken. “Nu kan ik het Bundeskriminalamt naar waarheid zeggen, dat alles wat ik bezit, op tafel ligt”, besloot Otto.

Het bericht, na Otto's dood, dat de regering tot integrale openbaarmaking van de dagboeken besloten had, liet mij geen keus. Zijn vertrouwen in mij mocht niet worden beschaamd.

Mijn wens om de uit Anne's noodlot door het Anne Frank Fonds verworven royalties ten langen leste aangewend te zien voor Holocaust-educatie, doet Etty af als 'hebzucht en geldpest'.

Dat van mij alles verwacht kan worden, leidt zij af uit de 'publiciteitsstunt' rond (kleinzoon) Helmut Seyss Inquart. Waar hoorde Etty dat de stichtingsleiding van niets wist? Na directeur Westra van de Anne Frank Stichting geïnformeerd te hebben over het contact dat met Helmut via de universiteit in Innsbruck was gelegd, vertelde ik de pers dit contact te willen voortzetten. Helmut gaf namelijk openlijk uiting aan zijn afkeer van fascisme. Bestuursvoorzitter Dick Houwaart las dit 7 januari 1987 in Trouw en betuigde mij telefonisch zijn voldoening en instemming. Vervolgens vroeg het Algemeen Dagblad om een gesprek. Ik ging akkoord, mits het interview aan Westra werd voorgelegd. Dit gebeurde en Westra gaf zijn fiat. Dit artikel zegt, dat Helmut zijn mening in Oostenrijk zou verspreiden. In het weekblad Stern verklaarde hij zijn grootvader verantwoordelijk voor de dood van honderdduizend Nederlandse joden. Bedreigingen waren zijn deel, alsmede sancties van het gymnasium, waar hij les gaf. Het klassikaal lesgeven werd hem ontnomen.

Het AD kwam 11 april uit met de uitdagende kop 'Kleinzoon oorlogsmisdadiger helpt de Anne Frank Stichting'. Houwaart stelde dat alleen al de naam samenwerking in de weg stond en dat elk contact met Helmut verbroken moest worden. De stichting, die zegt discriminatie op grond van afkomst te bestrijden, ontmoette algemene verbijstering. In Achter het Nieuws zei dr. De Jong dat de stichting Helmut een klap in het gezicht gaf. Simon Wiesenthal constateerde, dat een hele nog levende generatie oud-nazi's en antisemieten door Helmut tot op het bot geblameerd en geïsoleerd was. Trouw riep het bestuur op zich te schamen. Martin van Amerongen en vele anderen wezen de gang van zaken eveneens onomwonden af. Voorzitter en directeur verkozen echter mij te blameren.