AGRARISCHE CULTUURKLOOF; De reguliere en biologisch-dynamische landbouw botsen

Een kloof scheidt de 'gewone' leerlingen van de alternatieve landbouwadepten. Agrarisch Opleidingscentrum De Groenhorst biedt aan beiden onderdak.

GROEIHORMONEN, gekke-koeienziekte, varkenspest, het mestoverschot, legbatterijen. De landbouw heeft, al dan niet terecht, een dubieuze reputatie verworven. Maar zeg niet dat dat de schuld van de landbouw is. Want dan wordt directeur Ernst van den Boezem van Agrarisch Opleidingscentrum De Groenhorst in Dronten - naar eigen zeggen geboren op de veemarkt - echt kwaad. “Dat is gewoon zeggen: 'Jij hebt het gedaan'. Dat is niet terecht! Met elkaar wilden we een kilo karbonade voor maar vier gulden 98 kunnen kopen. Ik verzet me echt tegen de opvatting dat de boeren het allemaal hebben gedaan. Je hebt het wel over mensen die ons voedsel produceren en daarvoor zou wel wat meer respect kunnen worden opgebracht. Een boer moet het toch maar uit zien te houden op die vlakte.”

Niettemin, het imago van de landbouw is nu zo belabberd dat de gezamelijke land- en tuinbouwers, verenigd in LTO Nederland, deze maand een drie jaar durende campagne zijn gestart om de beeldvorming op te krikken. En de landbouwschool in Dronten hoopt een graantje mee te pikken. Een spuittafel om precisiezaai voor bieten en uien mee te oefenen staat er broederlijk naast een verrijdbare melkmachine voor 'droogmelken'. Er zijn veel groene kaplaarzen waarvan de modder op de trap is achtergebleven. In de gangen wordt gebabbeld over de melkprijzen en de prijs van krachtvoer, een opengezaagde tractor toont de leerlingen hoe de motor er van binnen uitziet, in de schooltassen zitten de boeken 'Inleiding veehouderij' en 'Rijden met de trekker'. In de docentenkamer ligt het Agrarisch Dagblad en op de parkeerplaats staan niet alleen auto's, maar ook tractoren. De Groenhorst straalt onmiskenbaar een agrarische sfeer uit.

Chef melkontvangst, kaasmaker, potplantenteler, inseminator, dierentuinmedewerker, bosbeheerder, maar ook 'gewoon' melkveehouder of akkerbouwer, je kunt het allemaal worden op een van de zeventien AOC's (Agrarische opleidingscentra) in Nederland. Maar niet alleen handwerkers, ook hoofdwerkers worden afgeleverd: zuiveltechnologen, watercontroleurs, grond- en gewassenonderzoekers of agrarische voorlichters. De AOC's hebben niet alleen het middelbaar landbouwonderwijs onder hun hoede, maar ook het agrarisch voorbereidend beroepsonderwijs, veelal genoemd VBO-Groen. De middelbare landbouwschool in Dronten heeft 210 leerlingen en met een jaarlijks budget van tweeëneenhalf miljoen gulden behoort zij tot de middelgrote landbouwopleidingen. En als enige school in Nederland en de omringende landen wordt een reguliere, zogeheten 'gangbare' opleiding aangeboden, en een biologisch-dynamische. Een cultuurkloof van jewelste is het gevolg.

HOONGELACH

Hoongelach volgt op de vraag waarom het groepje eerstejaars van de reguliere opleiding niet gezellig de boterham opeet aan dezelfde tafel als de leerlingen van de biologisch-dynamische afdeling. Wat denk je wel! Proestend van het lachen reageert Seline (17): “Ze wassen hun haar maar één keer per jaar en lopen op geitenharen sokken door de gangen.” Arjan (16), bedrijfsopvolger in de dop en aanstaande boer op een bedrijf van 80 hectare in Zeewolde, voegt daar aan toe: “Wanneer iedereen biologisch-dynamisch zou gaan boeren, zouden we over een paar jaar naar de kloten zijn. Als onze biologisch-dynamische buren aardappelrot hebben, spuiten ze niet of wachten daarmee zo lang, totdat de ziekte ook ons bedrijf heeft bereikt. Gevolg: Wij moeten nog meer spuiten.”

De biologisch-dynamische landbouw is gebaseerd op de ideeën van Rudolf Steiner en er wordt daardoor veel aandacht geschonken aan persoonlijke en sociale vorming, kunst, sterrenkunde en antroposofie. Seline: “Ik geloof dat hun opleiding is gebaseerd op de filosofie van Steinmetz of zoiets.”

“Wie lacht om iets waarvan hij niets weet, heeft echt een probleem”, zegt Tom van Gelder, docent biologie, landschap en fenomenologie en daarnaast opleidingscoördinator van de biologisch-dynamische afdeling. “Als je jong bent en een positief beroep wilt, moet je niet voor de landbouw kiezen”, zegt hij. “De prijzen in de sector zijn laag, het imago is slecht, de milieuvervuiling is groot en we hollen van calamiteit naar calamiteit: van BSE via veevoederschandalen naar de varkenspest. Ook in de biologisch-dynamische landbouw kunnen dat soort ziektes ontstaan, maar de kans op uitbreiding is veel kleiner. Wij houden dieren 'naar hun aard' en dat betekent per oppervlakte minder dieren.” Van Gelder weet echter de oplossing: “De landbouw moet ecologiseren.”

Ook directeur Van den Boezem is ervan overtuigd dat er iets moet veranderen. “Wie wil overleven, moet tegenwoordig kunnen communiceren en met een open oog naar de samenleving kijken. Boeren zijn nogal introvert en zij hebben dat te laat ingezien.” Wat een geluk dat zijn leerlingenpopulatie de laatste jaren zo is veranderd. Steeds minder al of niet introverte boeren kunnen of willen het familiebedrijf overnemen en kiezen voor een ander beroep en een andere opleiding. Hun plaatsen worden ingenomen door extraverte stadsleerlingen, die met een heel ander oog naar de landbouw kijken. Ze gaan in discussie over het houden van en de omgang met dieren en vinden zaken als kistkalveren zielig. Boerenzoons van het platteland beschouwen een koe nog altijd vooral als een productiemiddel dat melk en dus geld moet opleveren.

MILIEUCRIMINELEN

De verandering in de leerlingenpopulatie levert echter wel een probleempje op: Stadse leerlingen kiezen vooral voor de biologisch-dynamische landbouw, waar de reguliere landbouw nog steeds argwanend tegenover staat. “Onzin”, zegt Siri (21), “uiteindelijk doen alle boeren hetzelfde, maar de manier waarop is verschillend. Wij denken vaak net als biologisch-dynamische boeren en denken even goed om het milieu, maar daarvoor is weinig aandacht. Gewone boeren zijn opeens milieucriminelen.”

Ondanks het cultuurverschil - “Ik voel me aangesteld om beide culturen met elkaar in dialoog te brengen en te houden, maar dat is soms een hele klus” - is Van den Boezem nogal in zijn nopjes met het nieuwe slag leerlingen. “De verstadsing van de leerlingen is een goede zaak, want de toestroom van een ander soort leerlingen legt verbindingen tussen mensen die traditioneel in de landbouw zitten en mensen die van buiten komen.” Vers en veelal progressief bloed stroomt de sector binnen en daarvan kan iedereen profiteren, is de gedachte.

“Altijd was ik al buiten en met beestjes bezig”, zegt Gijsje (19), tweedejaars leerling van de biologisch-dynamische afdeling. Ze is een echte stadse leerling en komt uit de binnenstad van Delft. Ze heeft eerder op de vrije school gezeten en vindt de biologische variant een vanzelfsprekende keuze. “De biologisch-dynamische landbouw is veel ouder dan de 'gangbare' landbouw. Als het vroeger niet bruikbaar was geweest, hadden we er nu ook niets meer van gehoord. Als je de luis op kropsla kunt verwijderen door lieveheersbeestjes uit te zetten, waarom zou je dan spuiten?” Haar collega Hendrik (22), afkomstig uit Amsterdam, weet uit de koeienstal te melden dat de opvattingen van veel leerlingen van de reguliere opleiding appelleren aan 'een puberaal groepsgevoel”.

Veertig Holsteiners - een koeienras dat er indrukwekkend uitziet, maar volgens Hendrik 'heel rustig en suf' is - lopen vrij heen en weer in de stallen van de school en worden twee keer per dag gemolken door leerlingen van de biologisch-dynamische afdeling. Leerlingen van de reguliere opleiding lopen een dag per week stage bij een boer in de omgeving. Tijdens het melken krijgt een van de koeien opeens de kolder in haar kop. Krachtens de antroposofische visie worden de koeien niet onthoornd. Dat levert een risico op. De kolderieke koe loeit een keer en neemt onverhoeds haar collega op de horens. Een bloedende uier is het gevolg.