Achtertante

Staatsrechtelijk was het onberispelijk wat minister-president Kok dinsdag in de Tweede Kamer zei over het liefdesleven van de kroonprins. Hij zei niets. De persoonlijke betrekkingen van de prins van Oranje gaan, tenzij sprake is van een voorgenomen huwelijk, formeel niemand iets aan.

Het was bovendien beschaafd en menselijk wat Kok over het delicate onderwerp opmerkte. Zijn partijgenoot Rehwinkel bepleitte grotere openheid van de Rijksvoorlichtingsdienst over de privé-aangelegenheden van leden van het Koninklijk Huis, maar Kok wees dit van de hand. “Als de RVD bekend zou maken dat de kroonprins een relatie heeft, denkt iedereen dat er een verloving of huwelijk aanstaande is.” Officiële mededelingen zouden, met andere woorden, inmenging en pressie met zich meebrengen.

Dit overdacht hebbende, snel ik naar de kapper om de bladen te lezen. Natuurlijk zijn er belangrijker onderwerpen. De onthulling dat het rampvliegtuig van El Al grondstof voor gifgas heeft vervoerd, de Duitse verkiezingen, de tegenvallende winstverwachting van de ING-bank, de verkrachting door een marechaussee van een aan zijn luimen overgeleverde toeriste op Schiphol - allemaal relevanter dan een afgesprongen verkering, dat geef ik grif toe. Deze deftige overweging neemt niet weg dat het een mooie primeur was van De Telegraaf: 'Het is uit'.

Vraag: is zoiets ook op grond van serieuze journalistieke selectiecriteria als nieuws te beschouwen? Antwoord: nou en of. Rehwinkel beklaagde zich over de 'nieuwsgierigheid' van het publiek. Maar wij hebben nu eenmaal een monarchie, dus is die nieuwsgierigheid min of meer vanzelfsprekend. Bijkomende ranzigheid daargelaten, moeten journalisten daarom andere maatstaven aanleggen dan de minister-president: geen staatsrechtelijke, maar ambachtelijke.

Toen de verbroken relatie wereldkundig werd, had ik vraagtekens bij de gehanteerde journalistieke methode. Stel je voor: de verslaggever van De Telegraaf, Rob Knijff, had van een collega van het ANP, Henk van der Poll, gehoord dat die van een collega van deze krant, Willebrord Nieuwenhuis, had gehoord dat de moeder van de schoondochter van de zuster van de moeder van de prins had verteld dat het uit was. Is zoiets nieuws of roddel?

Voor zover ik heb kunnen reconstrueren, is het als volgt gegaan. Op dinsdag 22 september hield de Nederlandse permanente vertegenwoordiger bij de Verenigde Naties een receptie voor minister van Buitenlandse Zaken Van Aartsen. Aanwezig waren een kleine 200 mensen, voor het grootste deel behorende tot de Nederlandse gemeenschap in New York, zoals Onno Ruding van de Citybank, personeel van de ambassade in Washington, enz. Ook Europees commissaris Van den Broek en zijn echtgenote, de aangetrouwde achtertante van de kroonprins, hadden aan de invitatie op geschept papier gehoor gegeven.

Heftig gedronken werd er niet: nauwelijks jenever, veel sapjes en niet al te beste wijntjes uit Nappa Valley.

Op zulke recepties geldt wat Nederlandse journalisten de Nieuwspoort-code noemen: wat je er hoort, is off the record. In de praktijk is deze code makkelijk te omzeilen: zodra je een nieuwtje hebt gehoord, bel je iemand anders die het kan bevestigen, zodat je enerzijds de vertrouwelijkheid niet schendt, maar anderzijds het nieuws toch uit betrouwbare bron kunt melden.

Na afloop van de receptie groepten de tien aanwezige Nederlandse journalisten samen. Zoals wel vaker gebeurt, gingen ze gezamenlijk een hapje eten in Greenwich Village. Daar is het nieuws kennelijk over tafel gegaan. Het was ongeveer zeven uur plaatselijke tijd, een uur Nederlandse tijd: de ochtendkranten waren al gedrukt, dus er was even respijt.

Had het verhaal binnenskamers moeten blijven, omdat de situatie waarin mevrouw Van den Broek uit de school klapte, vertrouwelijkheid impliceerde? Niet als er vervolgens andere bronnen te vinden zijn die de informatie kunnen bevestigen. Had mevrouw Van den Broek tegen zichzelf in bescherming moeten worden genomen? Misschien wel. Aan de andere kant: zij is een ervaren diplomatenvrouw die er van op de hoogte was dat haar gesprekspartner journalist is. Hetzelfde gold toen de voormalige voorzitter van NOC*NSF Huibregtsen tijdens de Olympische winterspelen de kroonprins in een gesprek met een verslaggever van de Volkskrant voor judas uitmaakte. In de optiek van Huibregtsen was dat niet bestemd voor publicatie, maar in die van de verslaggever wel.

De gang van zaken in New York brengt in herinnering hoe in 1978 het nieuws over het oorlogsverleden van CDA-politicus W. Aantjes naar buiten kwam. De echtgenote van dr. L. de Jong was op een verjaardagspartijtje. Lou was niet meegekomen, vertelde ze, hij had het druk met een interessant onderzoek naar een politicus. Aanwezig was ook de broer van de hoofdredacteur van het Nieuwsblad van het Noorden, Ger Vaders, die prompt werd getipt. Vandaar dat zijn krant de primeur had in de zaak-Aantjes. In dit geval was de bron, mevrouw De Jong, zich helemaal niet bewust van journalistieke belangstelling.

Journalisten houden zich bij de nieuwsgaring in het algemeen aan enkele in de beroepsgroep geaccepteerde regels. Om te beginnen maak je je als journalist bekend (undercover-journalistiek is een uitzonderlijke noodgreep). Heb je vertrouwelijkheid toegezegd, dan bijt je liever je tong af dan de identiteit van een bron prijs te geven. Is van tevoren afgesproken dat een mededeling off the record is, dan wordt er niet geciteerd. Faire nieuwsgaring is niet alleen een fatsoenskwestie, maar voorkomt dat bronnen opdrogen.

De belangrijkste beroepsnorm in de journalistiek is dat een verhaal moet kloppen. In de beroemde formulering van Tom Wicker van The New York Times: 'A reporter should write, and his newspaper should print, what they know.' Als je iets (zeker) weet, hoor je het te melden. Ga anders in de diplomatieke dienst of bij de RVD.

Wat roddel leek over de kroonprins en Emily - in de trant van iets dat gehoord zou zijn door de nicht van de werkster van de tante van de overbuurvrouw haar dochter - bleek feitelijk juist. Mevrouw Bremers heeft het inmiddels on the record bevestigd. Er valt dus achteraf weinig op de berichtgeving af te dingen: het is uit, het is waar.