Academische vrijheid

Niemand zal ontkennen dat nieuwsgierigheid aan de basis staat van wetenschappelijke ontdekkingen. In die zin is Marjoleine de Vos' Ode aan de nieuwsgierigheid (NRC Handelsblad, 28 september) een open deur. Nieuwsgierigheid floreert echter bij academische vrijheid. En dan wordt de zaak problematisch. De universiteiten zijn in de Middeleeuwen voortgekomen uit de kathedralenscholen en waren onderworpen aan kerkelijke tucht. Van vrijheid van onderzoek was dus geen sprake. Later was het doel een nationale politieke en culturele elite op te leiden. Voorbeeld: de grote Franse Écoles. Het huidige Herkströter-pleidooi voor dienstbaarheid aan het bedrijfsleven is dus niets nieuws onder de zon.

De academische vrijheid wordt niet alleen van buitenaf aan banden gelegd. Ook zelf kunnen universiteiten behoorlijk repressief omgaan met hun eigen representanten. Van Erasmus in Leuven tot Bertrand Russell in Cambridge. Russell werd van Trinity College verwijderd, niet omdat hij een slecht filosoof was, maar omdat hij in de gevangenis gezeten had wegens pacifistische activiteiten in de Eerste Wereldoorlog. Wetenschappelijke vrijheid? Prima, maar liefst met mate, dat is de boodschap van de universiteiten. Al eeuwenlang.