Aandelen zoeken beleggers

Op de beurs zijn de rollen omgedraaid: aandelen ontkleden zich iedere dag verder om kopers te prikkelen, terwijl tot voor enkele maanden terug beleggers in blinde drift de koersen alsmaar opdreven. Donderdag sloot de AEX net onder de 900 punten en vrijdagmorgen zette die dalende trend zich onverminderd voort. Alom vergelijkt men de huidige AEX stand met 1323 punten, het record van 21 juli. Daardoor lijken de beurszaken dramatischer dan ze zijn.

In oktober vorig jaar drong het eindelijk tot de (beurs)wereld door dat er in enkele Aziatische landen iets mis was. De Amsterdamse index daalde tot 764 punten, ongeveer in overeenstemming met de toenmalige sombere verwachtingen. Professionele voorspellers kwamen voor 1998 niet verder dan een index van 800, 900, hooguit 1000 punten. Om onduidelijke redenen en gedreven door een handvol fondsen stoof de index echter in de zes maanden daarna tot het juli-record. Dat was een omgekeerde krach (hogere koersen zonder dito vooruitzichten), een ernstige uitwas, een hollende inflatie. Daardoor zijn veel onervaren beleggers verleid om aandelen te kopen. Beleggen in aandelen leek een loterij zonder nieten.

De beurs daalt nu snel tot het peil van vorige jaar oktober en die waarde moet je eigenlijk als uitgangspunt nemen om het toekomstige beursverloop te beredeneren. Toen was het alleen Azië, nu gaat het economisch en financieel onder meer slechter in Rusland, Zuid-Amerika en Japan, en daalt het optimisme. Die verslechtering zit nog niet helemaal in de koersen van de Amerikaanse en Europese beursaandelen. De index kan dus verder dalen. Bijvoorbeeld tot 648 punten, de stand van begin 1997. Waarom niet? Op zich is dat een bescheiden correctie, gezien de ernst van de situatie, van 15 procent. Een forsere uitschieter naar beneden kan je niet uitsluiten. Gerekend over bijvoorbeeld de periode 1993-1998 leveren aandelen zelfs dan nog een prima rendement op.

Zo'n daling heeft nooit in gelijke mate betrekking op alle indexaandelen. Wanneer indextrekkers als Aegon, Heineken, VNU en Wolters Kluwer ook de man met de hamer echt tegenkomen, brokkelt de index vanzelf af en blijven andere fondsen min of meer buiten schot. Die fondsen naderen hun (voorlopige) bodem. Moet je die nu in allerijl kopen, omdat het tij ineens kan keren? Om die vraag draait het. Het antwoord luidt: nee, er is tijd voldoende. Op de aandelenmarkt zijn de kopers heer en meester, terwijl door de vlucht van aandelen in obligaties op de obligatiemarkten de verkopers de prijzen bepalen.

Er speelt nog een zeer ernstige zaak. Een bij het publiek onbekend, internationaal beleggingsfonds (LTCM) voor banken en bedrijven is van een bankroet gered door zijn deelnemers, dankzij een opmerkelijk initiatief van de Amerikaanse centrale banken. De kenmerken van LTMC, een zogenaamd hedge fund, zijn beleggen met miljarden geleend geld en (quasi) wetenschappelijke strategieën. Die methode werkte goed, totdat de crisis in Rusland uitbrak. Daar hielden de computerprogramma's geen rekening mee.

Er gaan al geruchten over meer geleend geld-fondsen die in moeilijkheden verkeren. Daarom ligt het voor de hand dat grootbeleggers en -handelaren (banken, verzekeraaars, pensioenfondsen, beleggingsfondsen, grote bedrijven) aanzienlijk minder risico's willen en mogen lopen en tientallen miljarden minder in effecten, valuta en afgeleide producten zullen stoppen. In jargon: de gok is uit de markt. De beurzen en financiële markten zien er in de komende jaren minder uitbundig uit, net als de wereldeconomie trouwens.

Welke conclusie mag je uit de voorgaande redenering trekken? Bijvoorbeeld deze. In sommige gevallen zijn aandelen nu interessanter dan obligaties. Een net gepensioneerd echtpaar uit Culemborg beschikt over geld op een spaarrekeningen en in aandelen. Daarmee willen ze hun pensioen verhogen. Ze zoeken net als iedereen naar de belegging met het hoogste rendement.

Lijfrenteverzekeringen leveren niet veel op, maar lopen desgewenst levenslang en dat is ook wat waard. De lange rente op obligaties daalt met de dag en evenaart of overstijgt de korte rente. Door de recente koersdalingen leveren enkele aandelen meer dividend dan spaarrente op. Sommige meer dan 6 procent. Hoewel niet zeker is of bedrijven hun dividend over 1998 op peil houden. Het dividendrendement fungeert mede als een bodem in de markt.

Pensioentrekkers (in spe) kunnen vanwege het dividend (een bron van inkomsten) overwegen meer geld rechtstreeks in aandelen van sterke bedrijven te stoppen dan ze anders zouden doen. Door de relatief lage koersen is bescherming met put-opties minder urgent. Om tot een optimale mix van aandelen, spaargeld en benodigd inkomen te komen, is overleg met een bankadviseur nodig.

Wie het wel en wee van beursfondsen eerst zelf wil bestuderen, vindt veel informatie in het Postbankboekje Top 50 selectie Nederlandse beursfondsen 1998-1999. Te bestellen bij Klantenservice Effecten 020 - 400 30 03.