Wij zijn een minder geduldige generatie; Will Wissink en Zebi Damen over hun film 'Dropouts'

Met twee nominaties voor belangrijke prijzen ontpopte de film 'Dropouts' van Will Wissink en Zebi Damen zich tot verrassing van het Nederlands Film Festival, dat vanavond met de prijsuitreiking wordt afgesloten. Tegen de adviezen in maakten Wissink en Damen een speelfilm over daklozen in Amsterdam.

Niet bekend

Niemand is geïnteresseerd in daklozen. Dachten de adviseurs van het Nederlands Fonds voor de Film, toen ze de subsidie-aanvraag voor Dropouts moesten beoordelen. Dropouts is een speelfilm over daklozen en dat zijn, volgens de adviseurs van het Fonds, mensen 'die het in het leven niet gered hebben'. Mensen waar een bioscooppubliek zich niet mee kan identificeren, daar kwam het in de afwijzing op neer. Toen de afwijzing binnenkwam was het scenario al geschreven en zou men twee dagen later beginnen met de opnamen. Producente Zebi Damen: “Wij zijn een minder geduldige generatie.”

Dus maakten Damen en haar partner Will Wissink de film die ze wilden maken voor ƒ 70.000, in plaats van de 1,4 miljoen gulden die op de begroting stond. Dat kan alleen met medewerkers die afzien van betaling, facilitaire bedrijven die akkoord gaan met de toezegging dat er misschien ooit geld komt en restaurants die bereid zijn om in natura te sponsoren. En een Fonds dat achteraf besloot een afwerkingssubsidie te betalen. Alleen de werkelijk onvermijdelijke onkosten als telefoon en parkeerkaarten werden betaald. Noodgewongen fungeerden Damen en Wissink als hun eigen producent. Liever hadden ze zich beperkt tot hun respectievelijke functies als scenarioschrijfster/actrice en regisseur.

Toen filmmakers nog geduldig waren, wachtten ze totdat ze bij verschillende binnen- en buitenlandse overheidsfondsen een budget van twee of drie miljoen gulden bijeen hadden gesprokkeld. Sinds het succesvolle voorbeeld van ZUSJE, drie jaar geleden, is particuliere financiering in zwang geraakt, maar de budgetten zijn gekelderd. Kleinschalig is de norm geworden voor de Nederlandse film. Mooi dat er zoveel wordt gemaakt, aldus Rick van der Ploeg, staatssecretaris van cultuur, bij de opening van het Nederlands Film Festival vorige week, maar het ontbreken van grotere films voor een breed publiek is een zorgelijke ontwikkeling. Onzin, vinden Damen en Wissink, want waarom zou hun film geen breed publiek kunnen trekken? Als hij maar met Kerst wordt uitgebracht, dan zitten de daklozen in iedere talkshow.

Authenticiteit

Dropouts is gemaakt door outsiders. Will Wissink (33) studeerde in 1986 opvallend af aan de Filmacademie met een film over een mensenetende telefoon (Burp!), maar verdween uit het zicht toen hij commercials ging maken. De laatste jaren regisseerde hij tv-drama: 12 Steden, 13 ongelukken voor de VARA, Voor hete vuren en Het recht van de zwakste voor de EO. Zebi Damen (35), een Pakistaans-Nederlandse die als zevenjarige uit Engeland kwam, schrijft scenario's voor tv-drama en is vijf jaar geleden begonnen met acteren.

De makers en hun film kwamen uit de lucht vallen, maar op de valreep van het Nederlands Film Festival verwierven ze bekendheid door twee belangrijke nominaties in de wacht te slepen: Dropouts werd genomineerd voor het Gouden Kalf voor beste film en voor de Prijs van de Nederlandse Filmkritiek. Daags na de nominatie toont Wissink zich vooral verheugd met de tweede vermelding: “Zo'n Kalf is natuurlijk mooi, maar uit het oogpunt van de kritische blik hecht ik meer aan waardering door de pers.” De angst dat hun film tussen wal en schip zou vallen is door de nominaties weggenomen en de kans op vertoning is er aanmerkelijk door toegenomen; de ochtend na de bekendmaking meldde een tweede omroep zich met een bod op de film.

Opmerkelijk aan de film is de authenticiteit waarmee het leven in Amsterdam wordt verbeeld, in het bijzonder dat van de mensen die op straat leven. Tegen de achtergrond van dat daklozenbestaan en de voorbereidingen voor de Eurotop in de zomer van 1997, richt de aandacht zich op drie personages die aarzelend tot elkaar komen: een illegale prostituée, een horkerige alcoholist en een uit huis gevluchte jongen.

Bij wijze van research namen Wissink en Damen deel aan een Stadsjungle Survival Weekend, waarbij de deelnemers - na inlevering van geld en huissleutel - gedurende 48 uur met een dakloze door de stad zwerven. Ook voerden ze gesprekken en namen daklozen op in de crew. Hun ervaringen en verhalen werden verwerkt in de film. Damen: “Belangrijker nog dan een groot publiek is dat het beeld klopt. Als wij het fantastisch vinden, maar daklozen zouden er niets in herkennen, dan zouden we hebben gefaald.”

Affiniteit met het onderwerp is Wissink niet vreemd: twee jaar geleden overleed zijn broer, na een leven aan de zelfkant. Wissink: “Hij leidde een leven dat ik niet kon begrijpen, hij koos ervoor om niet te willen vechten, om het leven op zich af te laten komen en in verkeerde kringen terecht te komen. Maar waarom ging hij die kant op en ik een andere kant, terwijl we uit hetzelfde nest komen, dat blijft de vraag.” Damen: “Dat is het intrigerende van elke dakloze: wat is er gebeurd met die persoon dat hij in die situatie is terecht gekomen? En wat is er voor nodig om er zelf in terecht te komen?”

In werkelijkheid is er niet altijd sprake van een duidelijke oorzaak, maar de drie personages van Dropouts kregen elk een helder 'motief'. Dat sluit aan bij een scenario dat meer geïnteresseerd is in personages dan in plot, een tamelijk ongebruikelijke voorkeur die bij sommige kijkers voor onbegrip zorgt. Toch stond die keuze bij voorbaat vast. “Een dakloze heeft nu eenmaal geen plotgestuurd leven”, is Wissinks laconieke verklaring. “De personages moeten door de stad dolen en je moet je afvragen wat ze nou eigenlijk doen, net als bij echte daklozen.” Dat ze elkaar om de haverklap tegenkomen lijkt aanvankelijk onwaarschijnlijk, maar is dat niet voor mensen die continu op straat leven en op vaste tijden op vaste plekken komen voor opvang of andere diensten. Bovendien schrijft Damen liever over hoe mensen zijn dan wat ze doen: “Als ik geen schrijver was geworden, was ik psycholoog geweest. Het mooiste is om een kaart te maken van alle frustraties in die koppen. Doe ik bij mezelf ook. Als ik eenmaal zo'n blauwdruk heb voor een personage, dan ga ik kijken hoe ik het kan vertalen in een visueel aantrekkelijke situatie.”

Passend bij het hectische straatleven is de documentair ogende stijl van de film. Wissink: “We hebben gekozen voor een observerende camera, de kijker ziet situaties alsof die zich toevallig voordoen.” Aan sommige scènes kwam geen fictie te pas; de bestuurder die kwaad een sticker van zijn tram verwijderde wist niet dat hij gefilmd werd. “Als je zo'n scène op de gebruikelijke wijze decoupeert, met shot-tegenshot, wordt het veel fictiever, kunstmatiger. Je kunt beter iets volgen, even inzoomen en misschien nog net even door de scherpte heengaan. Daardoor oogt het authentieker.” Levensecht was ook de verdwijning van hoofdrolspeler Peter Gorissen, die zijn rol te dichtbij zijn eigen leven zag komen en de set ontvluchtte. Na een week werd hij teruggevonden. Gorissen, zelden gevraagd vanwege zijn onberekenbare inzet, weet op indrukwekkende wijze sympathie te wekken voor een man die alles wat in zijn buurt komt uitkaffert.

Geëngageerd

Het doel van de prille produktiemaatschappij Dropouts Film Productions is het 'produceren van eigentijdse speelfilms met een maatschappelijk geëngageerd karakter'. Maatschappelijk geëngageerd, dat hoor je niet vaak meer. Hoe zit dat? Het duo, nog een tikje aangeslagen van het premièrefeest de vorige avond, veert overeind. Daar willen ze nog graag wat over kwijt, dat ligt hun na het hart. Damen: “Het is ongelooflijk, maar het wordt je bijna kwalijk genomen als je zegt dat je geëngageerde films wilt maken. Het werd ons van alle kanten afgeraden om dat expliciet te vermelden. Omdat het pretentieus zou zijn, en tegen ons gebruikt zou worden. We mogen toch zeker wel zeggen wat ons doel is?” Wissink vult aan: “Ik vind het zonde dat er zoveel films zonder inhoud worden gemaakt. Vooral in Amerika natuurlijk, maar ook in Nederland. Zo'n film als Het 14e kippetje, daar zit ik anderhalf uur te kijken naar twee mensen die onderweg zijn naar een restaurant. Ik hou niet van ballonnen, als je er in prikt is alles weg. Ik wil liever zien wat ergens achter zit.”

Alle jonge filmproducenten worden veelal op een hoop geveegd, alsof ze verenigd zouden zijn in hun anders-zijn dan de vorige generatie producenten en hun min of meer idealistische enthousiasme voor het filmmaken. Ten onrechte, zo blijkt, want de opvattingen en werkwijze van Wissink en Damen staan lijnrecht tegenover die van een jong bedrijf als IJswater Films, producent van Het 14e kippetje. Damen: “Ze hebben het goed gedaan als producent: het is niks, maar het wordt goed gebracht, met een heel promotiecircus er omheen. In mijn ogen is hun film een typische producentenfilm, een concept waar ze bekende namen bij hebben gezocht.” Wissink: “Wij hadden meer aandacht voor Dropouts gekregen als we Thom Hoffman in de hoofdrol hadden gehad. Alleen had ik de film dan zelf niet meer geloofd, met een bekende acteur als dakloze. Het is een bewuste keuze geweest om de film op deze manier te maken en omdat we zelf onze producent waren, konden we trouw blijven aan onze ideeën. Dat is me meer waard dan succes.”