Wie zet de lekkerste koffie

Barber van de Pol: Er was wat met Meneer Maker & Mevrouw Maker. Querido, 150 blz. ƒ 29,90.

Zij houdt van schaaldieren en spinazie, hij meer van schapenvlees en kaas. Hij is een pietlut, zij is meer het rommelmarkttype. Hij houdt van Brückner en Haydn, zij van de toptien. Zij leeft in een welhaast tijdloos universum, hij is een man van de klok en trouwens ook van de kookwekker, de telefoon en de computer. Hij is zus en zij is zo. Aanvankelijk zijn het alleen maar charmante verschillen tussen twee verliefde mensen: het stel dat Barber van de Pol opvoert in Er was wat met Meneer Maker & Mevrouw Maker.

Een wonderlijke lichtvoetige en geestige roman, met sprookjesachtige allure, die ook voor kinderen geschreven lijkt. Als hij al ergens aan doet denken, dan wel aan De markiezin van Charlotte Mutsaers, waarin op een enigszins vergelijkbaar dromerige en fijngevoelige manier een liefde werd beschreven, al wordt in beide gevallen ook nog wel eens een ferme noot gekraakt.

Mevrouw en Meneer Maker, hun namen zeggen het al, brengen allebei iets voort; zij zijn kunstenaars. Zij etst vooral en schrijft ook wel artikelen, hij maakt muziek en schrijft muziekrecensies. Zij vormen in het begin van hun relatie een gelijkwaardig stel omdat ze hun creatieve arbeid allebei even serieus nemen. Maar al gauw tekent zich een strijd af tussen de geliefden: de strijd om de macht. Wie kookt, wie rijdt, wie mag het eerst vertellen wat hij of zij die dag voor interessants heeft gedaan, wie weet het meest, wie bepaalt wat waar wordt gedaan, wie heeft het beste koffiezetapparaat en wie zet de lekkerste koffie. De nooit gestelde, maar voortdurend meezinderende hamvraag bij al die huiselijke strijdpunten is: wie is de grootste Maker en mag op grond daarvan de meeste invloed doen gelden? Barber van de Pol beschrijft een intrigerend geval van creatieve wedijver, die fnuikend blijkt voor de liefde. Een slaande ruzie luidt het definitieve einde van de betrekkingen in.

Het lijkt me geen toeval dat Mevrouw Maker, net als Barber van de Pol zelf, zoals ze onthulde in haar vorig jaar verschenen bundel Alles in de wind, de tweedelige Geschiedenis van de filosofie van St¨orig uit het hoofd kent. Zo zijn er meer aanwijzingen dat voor deze roman hier en daar uit eigen ervaringen is geput. Dat ligt ook wel voor de hand, zoals het ook voor de hand ligt dat wij deze korte, maar hevige liefdesgeschiedenis zien door de ogen van een vrouw: Mevrouw Maker. Een beetje sneu is dat voor Meneer Maker, die er hier wat bekaaid afkomt. Al vrij snel - het vijfde hoofdstukje waarin hij Mevrouw Maker nauwgezette aanwijzingen geeft omtrent het van onderaf uitknijpen en netjes terugplaatsen van een tube tandpasta geeft wel ongeveer de doorslag - komt de sympathie van de lezer bij Mevrouw Maker te liggen, als de meest redelijke en inschikkelijke van de twee partijen. In dertien hoofdstukken groeit Meneer Maker uit van een pietje precies tot een onuitstaanbare wijsneus en bemoeial, die zich alleen maar interesseert voor zijn eigen bezigheden. 'Overal en altijd is Meneer Maker', zo vat Mevrouw Maker tegen het eind van de roman zijn indringende persoonlijkheid samen, want zij drukt zich veel omzichtiger en subtieler over hem uit dan ik net deed.

Een bezwaar tegen de roman als geheel is het overigens niet, dat men een tamelijk eenzijdig beeld krijgt van de hele gang van zaken. De eigenaardigheden van Meneer Maker worden breed uitgemeten, maar niet op een rancuneuze, maar op een vermakelijke wijze. Als het bijvoorbeeld gaat over zijn obsessie met tijd en over zijn verzameling klokken en wekkers, dan heet het droogjes: 'Als het wintertijd of zomertijd wordt, staan ze allemaal een uur voor of achter, maar nooit langer dan een paar minuten. Meneer Maker is ook de eerste in het land die bij zo'n gelegenheid zijn autoklok gelijkzet. Hij blijft er desnoods voor op.'

Overigens blijft Mevrouw Maker zelf ook niet helemaal gespaard. Als hij haar voor de zoveelste de keer de loef afsteekt, door iets beter te weten of te kunnen, dan is zij de sufferd die zich dat steeds maar weer laat overkomen. E´en keer mag Meneer Maker, in een korte doorbreking van het perspectief, zijn licht laten schijnen over haar, die voor hem dan ook al niet meer helemaal de ideale geliefde is. 'Een boeiende meid, maar onevenwichtig, te beweeglijk, onzeker. Wat een opluchting dat zijn verslaafde verliefdheid van het begin voorbij is.' Het zou een fraai vervolg op deze roman kunnen zijn: dezelfde liefdesgeschiedenis, maar nu gezien door de ogen van Meneer Maker.

Ontluisterend is Er was wat met Meneer Maker & Mevrouw Maker overigens nergens en dat bevalt mij er het meeste aan. Het is geen vuile was die hier buiten hangt te wapperen, maar het is een oprecht klinkende weergave, in aantrekkelijke episodes, van wat geweest is en mooier had kunnen eindigen. De liefde is teloor gegaan, maar Mevrouw Maker weet heel zeker dat ze, met al zijn onhebbelijkheden, toch ook van hem gehouden heeft.